Dit is geen oceaan

Toen Doctoranda Georgia Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte zij dat zij in haar bed het schrift had verleerd. Een poster op de muur tegenover haar droeg nog steeds het onderschrift: Ceci n'est-pas une pipe, maar ze wist dat ze die woorden uit haar geheugen opdiepte en dat ze ze niet uit de schrifttekens vormde. Snel keek ze naar de andere kant van de kamer waar l'Empire des Ombres met ondertiteling hing. Maar ook dat zei haar geheugen haar, de tekst zelf was onleesbaar. Ze was een liefhebster van Magritte.

Misschien had ze slecht gedroomd. Misschien was het niet waar.

Terwijl ze langzaam rechtop ging zitten, schoot het haar te binnen dat ze eens een film van Melville had gezien die L'Empire des Ombres heette. Ze zag nog duidelijk de laarzen van de Duitsers voor zich, die over de van regen glimmende kasseien van de Place de l'Etoile marcheerden. Misschien heette het schilderij van Magritte wel l'Empire des Lumiéres dacht ze plotseling in paniek.

Hoewel ze inmiddels was opgestaan, zakte ze terug op de rand van haar bed. Er maakte zich een grote angst van haar meester. Ze had niet gedroomd. Ze kon niet meer lezen.

Het eerste wat ze deed was zich ziek melden op haar werk. Stel je voor dat ze er achter zouden komen wat voor verschrikkelijks haar de afgelopen nacht was overkomen. Werktuiglijk nam ze de tram, lijn twee, vijf of een, welke het was deed er niet toe. Op het kleine plein in het centrum stonden de bomen in jong, dun blad. Als vanouds liep ze naar de boekhandel en kocht de ochtendkrant. Ze werd begroet door enkele bekenden. Tot zover was er niets aan de hand.

De keien op het plein lichtten grijs op. Zo nu en dan zwiepte er een regenvlaag overheen, dan weer veegde zon het plein schoon. Ze bestelde een dubbele espresso en nam haar positie in overweging. De krant bevestigde haar wat waar was: geen enkel teken op de voorpagina kon ze in verband brengen met iets. Ze onderscheidde strepen, ronde en halfronde vormen, punten en komma's (het vraagteken bleef een raadsel), maar niets verwees naar iets buiten de krant dat ze kon begrijpen. Ze keek naar buiten, naar het naambordje van het plein. Ze wist hoe het plein heette, maar niets bracht de vier tekens die daar stonden in verband met een klank.

Twee uur lang staarde ze naar de foto op de voorpagina van de krant die drie huilende vrouwen toonde. Er was zo ontzettend veel verdriet op de wereld.

Toen het lunchtijd werd en de leestafel waaraan ze zat vol raakte met kantoormensen, maakte ze plaats voor de lezers. Ze besloot de weg naar huis te voet af te leggen en onbekende straten te nemen, waarvan ze de naam niet kon weten. Maar haar hoop om te verdwalen bleek vergeefs: steeds kwam ze uit op een bekend punt. Het was bijna onmogelijk om te geloven wat er met haar was gebeurd.

De volgende ochtend kon ze nog steeds niet onderscheiden of daar Ceci n'est pas une pipe stond.

In haar hoofd groeide de ontzettende angst. Ze besloot naar het Museum voor Schone Kunsten in Brussel te reizen, naar de tentoonstelling van Magritte. Wie weet was gisternacht een grappenmaker in de weer geweest om de tekst op haar poster onleesbaar te maken. Ze vroeg aan een conducteur op welk perron de trein naar Brussel stond.

Aan een tienjarige jongen die toevallig naast haar stond in het mu-seum zei ze dat ze haar bril niet bij zich had. Of hij de letters op twee schilderijen voor haar wilde lezen. Mais oui, Madame, zei de jongen beleefd en hij wees haar de boodschappentas aan en zei: le ciel. Hij wees naar het zakmes en zei: l'oiseau. Vervolgens wees hij haar het boomblaadje, de spons, een kei en een melkkan aan en zei met heldere stem: la table, l'‚ponge, l'ocean, le fruit. Volkomen ontredderd reisde ze terug.

Ze legde het probleem aan haar dokter voor. Die knikte begrijpend en zei: 'U bent totaal overspannen.' Ze hoefde voorlopig niet meer naar haar werk.

Thuis haalde ze de twee posters van Magritte van de muur van haar slaapkamer. Ze deed alle boeken de deur uit. Ze zegde alle abonnementen van kranten en tijdschriften op. Ze plakte een poster op haar brievenbus om drukwerk te weren. Brieven gooide ze ongeopend weg. Ansichtkaarten daarentegen plakte ze op het prikbord in de keuken.

Soms zei ze tegen mensen: 'Wat staat de tafel mooi aan de bomen'; of ze zei tegen de melkboer: 'Een liter fruit alstublieft'; of ze zei tegen collega's: 'Ik hoef voorlopig geen hemelen vol nota's te bestuderen.' Tegen een junk die haar met een mes bedreigde zei ze: 'Doe die vogel weg. Hier heb je mijn geld.'

Tegen de tijd dat de doctoren zuchtend hun vellen vol pictogrammen wegborgen en besloten dat ze maar opgenomen moest worden in Stella Maris, stemde ze daar hartelijk mee in. Ze had altijd van Stella Maris gehouden, verklaarde ze, als kind al. 'Het enige wat ik vervelend vind aan het feit dat ik niet meer lees', vertrouwde ze de dokter toe, 'is het feit dat ik niet meer weet of de kaasschaaf de waarheid vertelt.' Het duurde even voordat de dokter begreep dat ze de televisie bedoelde.

Ze maakte een gelukkige indruk toen ze diezelfde dag nog de conducteur vroeg op welk perron de trein naar Zandvoort stond. Langs het strand lopend snoof ze diep de geur van de zee in. De doctoren hadden er goed aan gedaan haar naar Stella Maris te sturen. Terwijl ze aan de vloedlijn naar het wateroppervlak keek, zei een toevallige wandelaar naast haar: 'Ik heb nog nooit zo'n gladde zee gezien.' Ze vroeg in opperste verwarring: 'Zee?' 'Ja', zei de man, 'glad tot aan de oceaan.'

Toen herinnerde ze zich het weer. De jongen in het museum in Brussel had een kei aangewezen en gezegd: l'ocean. Alles was haar nu glashelder. Ze begon te huilen en dacht: verdriet, verlies, verlies, vergiet. Toen ze haar tranen had gedroogd, kwam haar geheugen terecht bij het boek The Old Man and the Sea dat ze in een vorig leven had gelezen. Ze herinnerde zich dat de auteur ervan had gezegd dat je uit elk willekeurig meesterwerk iedere willekeurige bladzijde kon weglaten, zonder dat het aan het boek afbreuk deed. Hemingway had op het einde van het verhaal de zelfmoord van de oude man geschrapt. Ze zei hardop en volkomen coherent: 'Het doet wel degelijk afbreuk aan het meesterwerk dat ik ben.' Ze begon de zee in te lopen, die ze Stella Maris noemde, op weg naar vaste grond onder de voeten - wat ze oceaan noemde. Ze wist dat ze op het punt stond de auteur te verbeteren