Dingen van de eeuw

Morgen herdenken we de Invasie, 55 jaar geleden. Niet de Invasie van Spielberg maar de echte, waarvan mijn vader de vorderingen op de Bos Atlas bijhield, eerst in millimeters tot eindelijk de doorbraak bij Avranches kwam. De kaarten van de Sovjet-Unie, Noord-Afrika waren met hun frontlijnen al veranderd in een grafiek van de geschiedenis. Het bijproduct was dat je er grondig aardrijkskunde van leerde. Plaatsnamen: Woronesj, Orel, Solloem, Mersa Matroe en Tobroek. Tientallen, misschien wel honderden van zulke atlassen zullen nog op zolders liggen. Dit oorlogsdocument van mijn vader is verloren gegaan. Beschouw het als collateral damage van zijn verhuizing. Wel heb ik later een Andree's Handatlas van voor de Eerste Wereldoorlog op de kop getikt. De eigenaar had er met inkt- of analinepotlood de fronten in België en Noord-Frankrijk ingetekend. Dat soort potloden is ook nergens meer te koop. Je moest eraan likken en dan kon je er dikke donkerpaarse lijnen mee zetten.

Zo gaan we verder met de inventarisatie van de eeuw, of we willen of niet. De Libération had een goed idee: De Dingen van de Eeuw. Het wordt grondig aangepakt, met een paar pagina's op z'n minst, en het komt ook nog op de televisie. Afgelopen weekeinde was de tractor aan de beurt, het voertuig dat een revolutie in de landbouw teweeg heeft gebracht. Je kunt je ervan overtuigen: de tractor is als mooi ding geboren en een mooi ding gebleven. De eerste foto is van een Amerikaanse tractor uit 1917. De grote wielen zitten nog aan de voorkant – eigenlijk meer voor de hand liggend want daar drukt ook het gewicht van de motor zodat hij zichzelf vastgrijpt in de aarde en werkelijk trekt. De achterwielen zijn zo fragiel dat ze wel op een fiets lijken te passen.

Volgende plaatje: 1938, Henry Ford en Harry Ferguson zitten in een soort achtertuintje te praten over de monstertrekker die ze zullen gaan bouwen. Op de achtergrond staat een tractor met grote achterwielen, maar voor de rest is het een bescheiden brikje. Ik bespaar de lezer (waarschijnlijk geen echte liefhebber) veel details. Voorlaatste plaatje: 1998, de nieuwste tractor van Renault, een vervaarlijk monster, maar nog altijd duidelijk verwant aan die van 1917. Samengevat: eerst heeft de tractor het platteland geïndustrialieerd, en ten slotte van de boer een macho gemaakt. Laatste plaatje: 1999, Kosovo. Een colonne tractors met aanhangers waarop vrouwen, kinderen en huisraad rijdt over een bochtige bergweg. Zo wordt bewezen dat de tractor het meest multifunctionele voertuig van de eeuw is. Het hoofdstuk sociologie van de landbouw sla ik over.

Ik vroeg me af of in de reeks van de Libération de radio al aan de orde is geweest. Geen uitvinding of ontdekking is onverdeeld goed of slecht. Het doorslaggevend bewijs daarvoor wordt geleverd door de radio. Dat heb ik de afgelopen weken weer goed beseft. Ik ging het land uit en omdat overal in de wereld de spanning opliep – Bijlmer, Wiegel, Miloševic, Borst, Wijdenbosch – kocht ik een wereldradio om naar de Wereldomroep te kunnen luisteren. Twee nieuwe ervaringen. Maar: plus ça change, plus ça reste la même chose.

De radio is universeel; iedereen heeft met de radio zijn persoonlijke geschiedenis. Om u te laten vergelijken, vertel ik in het kort die van mij. Het begon met de buren, vrome mensen, slecht ter been. Op zondag lieten ze het kerkgezang daveren, van de vroegste tot de laatste dienst. Toen Hitler. Je moest naar hem luisteren om te weten of er oorlog kwam. Mei '40, de berichten van de Luchtwachtdienst, de capitulatie. De hele bezetting is doordrenkt van radio. De Bevrijding ook. Mooie muziek van The American Forces Network, of liever, goeie muziek, en eens in het half uur zei de omroeper: Remember, VD walks the streets. Penicillin fails, once in seven times. Dan, jaren later, komen de piraten, Veronica zet voet aan wal en weer is een nieuw tijdvak aangebroken. Met de geschiedenis van de radio in deze eeuw kun je een krant vullen. Het aantal radio's moet langzamerhand in de miljarden lopen, er komen steeds meer stations die langer uitzenden, allemaal willen ze de aandacht, talent en genie blijven schaars, en dus nemen gekwek en kabaal toe. Dat is onvermijdelijk.

De Wereldomroep geeft ieder uur nieuws en soms ook het weer in Nederland. Dat is het mooie van deze instelling. Het nieuws wordt vooraf gegaan door getingel en getetter. Dat hoort nu eenmaal zo. U denkt misschien dat het een hebbelijkheid van Amerikaanse oorsprong is, Hollywood. Ik geloof dat de nazi's het hebben uitgevonden. Een `Sondermeldung aus dem Führerhauptquartier' werd voorafgegaan door lang triomfgeschal uit een symphonie van Liszt.

Tussen de nieuwsuitzendingen van de Wereldomroep hoor je dikwijls vraaggesprekken met kunstenaars. En nu heb ik gemerkt dat er veel zijn die stotteren, niet gewoon stotteren maar stotteren uit geestdrift, over de schoonheid, over de pracht, over het geweldige en over zichzelf. In het programma van Hilversum 4, Discotabel, hoor je het ook. Het is onderdeel van het door Jan Stroop gesignaleerde `Poldernederlands', het polderstotteren, een bijproduct van de radio.