`De politieke cultuur moet echt om'

PvdA-woordvoerder Rob van Gijzel voerde de afgelopen maanden een kritische koers in het Bijlmerdebat. Maar plotseling stond hij alleen, zelfs binnen zijn eigen fractie. Een terugblik.

. Rob van Gijzels petit histoire van de afgelopen maanden verzandde woensdagmorgen in het politieke spel om de macht. Hij, de Bijlmerboy van het parlement, moest toekijken hoe een Kamermeerderheid, inclusief zijn eigen PvdA-fractie, de meest beladen conclusies van de enquêtecommissie Bijlmerramp verwierp. En dat terwijl Van Gijzel bij de presentatie van het eindrapport en tijdens de debatten met de enquêtecommissie en het kabinet namens zijn fractie een scherp kritische toon had aangeslagen, die wekenlang als een politieke donderwolk boven de ministers Borst en Jorritsma hing.

Toen kwam de anticlimax. Het machtswoord dwong de fractie in het gelid, Van Gijzel samen met commissielid Rob Oudkerk achterlatend in het gezelschap van de oppositie. Zijn lichaamstaal lijkt wat anders te willen zeggen dan de afgemeten woorden die hij spreekt: ,,Mijn fractiegenoten hebben allemaal recht op hun eigen afweging. Hun stemgedrag had heus niet de bedoeling mij een kunstje te flikken. Maar het is allemaal wel buitengewoon vervelend, dat wil ik niet verhelen.''

Wie zijn oor in de PvdA-fractie te luisteren legt, hoort sommigen zeggen dat ,,die Bijlmerramp met Rob op de loop is gegaan''. Buiten de spotlights van de media waren er al langer geluiden dat de Bijlmerramp meer politiek gewicht zou krijgen dan eigenlijk ooit bedoeld was. Met Van Gijzel als roerganger, zo was de vrees, zou dat wel eens helemaal uit de hand kunnen gaan lopen. Nog vóór het uitbrengen van het eindrapport van de commissie probeerde Melkert het woordvoerderschap over de Bijlmerramp bij hem weg te halen. ,,Dat is in discussie geweest'', geeft Van Gijzel toe. ,,Ik heb mijn fractievoorzitter Melkert toen gevraagd of het hier een integriteitsprobleem betrof. Dat was niet het geval. Vervolgens heb ik gezegd dat ik het woordvoerderschap best wilde neerleggen, maar dat het dan wel in de fractie gebracht moest worden. Daar heeft hij van afgezien, waarmee voor mij de kous af was.''

Met dien verstande dat er een `regiegroepje' kwam onder leiding van Melkert dat u in de gaten moest houden.

,,Zo heb ik dat niet ervaren. We hebben in dat groepje wekenlang punt voor punt doorgeakkerd. Al mijn bijdragen, van de reactie op het rapport tot mijn laatste termijn deze week, hadden de volledige instemming van de fractie. Ik geloof niet dat ik in al mijn kamerjaren ooit zo'n degelijke voorbereiding heb meegemaakt.''

Prachtig. Maar op het moment suprême stond u alleen.

,,Ik constateer dat ik ruim binnen het mandaat van mijn fractie heb geopereerd. Dat al mijn notities enthousiast zijn ontvangen. Dat ik vorige week in de fractie nog de unieke ervaring beleefde van applaus voor de manier waarop ik het debat met de enquêtecommissie had gedaan. Maar ja, op het eind...''

...lieten ze u vallen als een baksteen.

,,Ja, nou ja. Melkert vond de beantwoording van de regering dusdanig dat er geen politieke consequenties uit voort hoefden te vloeien. Samen met nog een aantal fractiegenoten vond ik toch dat met name minister Borst verantwoordelijkheid moest nemen. Melkert heeft toen een appèl gedaan om die lijn te verlaten. Maar mij kon hij niet overtuigen.''

Beetje naïef misschien te denken dat u die harde lijn kon voortzetten?

,,Juist omdat ik wilde weten of er een blokkade zou liggen op het sneuvelen van een bewindspersoon heb ik die vraag de dag vóór het debat expliciet bij Melkert aan de orde gesteld. Moet ik bij het beoordelen van de afzonderlijke ministers rekening houden met andere elementen dan de inhoudelijke aspecten uit het Bijlmerdebat, heb ik hem voorgelegd. Dat was niet het geval. Daarna heb ik hem zelfs nog gevraagd of dat óók zou gelden als er meer dan één minister ter discussie zou komen te staan. Ook dat was niet het geval. Alleen de feiten die de conclusies weerleggen, zouden tellen, zei Melkert. En hij zei er nog apart bij dat de Bijlmer geen coalitiekwestie was.''

Dat bleek dus even anders.

,,Ja, maar u moet hem maar vragen welke argumenten hij had om af te wijken van de lijn die we hadden afgesproken. Dat is mijn probleem niet. Ik heb de consequenties genomen van de kritische inzet die ik namens de fractie mocht uitdragen. Daarom heb ik ook tegen de motie van de fractie gestemd die in milde bewoordingen de afhandeling van de ramp veroordeelde. Ik vond de toelichting bij die motie, namelijk dat wij de kritische conclusies over Borst niet langer zouden steunen, echt niet in overeenstemming met de veel hardere inbreng van de PvdA-fractie die ik als woordvoerder naar voren had gebracht. De andere fractieleden moeten zelf maar een verklaring geven voor hun stemgedrag. Bel ze op. Wat moet ik er verder mee?''

Uit de fractie stappen bijvoorbeeld. Niet over je heen laten lopen.

,,Die gedachte heeft inderdaad gespeeld. Maar dat zou ik laf hebben gevonden ten opzichte van de mensen in de Bijlmer. Bovendien moet je ook kijken naar het mandaat dat je als volksvertegenwoordiger gekregen hebt. Ik heb meer te doen dan de Bijlmer. De infrastructuur, Schiphol, voorzitter van de vaste kamercommissie voor financiën. En hoe dan ook: ik heb toch de ruimte gekregen mijn eigen positie te markeren.''

Overigens hield u zelf uw rug ook niet helemaal recht: u stemde wel tegen het beleid van minister Borst, maar niet tegen dat van Jorritsma, terwijl u ook daar altijd heel kritisch over was.

,,Ben ik nog. Maar er is toch een gradatie in afwegingen. Het is niet niets als je met de oppositie gaat meestemmen en afstand neemt van je eigen club. Jorritsma heeft tenminste nog iéts gedaan, al is daar veel kritiek op te leveren. Maar bij haar ging het om verhullend gedrag, om papieren. Bij Borst betrof het de verhouding bewindspersoon versus de samenleving. Daar ging het om een overheid die slachtoffers van zo'n ramp aan hun lot overlaat. Dat vind ik buitengewoon ernstig en in gradatie wezenlijk zwaarder dan de fouten van Jorritsma. Mijn afweging viel dus aan het eind negatief uit voor Borst, dat kon ik echt niet toedekken.''

Maar wat had het uitgemaakt als Borst was opgestapt?

,,Het ging om het beleid, niet haar integriteit. Zij vertegenwoordigde een overheid die tegen haar eigen burgers zegt: hier zijn we niet verantwoordelijk voor, ga maar naar het volgende loket en hoe het verder moet weten we ook niet. Haar aftreden was een signaal naar de ambtenarij geweest. Dat ze weten dat de politiek kan zeggen: jullie hebben er zo'n potje van gemaakt, dit is de uiterste consequentie. En verder ging het natuurlijk om de vertrouwensvraag. Ik vind dat deze minister niet meer voldoende kracht uitstraalt om het in de toekomst allemaal beter te laten verlopen.''

De bel gaat. In de Haagse wijk waar hij woont, worden de zuivelproducten nog persoonlijk aan huis gebracht. De melkboer, lachend aan de voordeur: ,,Die ministers zijn niet weg te krijgen. Het is een te goed betaalde baan, zeker hè?'' Van Gijzel, weer terug aan tafel: ,,Dat bedoel ik nou. De mensen zien dat er te weinig verantwoording plaats vindt. Het Bijlmerdossier heeft aangetoond dat ambtenaren zich steeds meer een vrijbrief verwerven, waardoor de minister de verantwoordelijkheid niet kan invullen en de controle verwatert. Het is de bijl aan de wortel van ons systeem en een basis voor tanend vertrouwen in de overheid. Dat debat moet absoluut op de agenda.''

Het verhaal dat de politieke balans van het Bijlmerdebat vertelt is ondertussen geschreven met inkt van ironie. Terwijl bewindslieden na het debat werden gefeliciteerd, is Van Gijzel met beide voeten terug op politieke aarde. ,,Wat ik wrang vind is dat de inzet die de politiek nu gekozen heeft in geen verhouding staat met die van daarvoor. Ruim zes jaar lang is er geen minister in de Bijlmer geweest. Maar toen het over het pluche ging, was er plotseling afstemming en aandacht. Met die tegenstelling heb ik moeite. Het zegt iets over de politieke cultuur en die moet echt om. De samenleving vraagt echt iets meer dan alleen maar een risicomijdende overheid.''

Wat vind u van het verwijt dat u een soort overbetrokkenheid zou hebben bij de Bijlmerramp?

,,Ik word zo moe van die cynische Pavlov-reacties. Alsof door de gebeurtenissen van woensdag de hele Bijlmerenquête in lucht is opgegaan. Alsof door een politieke wending de feiten plotseling niet meer voor zich spreken. Er is heel veel bereikt. Bij de presentatie van het eindrapport ontstond er vanuit het kabinet aanvankelijk een sfeertje van: we gaan die commissie eens flink de oren wassen. Nou, als je de bijdrage van premier Kok woensdag hoorde, is die houding wel weg.

Ook ik had kritiek op de commissie, maar ze hebben wel een vinger op een zere plek in het overheidsapparaat gelegd en dat besef is heus wel doorgedrongen. Bovendien is er nu een beeld van alle klachten, er is meer duidelijkheid over de ladingpapieren, er komt een noodfonds voor mensen met financiële problemen, het gezondheidskundig onderzoek staat op stapel. En ik ben ervan overtuigd dat de effecten van de Bijlmerenquête echt hun uitwerking zullen hebben in het ambtelijk apparaat.''

En in de PvdA-fractie, lijkt me.

,,Ik ga zeker terugkomen op de gang van zaken van de afgelopen tijd. Ik denk dat het goed is dat we voortaan wat eerder weten wat je écht hebt aan een mandaat dat je vanuit je eigen fractie hebt gekregen.''

En zo eindigt het Bijlmerverhaal voor u zoals het begon...

,,...Ik weet precies wat u nu gaat zeggen. Maar het is waar: ik was de eenzame Bijlmerboy die plotseling allemaal mensen om zich heen had. Na al die maanden kijk je achterom en zie je helemaal niemand meer. Het zal allemaal wel. De teleurstelling van Rob van Gijzel is niet interessant. Maar voor de mensen in de Bijlmer en de hulpverleners is er wel een wereld verschoven.''