De graven van Pembroke

Familieschatten uit vijf eeuwen. De buitenplaats Wilton House in Zuid-Engeland herbergt niet alleen tapdansschoenen van Fred Astaire en een verpleegstersbef van Florence Nightingale, maar ook een bijzondere kunstcollectie. Speciaal voor de portretten van de Vlaamse schilder Anthonie van Dyck werd een immense zaal ontworpen die kan wedijveren met Versailles.

Het schemert 's middags als de priester naar zijn dienst holt. Nog even en schijnwerpers zullen de kathedraal van Salisbury bijlichten. De lege kerk, het onberispelijke plantsoen, de verborgen villa's in de verte en dan die hollende priester: wordt hier soms een moord-aflevering van inspecteur Morse nagespeeld? Waarom groet die man me zo verlegen? En waarom brandt er alleen maar een lamp in die ene kamer onder het dak, daar achter die haag?

Met misplaatste argwaan onderga je als vreemdeling de vriendelijkheid van Salisbury. De Britse oud-premier Edward Heath blijkt zich hier, zo'n twee uur treinen ten zuidwesten van Londen, in de schaduw van het zeven eeuwen oude godshuis te hebben teruggetrokken. Misschien was hij het wel die in die dakkamer piano zat te spelen. Vast en zeker neust hij wel eens rond bij de antiquaar Beach, om de hoek van de kerk, waar de geschiedenis van de Engelse graafschappen en die van het nabije Stonehenge de rest van de wereld overschaduwt. Geen letter over het reisdoel Wilton, de naamgever van het graafschap Wiltshire, waar een curieus priv‚-museum moet zijn gevestigd, hoewel dat hier toch vlakbij ligt.

Vanuit Salisbury meandert over flauwe heuvels een keurige weg naar dit oude weversdorp. In elk huis dat je tegenkomt hadden de ouders van Hans en Grietje kunnen wonen; zo gemoedelijk is de architectuur en zo lieflijk lijken de tuinen. Een vreemdeling wordt meteen als zodanig herkend. Reden voor een 'Wiltonian' om van wal te steken. Men dient goed te weten dat president Bill Clinton dankzij 'deze stad' met zo'n geruisloze, verende tred in zijn 'oval office' kan ijsberen. Nergens wordt een hogere kwaliteit vloertapijten gemaakt. Ooit op de Queen Elisabeth gevaren? De vloer aan je voeten gevoeld? 'Ook uit Wilton!'

Het ligt niet aan de tapijtindustrie, maar aan het geslacht Herbert, de graven van Pembroke, dat dit dorp nog bestaat. Vaak sprong de familie met flink wat stuivers bij voor de zoveelste bouwkundige renovatie of voor alweer een nieuw brandblusapparaat. In feite was deze nederzetting aan de oever van de Wylye in de 13de eeuw afgeschreven. Een sufferd liet op een verkeerde plek in de rivier een brug bouwen. Niemand kon meer van verre naar de markt komen. Aangezien schapen w‚l bereid waren een omweg te maken, stortten de Wiltonians zich op de wolproductie.

In de Middeleeuwen hebben ook hier in Zuid-West Engeland de Denen huisgehouden. De naam van hun koning, Sweyn Forkbeard, deed bij voorbaat het ergste vermoeden. Alles en iedereen van Britse origine moest eraan geloven, nadat de Britten zelf in opdracht van hun koning Ethelred the Unready de Deense kolonisten hadden afgeslacht. Maar historische gebeurtenissen als deze hebben nu het gewicht van een belegen anekdote. Denen mogen hier allang weer over de vloer komen.

Regisseur

Pas toen koning Henry VIII in de 16de eeuw brak met de paus in Rome, zichzelf uitriep tot hoofd van de Church of England en korte metten maakte met de rijke, soms louche kloosters, dook er een graaf Pembroke op. De nonnen van Wilton, bij wie sommige bisschoppen opvallend lang logeerden, raakten voor straf hun abdij en hun grond kwijt. En Sir William Herbert, vriend van de koning ‚n een afstammeling van de graven van Pembroke, werd prompt de nieuwe eigenaar van hun bezittingen. Deze Herbert bleef in Londen een grote staat voeren, maar liet zijn net verworven onroerend goed snel op de kaart zetten. Je wist maar nooit of die nonnen uit wraak de boel kwamen kraken.

Tot op de dag van vandaag woont er een graaf Pembroke in die voormalige abdij, het Wilton House, dat eerder op een deftig woonhuis dan op een museum lijkt.

Hij is inmiddels de 17de Earl of Pembroke, ofwel Henry Herbert (58), regisseur van de eerste tv-afleveringen van The Saint, van een enkele softpornofilm en andere, onbekende, producties. Denk nu niet dat een Hollandse verslaggever even samen met deze regisseur over diens hectares mag slenteren. Af en toe staat er een jeep achter het hoge, zwarte hek, die net als de vlag op Buckingham Palace de aanwezigheid van de baas verraadt. Waar hij precies op het landgoed woont, blijft onduidelijk. Het strenge advies luidt: wandelen over de paden en bij de klimop onder geen enkele voorwaarde rechtsaf. Vanachter een raam wordt op de uitvoering van de instructies toegezien.

Het fiere Wilton House is nog een van de zeldzame Britse priv‚-landgoederen die niet behoren tot de machtige National Trust, de rijkste stichting van het land die het Brits cultureel erfgoed met zorg beschermt maar ook wel graag de inkomsten ontvangt. Vergeleken met Cliveden of Chatsworth is Wilton House een theehuis. De grijs-beige gevels, hier en daar geblanket door de tijd, kregen opmerkelijk veel ramen. De bouw naar ontwerp van Inigo Jones, grondlegger van de Britse, klassieke architectuur, en diens leerling John Webb is nooit voltooid. Aan het vierkante middengebouw ontbreekt een vleugel. En omdat een voorouder van filmer Henry Herbert niet steeds van kamer naar kamer tegen zijn bedienend personeel wilde oplopen, is een inwendige kloostergang toegevoegd.

Het was in dit huis dat koning James I in 1603 de eerste opvoering van Shakespeare's As you like it bijwoonde. Sir Philip Sidney schreef in de tuin aan zijn Arcadia, het belangrijkste stuk proza uit de 16de-eeuwse Britse literatuur. En de 7de graaf van Pembroke kreeg er huisarrest vanwege een moord, waar de familie liever geen woorden aan vuil maakt. Eeuwenlang vormden de linden een baken voor hen die in maanloze nachten naar Salisbury trokken, of weer terug naar Wilton.

In zo'n zelfde maanloze nacht, maar dan in 1994, dacht een man uit Newcastle zijn slag te slaan door het zilver te stelen en de trots van de familie: De moeder van Rembrandt (1631), door Rembrandt zelf geportretteerd, zoals men lange tijd volhield. De dief probeerde het doek aan een 'undercover'-agent te verkopen als 'een oud wijf, zo lelijk dat alleen een zoon het gemaakt kan hebben'. Die haatdragende 'zoon' moet iemand uit de 'immediate circle' zijn geweest, zo stelde het Rembrandt Research Project inmiddels vast.

Spelevaren

In de zeven maanden dat Wilton House toegankelijk is, komen er zo'n honderdduizend mensen op af. Zeker de helft is Brits en die houdt vooral van de 25 rozensoorten, de wijd uitwaaierende ceders en de Japanse watertuin, waarin de karpers klaarliggen om je een vin te geven. Veel mooier is de overdekte 'Palladian Bridge' uit 1737, een romantische arcade met een puntdak op ranke zuilen, die het 'huis-riviertje' de Nadder overspant. Je vraagt je af waarom zulke constructies in natte landen geen 20ste-eeuwse equivalenten hebben gekregen.

Nergens anders ter wereld dan in dit Wilton House is voor de doeken van de Vlaamse schilder Anthonie van Dyck (1599-1641) een afzonderlijke, immense zaal ontworpen, de zogenoemde 'Double Cube Room', waar ook het grootste werk hangt dat Van Dyck ooit maakte. Dit jaar is het vier eeuwen geleden dat de schilder werd geboren. Maar op de herdenkingstentoonstellingen in onder meer Braunschweig en Antwerpen zal je geen doeken uit Wilton tegenkomen. Ze blijven op de plek waar ze vastgenageld thuishoren.

Rubens noemde Van Dyck 'mijn beste leerling'. Al jong wist deze zoon van een puissant rijke Antwerpse textielhandelaar, dat hij het ging maken. En hij maakte het; in zijn geboortestad, in Genua en Rome en vanaf 1632 aan het Britse hof, waar hij als 'principalle Paynter in ordinary to their Majesties' een bijna 'prinselijke' status kreeg. Terecht, want hij had zich allang bewezen - met de beeldschone portretten van de net zo beeldschone Italiaanse markiezinnen, met de turbulente scénes uit Jezus' laatste, aardse levensfase en met zijn soms wat melodramatische hemelvaarten. Zo gracieus en afstandelijk als hij de adel in verf ten dienste stond, zo natuurlijk en innemend ogen de portretten van zijn vrienden en Antwerpse medeburgers. Van Dyck doet je geloven dat schilderen een soort spelevaren is, dat iedereen met dezelfde zwier en inventiviteit kan beoefenen.

In deze Double Cube Room of Anthonie van Dyck-zaal moesten evenals in de State's rooms van Wilton House vooral adellijke gasten worden vermaakt. Hoe aangenamer het verblijf, hoe langer een vorst of hoveling bleef, dus des te meer gunsten de Pembrokes konden verwachten. Het vergulde versiersel aan de witte wanden en het met horden putti bezaaide plafond kunnen wedijveren met Versailles. In 1944 werden in deze zelfde zaal de voorbereidingen getroffen voor de landing van de geallieerden. Voor munitie kon men in een andere kamer van Wilton House terecht en wie gewond raakte, werd er verpleegd.

De verzameling van Wilton House omvat meer dan alleen maar Van Dycks. Er mag dan in 1647 veel verbrand zijn, het wemelt er van de grotere en kleine Italiaanse meesters, van Romeinse sculpturen, van Britse portrettisten, van Hollanders en Vlamingen als Lucas van Leyden en Pieter Brueghel de Jongere, en van bizarre objecten, zoals een in gips gegoten hand van de Italiaanse beeldhouwer Canova

(1757-1822).

Geldnood dwong menig graaf afstand te doen van de familiebezittingen. Zo verdwenen de tapijten, de meubels en de bedden, maar ook honderden schilderijen en een forse bundel tekeningen van Holbein. Begin deze eeuw nog verkocht men het zogenaamde Wilton Diptych, een 15de-eeuws tweeluik, aan de National Gallery in Londen en Mantegna's Judith and Holofernes aan een Amerikaanse verzamelaar.

Op de vraag of de huidige Earl ook verzamelt, antwoordt zijn voorlichter na lang zwijgen dat het om een doek of twee per jaar gaat.

Dagboeken ontbreken, archiefmateriaal over wie, wat waar en wanneer kocht of ruilde, is grotendeels verloren gegaan en met het catalogiseren van de collectie is pas in de 19de eeuw serieus een begin gemaakt. Oude toeschrijvingen hield men graag overeind. Als iets op een Dürer leek, w s het gewoon een Dürer, punt uit. En waarom zou men een Toscaanse groothertog als Cosimo III corrigeren, die in 1669 als dank voor een logeerpartij op Wilton House negen schilderijen schonk van onder anderen Titiaan, Parmegianino en Veronese. Op een veiling bij Christie's in 1951 bracht een doek van Correggio, zo'n zelfde Cosimo-schenking, als broddelwerkje van misschien wel Correggio's achterneef, niet meer dan 273 Britse ponden op.

Haarlok

Direct bij de ingang wordt men verwelkomd door de manshoge staatsieportretten van de plechtig geklede graven van Pembroke, die onbewogen neerkijken op ons 'second rate people', aldus een 20ste-eeuwse nazaat. De marmeren bustes en reliëfs van veelal geschonden Romeinen, een miskoop van de 8ste graaf, staan in de kloostergang pal tegenover enkele 'kalme seetjes' van Willem van de Velde de Jongere, die samen met zijn vader in dienst was van Charles II en James II. Hoe kalm ook, op elk doek wordt wel een driemaster naar de bodem geschoten.

Dat het de familie niet altijd voor de wind ging, blijkt uit de vage schildering van een cupido, verscholen in een nis. Omdat er geen geld was voor een sculptuur, nam men genoegen met een trompe l'oeil. En aangezien Wilton House vooral huiselijk moet lijken, zijn er tussen de familiefoto's van de huidige Herberts ook porselein en munten uitgestald, en snuisterijen als een doosje met een haarlok van koningin Elizabeth I, die hier in de 16de eeuw vaak op bezoek is geweest.

Een van de merkwaardigste vertrekken is de 'large smoking room', versierd met 55 bereden paarden in 55 oorspronkelijke 18de-eeuwse, rood-gouden lijstjes. Elk paard maakt een andere sprong of weer een ander drafje, soms hoogstandjes waarvoor elke 20ste-eeuwse hengst liever een straatje om gaat. Het was Baron Reis d'Eisenberg die ze maakte, een hobbyist en opperstalmeester aan het Oostenrijkse hof.

Wie doorloopt naar de kleine rookkamer, stuit ineens op een paar tapdansschoenen van Fred Astaire, iets verder op een arcadisch bosgezichtje van Claude Lorraine, of, zomaar, op de verpleegstersbef van Florence Nightingale, met wie een van de Earls bevriend was. De chagrijnige hoofden van de Pembrokes en de net zo standsbewuste lords en ladies met wie ze omgingen, kunnen me gestolen worden voor dat ene prachtdoek van de Utrechter Gerrit van Honthorst in de 'large ante room'. In 1636 maakte hij een sober portret van de 16-jarige prins Rupert, een neefje van koning Charles I. De o zo kwetsbare Rupert, gekleed in een zilvergrijze jas en een breedgerande hoed, waartussen een van de mooiste kanten kragen uit de Westerse schilderkunst ligt, kijkt je aan alsof het hof al zijn illusies over vrijheid en blijheid al in de kiem gesmoord heeft. De boogvormige achtergrond van goudokeren verf, waartegen Rupert is afgebeeld, geeft het portret een zeldzame intimiteit. Alsof hij zich daar stil en verdrietig alleen op jou, op die ene bezoeker, wil verlaten.

Om die intimiteit is het Anthonie van Dyck aan het Britse hof niet te doen geweest. De Double Cube Room, het heilige der heiligen van de Herberts, laat daarover geen twijfel bestaan. Van Dycks 'Grand Manner'-portretten moesten onverbiddelijk de rijkdom en de macht, en vooral niet de gemoedsstemmingen, van de 'happy few' vereeuwigen. Natuurlijk hangt hier koning Charles I, en zijn in parels en donkergeel brokaat gestoken Henrietta Maria. Ook hun drie oudste, nog piepkleine kinderen moesten tussen 1632 en 1635 op z'n paasbest poseren. Het portret werd om redenen van gevlei en kale muren voor vele andere royalisten gekopieerd.

Hoe 'second rate' bedienden in die tijd konden zijn, vertelt Mary Villiers, een aangenomen dochter van Charles I. Langer dan ten voeten uit staat zij prinses te wezen. Met opgetrokken wenkbrauwen heeft ze Van Dyck aangekeken, die de gebruikelijke stortvloed van satijn met licht en schaduw overgoot. Een zekere mevrouw Gibson, een dwerg in een matbruin jurkje, mocht haar op heuphoogte een zakdoek aanreiken.

Tussen al die koninklijke coryfeeën liet de 4de graaf van Pembroke (1584-1649) zich bepaald niet wegcijferen. Het allergrootste Van Dyck-schilderij is gewijd aan zijn politieke triomf, en dat was het huwelijk van zijn oudste zoon Charles met diezelfde hooghartige Mary Villiers. Op vijftien vierkante meter, tegen een decorum van zuilen, draperieën en tapijten, troont de oude Pembroke, geflankeerd door Anne Clifford, de dieptreurig ogende vrouw van wie hij een paar jaar eerder was gescheiden. Hij strekt elegant zijn rechterhand uit naar zijn nieuwe schoondochter, zijn redding, zijn nieuwe kapitaal.

De echte kinderen Pembroke moesten op dit doek een kleurrijk tegenwicht bieden aan hun zwart gekostumeerde ouders. En dat doen ze ook. In een flamboyant rood en strak pak steekt bruidegom Charles ver boven zijn jongere broertjes uit. Een paar maanden na de voltooiing van dit doek zou hij in Florence, zestien jaar oud, aan de pokken overlijden. Zijn vader was ten einde raad. W‚g was zijn zoon, en w‚g was de koninklijke bruidsschat. Van de dure verbouwingsplannen kwam niets meer terecht. Wilton House bleef wat het was: een éénvleugelig, huiselijk paleisje voor familie en vreemdelingen. M

Open tot 31/10. Dagelijks 10.30-17.30 uur.Een familieportret van Philip, de 4de graaf van Pembroke, geschilderd door Anthonie van Dyck, domineert de Double Cube Room. Het is het grootste schilderij dat Van Dyck ooit heeft gemaakt.