Berlijn-Sarajevo

Nu de oorlog in Kosovo ten einde loopt, doemt de kwestie van de vluchtelingen op. Vluchtelingen uit Kosovo verblijven tijdelijk in andere landen. Als er vrede komt, moeten ze - vrijwillig of niet - naar hun land terug. De bijna 300.000 Bosnische oorlogsvluchtelingen in Duitsland weten uit ervaring hoe dat gaat.

Als de autobus naar Sarajevo uit Frankfurt vertrekt, zijn er maar vijf passagiers. ,,Kosovo maakt de mensen bang'', zegt Theodor Willy, de chauffeur. Onderweg naar München, de laatste halte in Duitsland, komen er maar zes passagiers bij, allen Bosniërs. Sommigen hebben enorme plastic tassen met bagage bij zich, en voedsel en drank voor onderweg.

De reis vanaf Frankfurt duurt ruim een etmaal – als aan de grenzen geen vertraging is en dat is maar zelden. Het voorjaar straalt, maar de stemming is bedrukt. De Bosniërs, die familie en vrienden gaan bezoeken, weten dat de oorlog om Kosovo tragedies veroorzaakt, zoals ze zelf maar al te goed kennen. ,,Die Arschloch Miloševic moet weg'', vindt Theodor Willy. De passagiers zwijgen instemmend.

De buslijn Frankfurt-Sarajevo (295 mark retour) is een van de tientallen diensten die de Deutsche Touring Gesellschaft onderhoudt. Vrijwel dagelijks vertrekken vanuit steden in het Roergebied, Berlijn en Frankfurt autobussen naar alle landen in Oost-Europa en de Balkan. Wegens de oorlog in Kosovo zijn de diensten naar Belgrado, Priština en Skopje tijdelijk gestaakt. Maar de bussen vanuit Berlijn of Dortmund naar tientallen plaatsen in Bosnië en Kroatië rijden volgens dienstregeling. Naar Mostar gaan er zelfs twee, een naar het stadsdeel van de Bosnische moslims, de andere naar Mostar-Oost waar de Kroaten wonen. Er is een aparte lijn naar Banja Luka, de hoofdstad van de Republiek Srpska, het Servische deel van de Bosnische federatie. ,,De diensten zijn georganiseerd volgens etnische gezichtspunten'', zegt manager Jürgen Raab in het hoofdkantoor in Frankfurt.

Touring, een dochter van Deutsche Bahn, die sinds 1989 samenwerkt met het vooral in West-Europa opererende Eurolines, vervoert hoofdzakelijk (voormalige) gastarbeiders en vluchtelingen uit Oost-Europa en het voormalige Joegoslavië. In 1998 reisden alleen al 23.000 mensen met Touring uit Duitsland naar Sarajevo, 80 procent van hen waren Bosnische vluchtelingen die tijdens de oorlog in hun land naar Duitsland zijn gevlucht. In omgekeerde richting was het aantal reizigers dat jaar iets minder, 21.000. Opnieuw merendeels Bosniërs die terugkeerden, niet als vluchteling maar als toerist, met een visum voor drie maanden.

Het intensieve busverkeer met Bosnië berust op twee pijlers. Het welvarende Duitsland is al sinds decennia populair bij gastarbeiders en vluchtelingen uit Oost-Europa en de Balkan. Ruim 300.000 Bosniërs zochten hun toevlucht in Duitsland toen de etnische oorlogen hun land verscheurden. Maar de laatste drie jaar zijn bijna evenveel Bosnische vluchtelingen uit Duitsland teruggestuurd naar hun land van herkomst – en tallozen gingen met de bus. Wie het ticket niet kon betalen, kreeg het van de sociale dienst.

Duitsland telde eind 1995 350.000 Bosnische vluchtelingen. Na de vrede van Dayton in datzelfde jaar, toen in Bosnië een betrekkelijke rust was teruggekeerd en de wederopbouw was begonnen, besloot de regering-Kohl dat de Bosniërs terug moesten naar hun land. In 1996 vertrokken 15.000, in de twee jaar daarop keerden ruim 200.000 vluchtelingen naar hun land terug. Nu wonen in de Bondsrepubliek nog 85.000 Bosniërs, afgezien van een onbekend aantal illegalen. Voor de Bosnische vluchtelingen in Duitsland gold een aparte verblijfsregeling die afwijkt van de asielverlening zoals in de meeste EU-landen gebruikelijk is. ,,Politieke vluchtelingen uit bijvoorbeeld Afrika of Azië die vervolgd worden en soms hun leven in hun eigen land niet zeker zijn, kunnen in Duitsland in aanmerking komen voor asiel'', zegt Hans Koschnick. ,,Mensen uit Bosnië en nu uit Kosovo – er zijn al 180.000 Kosovo-Albanezen in de Bondsrepubliek – die het oorlogsgeweld ontvluchtten, mogen tijdelijk in Duitsland blijven. Maar als de vrede is teruggekeerd, moeten ze terug.''

De voormalige SPD-burgemeester van Bremen is sinds november de speciale Beauftragte van de Bondsregering, belast met, zoals hij zelf zegt, de `niet geheel vrijwillige terugkeer' van vluchtelingen uit Bosnië die in 1996 begon. Koschnick stelde de Bondsregering vorige maand voor de terugkeer te onderbreken wegens de catastrofe in Kosovo. ,,Er zijn al 15.000 Kosovaren in Bosnië en dat betekent een enorme belasting voor een land dat het al heel moeilijk heeft. Vijftienduizend mensen in Bosnië komt overeen met 200.000 in de Bondsrepubliek'', zegt Koschnick in zijn bescheiden kantoor in het ministerie van Binnenlandse Zaken in Bonn.

Leeggeroofd

Onder de passagiers in de bus zijn geen Bosniërs die abgeschoben (uitgezet) zijn, constateert chauffeur Willy, die perfect tweetalig is; zijn moeder is een Bosnische, zijn vader een Donau-Schwabe uit de Banat (Noordoost-Joegoslavië). Uitzetting is niet het juiste woord. Koschnick: ,,De repatriëring gaat vrijwillig, men wist tevoren waar men aan toe was. Slechts één procent van alle Bosniërs die de afgelopen drie jaar zijn vertrokken, is daadwerkelijk het land uitgezet. De helft van hen was crimineel.''

Willy die duizenden Rückkehrer naar Sarajevo heeft gebracht, wuift de nuances weg. ,,Negentig procent van de Bosniërs die terug moesten, wilden liever in Duitsland blijven. Ze kregen een uitkering van 650 mark per maand. In Bosnië kun je dat niet verdienen.''

Busreiziger Mirsana Martinovic, een veertigjarige tandartsassistente uit Mannheim, is Bosnische van geboorte maar al dertig jaar woonachtig in Duitsland. Ook zij is slachtoffer van de Bosnische oorlog: ,,Mijn man, een Bosniër, heeft een huis in Brcko, de grensstad in het noordoosten van Bosnië, die door Servië en Bosnië wordt betwist. Ze is leeggeroofd en flink beschadigd, maar we kunnen er niets mee zolang onduidelijk is wat er in Brcko gaat gebeuren.''

Martinovic heeft begrip voor het terugkeerbeleid van de regering-Kohl dat door de nieuwe bondsregering van Schröder ongewijzigd wordt voortgezet. Mirsana die de laatste twee jaar elke twee à drie maanden met de Touringbus naar Sarajevo reisde om familie en kennissen bij te staan bij de opvang van kinderen in ziekenhuizen: ,,De meeste Bosnische vluchtelingen in Duitsland willen in hun hart graag naar hun land terug. De grote meerderheid is dankbaar dat ze tijdens de oorlog in Duitsland mochten blijven. De mensen willen hier alleen maar blijven omdat ze slechte berichten horen uit Bosnië. Er is geen werk, het leven is duur en er is woningnood. Veel mensen hebben hun trauma's niet kunnen overwinnen en zijn ziek. Er is geen energie om een nieuw bestaan te beginnen.''

Hans Koschnik, een gezette zestiger, kent de problemen van Bosnië uit eigen ervaring. Als administrateur van de Europese Unie bestuurde hij van 1994 tot 1996 de zwaar beschadigde stad Mostar met de beroemde stenen boogbrug over de Drina-rivier die tijdens de oorlog werd verwoest. Hij probeerde tevergeefs de moslim- en de Kroatische inwoners met elkaar te verzoenen – daarom zijn er twee Touringbussen naar Mostar.

Zijn gevoelens over succes en falen van de terugkeer van de honderdduizenden zijn gemengd. ,,Eenderde van de Rückkehrer is snel geïntegreerd. Dit waren mensen die terug konden naar gebieden met inwoners van dezelfde nationaliteit. Een ander derde deel had het veel moeilijker omdat ze teruggingen naar delen van het land waar veel verwoest is, waar te veel huizen in ruïnes zijn veranderd en waar vaak nog mijnen liggen. Daar moest eerst de wederopbouw beginnen. En ten slotte is er nog eenderde deel dat het heel moeilijk heeft omdat deze mensen niet konden terugkeren naar hun vroegere woonplaatsen. Dat geldt vooral voor de Republik Srpska die gesloten is voor moslims en Kroaten die er vroeger woonden.''

Onder de 85.000 Bosniërs die nog in Duitsland wonen, zijn volgens Koschnick `tienduizenden mensen die men moeilijk terug kan sturen'. Zoals (Servisch-Bosnische) deserteurs, vluchtelingen die getraumatiseerd zijn door hun oorlogservaringen, alleenstaanden en mogelijke getuigen van misdaden tegen de menselijkheid die wellicht nog moeten getuigen op het Bosnië-tribunaal in Den Haag. ,,Ook kan men moeilijk mensen terugsturen naar plaatsen waar geen enkele opvang of verzorging mogelijk is. Oude mensen bijvoorbeeld, die hun familie hebben verloren en nu hun dagen slijten in bejaardentehuizen in Duitsland, geïsoleerd van hun landgenoten. We zullen opvangcentra in Bosnië moeten oprichten waar bejaarden hun laatste levensdagen in hun eigen omgeving kunnen doorbrengen.''

Koschnick voorziet dat de uitbarsting van geweld in Kosovo `verschrikkelijke gevolgen' zal hebben. ,,Nieuwe stromen vluchtelingen geven grote problemen in landen als Macedonië en Albanië.'' De opvang van deze vluchtelingen zal ongetwijfeld ook in het kader van de Europese Unie aan de orde komen. Koschnick maakt zich geen illusies. ,,De regering-Schröder zal als voorzitter van de EU zeker met nieuwe initiatieven komen, en die zullen net zo mislukken als voorheen is gebeurd. In de Europese Unie is het beginsel van burden sharing geaccepteerd. De werkelijkheid is dat het ene Europese land meer doet dan het andere. Daar komt bij dat vluchtelingen hun eigen voorkeuren hebben. Albanese familieclans willen bij elkaar blijven. Dat zie je al in Zwitserland dat een relatief groot aantal Albanezen uit Kosovo (officieel 45.000, red.) heeft opgenomen.''

Gastvrijheid

Voor de opvang van Europese oorlogsslachtoffers zoals de Bosniërs en de Kosovaren stelt de Bondsregering richtlijnen vast. Hetzelfde geldt voor de vrijwillige terugkeer. De uitvoering van het asiel- en terugkeerbeleid is echter de verantwoordelijkheid van de Länder en van de gemeenten die het tijdstip van de `vrijwillige terugkeer' vaststellen. ,,Daarin zijn grote verschillen'', zegt Benedikt Stumpf, voorzitter van de in 1993 opgerichte Deutsche Bosnisch-Herzogowinische Gesellschaft (DBHG) in Dortmund die teruggekeerde Bosniërs helpt een nieuw bestaan op te bouwen. ,,Noordrijn-Westfalen en Hamburg stelden zich veel socialer op dan Beieren.''

Noordrijn-Westfalen – met ruim vijftien miljoen inwoners vergelijkbaar met Nederland – nam sinds 1992, toen de oorlog in Bosnië uitbrak, 75.000 Bosnische vluchtelingen op. Wie geen werk vond, kreeg minimaal een uitkering van 650 mark per maand zoals overal elders in de Bondsrepubliek. Eind vorig jaar waren bijna 50.000 vluchtelingen vrijwillig teruggekeerd, de meesten met een financieel steuntje in de rug van minimaal 650 mark en maximaal 1.200 mark per persoon.

Tot juni 1998 gaf de regering in Düsseldorf aan steun ruim 30 miljoen mark uit. Noordrijn-Westfalen verleende voorts in 1995 ruim 5 miljoen mark subsidie voor woningbouwprojecten die de DBHG (motto: `Geef de vrede vaste voet') met andere organisaties opzette in Sarajevo en Travnik, de hoofdstad van het belangrijke kanton Centraal-Bosnië, waar behalve moslims ook Kroaten wonen. Hamburg is wellicht het meest vooruitstrevend: als enige Land organiseerde het zelf werkgelegenheidsprojecten in Bosnië. De meeste Länder lieten de hulpverlening aan teruggekeerde vluchtelingen in Bosnië over aan de bondsregering die, soms met hulp van het bedrijfsleven, vele tientallen terugkeerprojecten in Bosnië opzette en financierde.

Koschnicks voorganger Dietmar Schlee, voormalig minister van Binnenlandse Zaken van Baden-Württemberg, zei in juni vorig jaar dat Duitsland alles bijeen 19 miljard mark had besteed aan de opvang van vluchtelingen en de wederopbouw in Bosnië. ,,Dat geeft ons het recht in alle duidelijkheid te wijzen op de grenzen van onze gastvrijheid.''

Benedikt Stumpf, zelf evenals buschauffeur Theodor zoon van een Vertriebene, vertelt in zijn minimale kantoortje in Dortmund dat de vrijwillige terugkeer niet overal soepel is verlopen. In Beieren en Berlijn, toevluchtsoord voor illegale vreemdelingen, ook Bosniërs, zijn enige malen ook Bosniërs in grote aantallen abgeschoben wat tot heftige kritiek leidde.

Vorig jaar juli pakte de Berlijnse politie bij een `Nacht- und Nebelaktion' zoals een Duitse krant schreef, 134 Bosnische vluchtelingen op van wie er 74 direct werden uitgewezen. Dat leidde zelfs tot een protest van Madeleine Albright, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. De helft van de 4.000 Bosniërs die in Hamburg leven, heeft een verzoek ingediend om naar de VS, Canada of Australië te mogen emigreren. Stumpf: ,,Dat doen ze heel vaak om tijd te winnen. Zolang zo'n Weiterwanderungsverfahren duurt, kunnen ze niet teruggestuurd worden.''

Tot juni 1998 emigreerden 5.000 Bosniërs daadwerkelijk naar de Verenigde Staten. Ook Nederland is populair bij vluchtelingen die niet terug willen en die niet in Duitsland mogen blijven, zegt Stumpf.

Tragische gevallen

In de bus naar Sarajevo zijn de meningen al even verschillend als het beleid van de Duitse deelstaten. Sommige passagiers hebben kritiek, maar Mirsana Martinovic is het er mee eens dat Bosnische mannen in Beieren en Baden-Württemberg gedwongen waren werk te zoeken. ,,In Bosnië werkten ze ook en veel mensen willen graag werken. Psychologisch is het trouwens beter dat mannen werken in plaats van werkloos thuis te zitten. Veel vrouwen verdienden wat als schoonmaakster. Ze waren meestal tevreden.''

Leven van een uitkering in Duitsland is moeilijk genoeg, maar beter dan leven zonder werk in Bosnië, meent een bejaard Bosnisch echtpaar dat maar enkele woorden Duits spreekt. Chauffeur Theodor herinnert zich tragische gevallen onder de vluchtelingen die terugkeerden. ,,Vorig jaar juli stond een gezin bij de bushalte. Ze moesten terug, maar wisten niet waarheen. Mensen die niet terug kunnen naar hun vroegere woonplaats, gaan naar Sarajevo. Naar opvangcentra.''

De busreis van Frankfurt naar München, de grootste verzamelplaats van ex-Joegoslaven in Duitsland, voert langs de halteplaatsen voor Oost-Europa. De beelden verschillen zoals het beleid van de Länder. In Mannheim, in een rommelig park, wacht een grote groep Roemenen op de bus naar Boekarest. De meesten zien er onverzorgd en armoedig uit, met kleren die tot op de draad versleten zijn. Dagelijks vertrekken hier twee autobussen naar Roemenië, een van Touring en een Roemeense bus, met een enorme aanhangwagen die volgepropt is met alles wat men in Roemenië kan gebruiken – en in Roemenië is aan alles gebrek.

In Stuttgart, hoofdstad van Baden-Württemberg, stopt de bus op een kraakhelder plein voor het statige Hauptbahnhof. Anders dan in Mannheim is hier geen eettentje en zelfs geen wc. ,,Anders ziet het er meteen uit als op de Balkan'', zegt de stationschef.

In het brave katholieke Ulm, laatste stop voor München, stapt niemand in. Een sjofele man geeft Theodor een enveloppe met 200 mark. ,,Voor een vriend in Travnik.'' Theodor plakt de enveloppe zorgvuldig dicht en bergt hem op in een kastje dat wordt afgesloten. ,,Ik ben liever geen postbode, met pakketten weet je nooit wat je aanhaalt.''

Onderweg op de overvolle Autobahn naar München stemt chauffeur Theodor de radio af op een lokaal station. Een Duitse vrouw vertelt over het Centrum voor behandeling van slachtoffers van martelingen dat de Amnesty-afdeling van Ulm heeft opgericht. Ze noemt voorbeelden, niet van Bosniërs of Kosovaren, maar van Koerden die uit een Turkse gevangenis zijn ontkomen. In de bus weer gezwegen.