België verbiedt vet vleesproduct

. De Belgische regering verbiedt nu ook de verkoop van een aantal rundvlees- en varkensproducten, in verband met de dioxinenbesmetting van veevoeder. Het gaat om vleesproducten met een hoog vetgehalte, zoals paté, salami en bloedworst. Zuivelproducten mogen nog wel verkocht worden. Het verbod op kip- en eiproducten is voor onbepaalde tijd gehandhaafd.

Premier Dehaene maakte de maatregelen gisteravond laat in Brussel bekend na een dag crisisberaad. De Europese Commissie heeft een exportverbod afgekondigd voor Belgisch varkens- en rundvlees en drong bij de regering aan op bijkomende maatregelen. De socialisten in de Belgische regering waren voorstander van drastisch ingrijpen, maar de Vlaamse christen-democraten, die nauwe banden hebben met de boerenbond, aarzelden. Vooral de dreigende maatregel om zuivelproducten uit de handel te halen zou grote gevolgen hebben gehad.

Premier Dehaene kwam gisteren overhaast terug van de Europese top in Keulen om zich persoonlijk te bemoeien met de dioxinencrisis. Hij hield telefonisch contact met demissionair Commissievoorzitter Santer.

De internationale gevolgen van de dioxinencrisis worden steeds groter. Steeds meer landen, tot en met Zuid-Korea, verbieden de import van Belgisch pluimvee en varkens. Frankrijk verbiedt ook Belgische geiten en schapen.

Het Belgische ministerie van Landbouw maakte gisteren bekend dat het vervoerverbod voor varkens en runderen, dat gisteren werd ingesteld, is verlengd tot en met dinsdag. Dat betekent dat de overheid meer tijd nodig heeft om alle bedrijven op te sporen die mogelijk met dioxinen en PCB's besmet voer hebben gebruikt. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat negen veevoederfabrikanten besmet voer hebben verkocht, maar inmiddels blijken dat er tien te zijn.

Volgens staatssecretaris Faber (Landbouw) en minister Borst (Volksgezondheid) is de Nederlandse consument op tijd ingelicht over de risico's. Dat zeggen minister Borst (Volksgezond- heid) en staatssecretaris Faber (Landbouw) naar aanleiding van de onrust die daarover is ontstaan.

De beide bewindslieden konden echter niet duidelijk maken wat het exacte risico voor de Nederlandse consument is. Volgens hen is uit een analyse van in Nederlands gebruikt veevoer gebleken dat er geen dioxine-vergiftiging is. Zij wisten dat echter pas begin deze week.

Op 29 april al werd duidelijk dat ,,een partijtje soepkippen'' (tien tot twintig ton) dat besmet veevoer heeft gekregen waarschijnlijk op de Nederlandse markt was afgezet. Uit onderzoek blijkt dat deze hele lading inmiddels is verkocht en, naar alle waarschijnlijkheid, geconsumeerd. Omdat zich geen klachten hebben voorgedaan, achtte het ministerie van Landbouw het niet nodig om de consument in te lichten.Volgens Borst is pas deze week een publiekscampagne gestart omdat de Belgische overheid ,,onduidelijke informatie'' naar buiten bracht over de dioxone-kippen. ,,De Belgische overheid weet niet meer duidelijk te maken wat er nou wel en niet besmet is'', aldus Borst. Zij erkende echter wel dat staatssecretaris Faber ,,wat lang had gewacht'' om het ministerie van Volksgezondheid op de hoogte te stellen van de kwestie. Dat gebeurde op 18 mei, zes dagen nadat Landbouw de Belgische fax over verdachte voerleveranties had ontvangen. Borst zelf hoorde van haar ambtenaren pas op 28 mei wat er speelde.