Angst voor vernieuwing

EUROPA IS OP ZOEK naar een koers en het ziet er niet naar uit dat die op korte termijn gevonden zal worden. Sinds het vastklinken van de onderlinge wisselkoersen van de elf `eurolanden' op 1 januari is de koers van de euro met twaalf procent gedaald. Het vooruitzicht op het einde van de oorlog in Kosovo en de Europese top van de afgelopen twee dagen in Keulen hebben de slechte start van de Europese munt helaas niet omgebogen.

De euro is het slachtoffer van economische krachten en politieke zwakte. En, alle zalvende woorden van de verklaring die de Europese regeringsleiders gisteren hebben gepubliceerd ten spijt, van bestuurlijke verdeeldheid. Geen wonder dat de valutahandelaren de euro laten vallen. Zolang de economische, politieke en institutionele kwesties onopgelost blijven, zal dat waarschijnlijk niet anders zijn.

De euro is zwak ten opzichte van de sterke dollar. De aantrekkingskracht van de dollar vloeit voort uit de zinderend groeiende Amerikaanse economie en de algemene verwachting is dat de Amerikaanse centrale bank de rente binnenkort zal verhogen. Hogere rente maakt een munt aantrekkelijker.

HET SPIEGELBEELD hiervan is de euro. De Europese economie is zwak – Italië is officieel in een recessie beland, Duitsland staat stil en Frankrijk sukkelt – en de Europese Centrale Bank heeft de rente onlangs verlaagd. Afgezien van het concurrentievoordeel dat een zwakke munt oplevert, zijn de perspectieven voor economisch herstel in euroland niet gunstig. Dat komt doordat de regeringen terugdeinzen voor het aanpakken van de obstakels voor groei.

De Europese top zou een werkgelegenheidspact aangaan, maar dat is niet gebeurd. Dat is maar goed ook, want de voorstellen die in de aanloop naar de top circuleerden schoten jammerlijk tekort. Kwantitatieve doelstellingen voor werkgelegenheid zijn net zo zinloos als doelstellingen voor het weer. De structurele aanpassingen waartegen invloedrijke lobbygroepen zich verzetten bleven buiten schot: hervormingen van de sociale zekerheid, belastinghervormingen, aanpassingen van de arbeidsmarkt. Duitsland is weliswaar Oskar Lafontaine kwijt, en de nieuwe minister van Financiën streeft naar een soberder begrotingsbeleid, maar economisch leiderschap heeft de regering-Schröder nog niet getoond. De Duitse variant op de `Melkertbanen' is zojuist fiscaal onmogelijk gemaakt. Het Bündnis für Arbeit, de dialoog met de sociale partners, heeft nog geen hervorming opgeleverd.

In Frankrijk is het met de verplichte invoering van de 35-urige werkweek niet beter gesteld. Italië heeft vorige week van de EU-ministers van Financiën toestemming gekregen zijn begrotingstekort op te rekken. Geen wonder dat de Angelsaksische yuppen in de financiële markten besluiten de euro te negeren omdat de bereidheid tot structurele hervormingen die banenscheppend en groeibevorderend zijn in de grote eurolanden ontbreekt.

DAN ZIJN ER de institutionele tegenstrijdigheden. De presidenten van de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken, de Europese ministers van Financiën, de Europese regeringsleiders en een enkele Eurocommissaris: ze laten zich allemaal uit over de koers van de euro. Dat schept meer verwarring dan helderheid, en het weerspiegelt de niet-uitgekristalliseerde verhoudingen tussen de monetaire, financiële en politieke autoriteiten. Zo hield minister Zalm (Financiën) onlangs een curieus pleidooi voor verwaarlozing van de euro, omdat een zwakke koers de Europese economie helpt aanzwengelen en er geen inflatiegevaar dreigt. Kort daarvoor waarschuwde president Wellink van De Nederlandsche Bank voor oplopende inflatie in Nederland en gisteren nog zei de president van de Bundesbank dat een zwakke euro `geen goed nieuws' is.

Ieder land krijgt de kracht van de munt die het verdient. Ook euroland. De perspectieven voor de euro zijn goed op de `middellange en lange termijn', verklaarden de Europese regeringsleiders in Keulen. Zoals Keynes al zei: op de lange termijn zijn we allemaal dood.