Wagner heeft er een potje van gemaakt

Van Worms tot Würzburg wordt de nagedachtenis aan de mythische drakendoder Siegfried levend gehouden.

Op de top van de heuvel verdwijnen de laatste nevelslierten en breekt de zon door de bomen. Naaldbomen, want de machtige eiken die hier vroeger stonden, zijn in tijden van houtschaarste gekapt en vervangen door sneller groeiende soortgenoten. Hier, in het Odenwald bij Gras-Ellenbach, zo'n veertig kilometer ten oosten van Worms, is volgens de overlevering de plaats waar de held Siegfried in de vijfde eeuw na Christus werd vermoord door zijn vijand Hagen. Terwijl de stoere Bourgondiër na een vermoeiende jachtpartij zijn dorst leste bij een bron onder een linde, werd hij met een speer in zijn rug gestoken. `Overal waren de bloemen nat van het bloed' meldt het middeleeuwse Nibelungenlied waarin Siegfried een van de hoofdrollen speelt. `Hij stort boven zijn schild in elkaar' geeft Richard Wagner als regie-aanwijzing in zijn op de Siegfriedsage gebaseerde `Bühnenfestspiel' Götterdämmerung.

Bloemen zijn op de open plek in het `woud van Odin' niet te vinden; en de lindeboom die Siegfried in de vijfde eeuw beschutting bood, was al dood toen de anonieme dichter van het Nibelungenlied rond 1200 zijn tienduizend verzen neerschreef. Maar de bron is er wel – althans de stenen bedding en het gedenkkruis die werden aangebracht na de herontdekking door een Nibelungen-vorser in 1851. Een paar woudvogels zingen, en verder is het stil. De beroemde Siegfried-Quelle, een van de hoogtepunten van de toeristische `Siegfriedstrasse' die van Worms naar Würzburg voert, staat droog.

,,U hebt pech,'' zegt een half uur later de uitbater van Café Hügel, dat wandelaars lokt met kannetjes koffie en appeltaart voor diabetici. ,,Echt bronwater komt er al sinds de jaren vijftig niet meer uit – een gevolg van de veranderde grondwaterstand. Maar er is een waterleiding naartoe gelegd, en die wordt in het hoogseizoen wel eens aangezet; dan ziet het er wat spectaculairder uit. Erg vaak is dat trouwens niet, want er komen hier nog maar weinig mensen. Jongeren willen pretparken en water waarin je kunt zwemmen, en de ouderen die hier sinds jaar en dag komen sterven uit. Schwierig, schwierig.''

Hotel Kriemhilde

In Gras-Ellenbach mag de nagedachtenis aan Siegfried verwaarloosd worden, in Worms is ze onontkoombaar. Het stadje aan de Rijn, dat in het begin van de vijfde eeuw heel even de zetel van het Bourgondische koningshuis was (en daarmee de setting van het eerste deel van het Nibelungenlied), is trots op de legendarische drakendoder; en trots op alles wat met Siegfried, zijn wraakzuchtige vrouw Kriemhilde (`Gutrune' bij Wagner), zijn zwager koning Gunther of een van de andere personages uit het populaire middelhoogduitse epos in verband kan worden gebracht. Wie naar Worms gaat, logeert in Hotel Kriemhilde, eet Siegfriedsteak en Nibelungenschnitzel, passeert de Hagenstrasse en de Brunhildebrücke, en wandelt met een speciale kaart van de VVV langs de herinneringsplaatsen van de `Nibelungenweg'.

Enige fantasie en suspension of disbelief is daarbij wel nodig. Want uit de donkere middeleeuwen, de tijd van de de historische Bourgonden-koning Gundahar, is niets terug te vinden; niet zo vreemd als je bedenkt dat het model voor de Gunther uit het Nibelungenlied maar een jaar of twintig regeerde voor hij door een verbond van Romeinen en Hunnen in 435 van de kaart werd geveegd. Ook Siegfried, de `Held aus Niederland' (Xanten) die in Worms zijn vrouw en zijn einde vond, heeft hier geen archeologische sporen achtergelaten. Op het plein voor de dom ligt weliswaar sinds onheuglijke tijden een manshoge driehoekige steen die hij in een vlaag van woede naar de kerk zou hebben gesmeten, maar spelbrekende historici hebben uitgewezen dat de reuzenklomp gebruikt is voor het persen van druiven voor de in Worms en omstreken gebottelde Liebfraumilch.

Net als Homerus tweeduizend jaar vóór hem, maalde de dichter van het Nibelungenlied niet om anachronismen. In de 39 `avonturen' van zijn heldendicht verwerkte hij oude sagen en historische gebeurtenissen uit de vijfde én zesde eeuw, om die te combineren met eigentijdse landschaps- en stadsbeschrijvingen. Maar zelfs van de door hem beschreven glorie van het twaalfde-eeuwse Worms is weinig overgebleven, na de verwoestingen van de Dertigjarige Oorlog, een Franse strafexpeditie in 1689 en de Tweede Wereldoorlog. Alleen de Kaiserdom rest nog, en daarmee het zijportaal waar, in het veertiende avontuur van het Nibelungenlied, de twee koninginnen Kriemhilde en Brunhilde met elkaar streden over de vraag wie het eerst de kerk mocht binnengaan – een ruzie die op lange termijn zou leiden tot de moord op Siegfried en de wraak van Kriemhilde (zie kader).

En dan is er natuurlijk de Rijn, niet alleen de belangrijkste verkeersader in het tijdperk van helden en koningen, en een van de belangrijkste decors van Wagners Der Ring des Nibelungen, maar ook de rivier waarin volgens het Nibelungenlied de bruidsschat van Kriemhilde door de boze Hagen verzonken werd, om te verhinderen dat het kapitaal gebruikt zou worden om Siegfried te wreken. De laatste rustplaats van het `Rheingold' is zo'n dertig kilometer boven Worms, in een bocht bij het voormalige Lochheim (`ze Lôche in den Rîn', zegt het middeleeuwse handschrift); en hoewel er in deze contreien eeuwenlang goudstof uit de rivier is gewonnen, is er nog nooit een denarie van teruggevonden. Het heeft de negentiende-eeuwse romantici in Worms er niet van weerhouden om op het voormalige toernooiveld aan de Rijn een Anton Pieck-achtig beeld neer te zetten: een nors kijkende Hagen tilt staande op een wankel bootje een schaal met kunstvoorwerpen boven zijn schouder om die voorgoed tot zinken te brengen.

Doornroosjeslaap

De Nibelungen-Denkmäler in Worms dateren voor het merendeel uit de negentiende eeuw, de eeuw waarin het Nibelungenlied `na een lange Doornroosjeslaap'* als literair meesterwerk werd herontdekt, om onder meer door Wagner als fundament voor een nieuw kunstwerk te worden gebruikt. De toeristische folder van de Wormser VVV voert je van de quasi-middeleeuwse Nibelungenpoort op de brug over de Rijn naar een vroeg-twintigste-eeuwse fontein waarop Siegried een draak vertrapt. Via de oostelijke stadsmuur, waar volgens de folder in het jaar 2000 (wanneer het Nibelungenlied zijn 800ste verjaardag viert) het Nibelungenmuseum moet verrijzen: `eine driedimensionale virtuelle Welt' waarin de bezoeker met een koptelefoon op alles te weten komt over de Germaanse sagenwereld en de Duitse epen uit de Middeleeuwen.

De muur, een meter of zes hoog met gotische bogen en twee robuuste wachttorens, maakt een wat trieste indruk. In het parkje eromheen rommelen alcoholisten met lege flessen, de transen zijn bemand door grauwe duiven, en op de trappen naar boven klitten rokende jongeren bij elkaar. Een grote stapel werkloze stenen achter een bouwhek doet vermoeden dat het Nibelungenmuseum zich voorlopig nog in de ondimensionale virtuele fase bevindt.

Met geldgebrek heeft dat niets te maken, krijg ik een dag later op het stadhuis te horen van een ambtenaar met de Wagneriaanse naam Gunter Heiland. Hij kan het weten, want hij is zowel de secretaris van het tien jaar geleden opgerichte Nibelungen-Gesellschaft, als de rechterhand van de burgemeester van Worms. ,,De bouwplannen zijn al lang klaar,'' zegt hij terwijl hij me een dikke map met een geïllustreerd Programm voor het Nibelungenmuseum in handen duwt. ,,Maar het werk ligt even stil omdat er een burgerprotest tegen het concept op gang is gekomen. Men eist een volksraadpleging omdat het eeuwig zonde zou zijn als de oude stadsmuur door een nieuwe aanbouw verpest zou worden. De burgers van Worms reageren veel te emotioneel, ze realiseren zich niet dat er aan die stukken muur eeuwenlang voortdurend verbouwd en gerestaureerd is. Storm in een glas water. Neemt u van mij aan dat dat museum er komt, niet volgend jaar helaas, maar wel in 2001. Op tijd voor het jubileum, want niemand kan op het jaar af zeggen wanneer het Nibelungenlied ontstaan is.''

Gehaast, want hij moet naar een stafvergadering, vertelt Gunter Heiland dat de 800ste verjaardag van het Nibelungenlied groots gevierd gaat worden, met lezingen, tentoonstellingen, middeleeuwse markten en speciale `Nibelungenfestspiele' op het plein voor het westelijk koor van de dom. Het meerdaagse programma zal bestaan uit toneel, dans en muziektheater – alles gebaseerd op de klassieke tekst. Aan Wagners Der Ring des Nibelungen zal geen aandacht worden besteed, want in de ogen van Heiland heeft de beroemde componist er een potje van gemaakt. ,,Met het Lied heeft Wagners tekst niet veel te maken. Ja, Siegfried heeft een hoofdrol, hij wordt vermoord door Hagen, en zo nog wat. Maar de wraak van Kriemhilde, hoofdmoot van het Nibelungenlied, speelt bij Wagner geen rol. Hij was meer geïnteresseerd in de godenwereld dan in legendarische en historische figuren. Zijn inspiratie kwam vooral van de zogeheten Wälsung-saga uit de Scandinavische mythologie.''

Der Ring des Nibelungen mist volgens Heiland de Germaanse achtergrond van het Nibelungenlied. Als ik opmerk hoe ironisch het dan is dat Wagner vaak wordt gezien als een pleitbezorger van het Germanendom, verliest de Beigeordneter zijn belangstelling voor het gesprek. Nadat hij me heeft aangeraden om in verband met de historische Nibelungen het klooster van het nabijgelegen Lorsch te bezoeken, laat hij me uit. Als bewijs voor de geringe populariteit van Wagner in de Nibelungenstad Worms, zie ik tegenover het stadhuis een reclameaffiche voor een groot Operngala op 27 juni in de dom: Verdi, Rossini, Puccini, Bizet – al Wagners tijdgenoten zijn vertegenwoordigd, maar de Ring schittert door afwezigheid.

Slopers

Het is in Lorsch dat het Nibelungenlied het dichtst bij komt. In een groot park op een heuvel in het dorp bevinden zich de resten van een Benedictijner klooster dat in de achtste eeuw gesticht werd en dat in de tijd van de Nibelungendichter beroemd was om zijn enorme bibliotheek. Helmut Berndt, die een populair-wetenschappelijke studie over het Nibelungenlied publiceerde*, maakt zelfs aannemelijk dat een van de eerste versies van het Lied in het scriptorium van dit klooster werd neergeschreven. Van het oorspronkelijke karolingische gebouw, dat vaak bezocht werd door de eerste Duitse keizers, blijkt weinig over: alleen een triomfpoort met drie bogen en opvallend beige-rood metselwerk staat nog. Uit de eeuwen erna rest naast een imposante muur alleen nog de Vorkirche van het klooster – door vroeg-moderne slopers gespaard als schuur om tabak in te drogen.

Maar Nibelungenreizigers gaat het vooral om het kleine archeologisch museum dat zich achter de grote deur van de kapel bevindt. Niet wegens de sarcofaag van koning Lodewijk de Duitser (806-876) die er geëxposeerd wordt, maar wegens de geheimzinnige stenen kist die daar tegenover staat. Het roodbruine gevaarte valt meteen op door zijn lengte: bijna tweeëneenhalve meter. Volgens de gids die de kerkdeur heeft geopend, is de sarcofaag gevonden op de plaats van een ander klooster, Hagen (!), ten zuiden van Lorsch, waar hij in gebruik was als drinkbak voor paarden. Inscripties staan er niet op, het ding is niet te dateren, maar voor Nibelungenspeculanten staat vast dat dit de laatste rustplaats van Siegfried is geweest. Werd de held uit Xanten in de legendes niet beschreven als een man van reusachtige proporties? En staat in het Lied niet precies beschreven waar Siegfried zijn laatste rustplaats vond?

Zu Lorsch im hohen Münster, berühmt von Land zu Land,

In einem langen Sarge er seine Ruhe fand.

Natuurlijk is niet te zeggen of de sarcofaag ooit de botten van Siegfried heeft bevat – als er al een historische figuur met die naam en reputatie heeft bestaan. Het ligt meer voor de hand dat de dichter van het Nibelungenlied de opvallende kist kende en hem besloot te vereeuwigen. Maar het maakt niet uit. Plotseling sta je tegenover een decorstuk uit een eeuwenoud epos. En wie zich over de rand van de stenen badkuip buigt, doet een mooie ontdekking. De binnenkant van de steen is versierd met symbolen. Het traditionele christelijke kruis, dat hoort bij een middeleeuwse ridder, wordt afgewisseld met een gestileerde versie van de Germaanse levensboom. Het is de Weltesche (wereld-es) die in de noordse mythologie een belangrijke rol speelt, en die in Wagners Götterdammerung door de oppergod Wotan in mootjes wordt gehakt om het Walhalla in brand te steken. Op `Siegfrieds Sarge' in de abdij van Lorsch haken het Nibelungenlied en Wagners Ring heel even in elkaar.

*Helmut Berndt: Die Nibelungen

Auf den Spuren eines sagenhaften Volkes. Uitg. Bastei-Lübbe, 336 blz.

Bernard Shaw: De volmaakte Wagneriaan. De Ring des Nibelungen toegelicht. Uitg. Wereldbibliotheek

Wagners `Siegfried' wordt op 4, 12, 20 en 28 juni om 17u30 uitgevoerd in het Amsterdamse Muziektheater; `Götterdammerung' op 7, 15, 23 en 30 juni. Beide opera's zijn op resp. 20 en 23 juni op groot scherm te zien in het Amsterdamse Oosterpark.

Inl. 020-5518922.