Uiropa

Joeroow, zeggen de Britten. Oiro zeggen de Duitsers. Anders dan de dollar, waarvan de uitspraak wereldwijd verrassend kleine accentverschillen heeft, vertoont de ene Europese munt zich in verschillende klankgedaanten. Dat geldt niet alleen tussen de Europese landen zelf: er is een aan de euro deelnemend land met een klein taalgebied waarbinnen er zelfs verschillen in uitspraak zijn. En dat is Nederland.

De gewone man zegt hier euro, met de eu als in geur, scheur, en teleur. Maar er circuleert ook een andere euro. De ui-ro, waar de eu wordt uitgesproken als in eurythmie, therapeut en euforie. Wie er precies met uiro begonnen is zal nooit meer te achterhalen zijn. Maar de doorbraak van de uitspraak komt voor rekening van Wim Deusenberg zelf, de Nederlandse president van de Uiropese Centrale Bank.

De bankpresident in kwestie is een man van autoriteit, en hij weet wat de uiro betreft als geen ander waarover hij het heeft, en dat is verleidelijk. Het kweekt navolgers: zij die met het spreken van de uiro tonen of veinzen dat de klassieke opvoeding niet aan hen voorbij is gegaan. De eu in euro heeft nu eenmaal Griekse wortels. Europa was het liefje van Zuis, die haar ontvoerde in gedaante van een steur.

Maar de uiro-zeggers wekken bewust of onbedoeld ook de indruk beter op de hoogte te zijn van financiële en monetaire zaken dan de euro-zeggers. En dat kan voor misverstanden zorgen. Ieder zijn uitspraak natuurlijk, maar zo zorgt de eenheidsmunt wel voor een tweedeling. Misschien moet iemand er eens een symposion aan wijden.

Maarten Schinkel