Stijging van inflatie zet door in mei

De inflatie is in mei op jaarbasis opnieuw toegenomen. In mei bedroeg de stijging van de consumentenprijsindex 2,3 procent ten opzichte van de zelfde maand vorig jaar. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bericht.

Met het mei-cijfer bedraagt de inflatie over de eerste vijf maanden van dit jaar nu gemiddeld 2,2 procent. Dat is fors hoger dan aan het eind van vorig jaar werd verwacht.

In Europees verband is de Nederlandse inflatie aan de hoge kant. Volgens de geharmoniseerde index voor de consumentenprijzen, een methode van inflatieberekening die in de Europese Unie uniform wordt toegepast, bedroeg de Nederlandse inflatie in mei 2,1 procent.

Een pan-Europees cijfer voor mei is nog niet beschikbaar. In april bedroeg de geharmoniseerde inflatie in nederland 1,9 procent, tegen een gemiddelde van 1,1 procent voor de elf landen die deelnemen aan de euro.

Vorige maand waarschuwde president Wellink van De nederlandsche Bank dat de inflatie niet te ver mag oplopen, en sprak de overheid er op aan dat belastingen, leges en de prijzen van andere overheidsdiensten deels verantwoordelijk zijn voor de oplopende inflatie.

De afgeleide prijsindex, waarin het CBS de inflatie berekent zonder overheidsdiensten mee te tellen, steeg in mei met 1,8 procent. Dat is 0,5 procentpunt minder dan de totale prijsindex. Daarmee was de overheid dus ook in mei verantwoordelijk voor een excessieve prijsstijging.

Op maandbasis, tussen april en mei, zijn de consumentenprijzen gemiddeld niet veranderd. Fruit werd deze maand duurder, evenals meubelen en autobrandstoffen. Verse groenten en aardappelen, koffie en eieren, kleding en schoeisel werden iets goedkoper. Vorig jaar daalden de prijzen van april op mei nog licht.