Skulls

Hij is afgebeeld op piratenvlaggen, gifflesjes en T-shirts van duistere hardrockbands. De schedel is hèt symbool om mensen de stuipen op het lijf te jagen en te waarschuwen voor hun naderende dood. Die functie heeft het doodshoofd al sinds de Middeleeuwen.

Het doodshoofd heeft bij beeldend kunstenaars in de eeuwen daarna niet aan populariteit ingeboet. Kunstenaars als Damian Hirst of Marina Abramovic gebruiken recentelijk de botten en schedels van dieren om hun publiek te shockeren of bewust te maken van de gruwelen van oorlogen.

Dergelijke horror-achtige taferelen hoef je op de tentoonstelling `Skulls' in Galerie Barbara Farber-Rob Jurka niet te verwachten. Kunstenaar Marc Mulders, bekend om zijn pasteuze schilderijen van gevilde konijnen en opengesperde ossen, stelde een aardige thematentoonstelling samen met werk van bevriende kunstenaars die de schedel vooral als schilderkunstig en sculpturaal uitgangspunt hebben gebruikt. Zelf toont Mulders een stel kleine schilderijen die uit dikke lagen verf zijn opgebouwd en waar, net als schedels die Cézanne schilderde, uit de tegengestelde penseelbewegingen plotseling de vorm van een schedel opdoemt. Het zijn fraaie, beweeglijke doeken die de doodskop nieuw leven inblazen en haast driedimensionaal doen lijken.In de meeste werken op de tentoonstelling functioneert de schedel louter als betekenisloze vorm, als studie-object, en is daarom in feite inwisselbaar door willekeurig welk ander onderwerp. Paul van Dongen benadert het thema in zijn traditionele etsen en aquarellen zoals hij dat in zijn werk doorgaans met het menselijk lichaam doet: afstandelijk, gedetailleerd en vanuit verschillende hoeken bekeken als in een anatomisch prentenboek. De tekeningen hebben het karakter van academische vingeroefeningen en tonen verschillende onderdelen van de schedel tegen de witte achtergrond van het papier. De aquarelverf zorgt voor mooie kleurnuances en schaduwen op het bot, met opgedroogd pigment dat de scheuren in de hersenpan weergeeft. Aangrijpender, maar nog steeds uitgaand van vorm en materiaal, zijn de schijnbaar afgerukte koeien- en varkenskoppen in klei die Guido Geelen op een houten schraag heeft uitgestald. De beelden zien eruit alsof ze al een tijdje geleden door een slager achtergelaten zijn. Het vlees is inmiddels half verteerd en de huid hangt wat rafelig om de schedel heen. Ondanks het onsmakelijke karakter van het onderwerp, zijn Geelens beelden niet sensationeel of schokkend, maar eerder tijdloos en esthetisch.

De keramische beelden van Gijs Assmann en de schilderijen van Reinoud van Vught zijn de enige werken op de tentoonstelling waarbij de onheilspellende lading van het doodshoofd ook werkelijk voelbaar is. Van Vught schilderde een mysterieuze voorstelling met spinnenwebben, groen gebladerte en enkele schedels die vanuit de duisternis opdoemen. De menselijke resten zijn slechts vaag zichtbaar, alsof ze op de bodem van een diep donker meer liggen of bedekt zijn onder een dun laagje aarde. Met beelden van massagraven in je achterhoofd is het niet moeilijk om bij het zien van dit schilderij je fantasie de vrije loop te laten.

De beelden van Gijs Assmann zetten je in eerste instantie op het verkeerde been. Zijn liggende koppen lijken van de ene kant bekeken op groteske, vrolijke portretten, maar wanneer je er omheen loopt en ze van de andere kant bekijkt, blijken ze te transformeren in macabere doodskoppen. Wat eerst een hoedenrand leek te zijn, wordt nu een verbeten grijns en een haarkrul is op zijn kop gezien plotseling een weggeslagen neus. Assmann leidt de toeschouwer in slechts twee stappen van leven naar dood. Zijn beeldengroep is een hedendaagse vanitas die laat zien hoe verraderlijk en onzichtbaar de grens tussen de twee werelden zijn kan.

Skulls. T/m 26 juni in Galerie Barbara Farber-Rob Jurka, Singel 28, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u.