Openbaring of Van 't Hek

Het zal 1 januari 2000 worden en er zal niets gebeuren. Is dat een opluchting of een teleurstelling? 22ste aflevering van een serie van Bas Heijne in het laatste jaar van het millennium.

Dat is nog eens nieuws: een onderzoek laat zien dat de Nederlander alle aandacht voor het komende Millennium zwaar overdreven vindt. Niemand schijnt echt te denken dat om middernacht 31 december 1999 de hemel naar beneden komt. Er wordt niet gevreesd voor vloedgolven, aardschokken en buitenaardse invasies. En ook Christus wordt niet terugverwacht. Vijftien procent van de bevolking maakt zich wel zorgen, maar die zorgen zijn eerder prozaïsch dan metafysisch: men is bang dat om twaalf uur het licht uitvalt, dat ziekenhuizen plotseling zonder stroom komen te zitten, vliegtuigen spontaan neerstorten, of nog erger, dat de computers op de zaak of op de beurs het begeven. Dat zijn geen dreigende godsgerichten, daar kan iets aan gedaan worden. Een paar praktische vergaderingen, gerichte voorlichting van de overheid, een paar glazen champagne op Oudjaarsavond en het zal allemaal wel meevallen.

En Youp van `t Hek, lees ik in een andere krant, heeft nu al aangekondigd in zijn oudejaarsconference definitief af te rekenen met alle heisa rond het Millennium; dat begint volgens hem tenslotte pas echt in 2001, dus al dat magisch denken rondom een willekeurig getal is niets dan bijgeloof en aanstellerij uit verveling.

Kortom, het staat nu al vast dat het leven op 1 januari 2000 gewoon zijn alledaagse gangetje zal gaan.

Niet iedereen is zo verlicht. Een paar maanden geleden ontmoette ik op het internet een jongen uit Singapore. Hij was van Chinese afkomst, had er net zijn jarenlange dienstplicht opzitten, ging economie studeren en had net ontdekt dat hij homoseksueel was en dat Madonna geweldige muziek maakte en bovendien ook nog hele interessante dingen zei. Er was, kortom, net een wereld voor hem opengegaan. Maar hij kwam ook uit een gezin van Born Again Christians, zodat rondom heel zijn nieuwe bestaan een lijntje van schuld- en zondebesef getrokken was. Uit alles wat hij zei (schreef, want onze ontmoetingen bleven virtueel) bleek een eigenaardig soort gespletenheid. Hij dook zonder aarzeling onder in de golven van de massacultuur, onderscheidde zich in smaak en gedrag nauwelijks van de gemiddelde welgestelde adolescent in West-Europa. Maar door zijn evangelische christelijke geloof wist hij dat er over hem geoordeeld zou worden. Niets van wat hij deed of dacht, wist hij, bleef onopgemerkt. Er werd van hem verwacht dat hij verantwoording over zichzelf zou afleggen, dat hij onderscheid maakte, zich bewust was van het gewicht van zijn handelingen.

Wat verwacht je van het Millennium, vroeg ik hem bij onze derde ontmoeting.

Er stond iets te gebeuren, antwoordde hij. Iets groots. Hij wist niet wat. Hij wist alleen dat na het Millennium niets meer hetzelfde zou zijn, daar was hij vast en zeker van overtuigd.

Veel meer kreeg ik niet uit hem. Vlak daarna begon hij mij suikerzoete gedichtjes te mailen over bloemen en vlinders, over de schoonheid van de Schepping, met de verwachting teken dat het Millennium nu echt naderde dat alle mensen op de wereld elkaar de hand zouden reiken in een vreugdevolle vredesgroet. Over Madonna kon ik nog meepraten, maar hier had ik geen antwoord op. We verloren contact.

Nu de resultaten van het millennium-onderzoek bekend werden, moest ik weer aan hem denken, David uit Singapore. Ik kreeg spijt dat ik na zijn poëtische mijmeringen niets meer van me had laten horen. Zou hij zich van dag tot dag meer zorgen maken over een naderend Laatste Oordeel? Had hij uit angst voor de straffende hand van God voor seksuele onthouding gekozen? Of was de spanning tussen zijn twee wereldbeelden te groot geworden en had hij zich losgemaakt van zijn geloof en was hij inmiddels vastbesloten de komst van het nieuwe millennium te vieren in de armen van een minnaar of met een dagendurende orgie?

En ik betrapte mezelf op de gedachte dat ik liever zou hebben dat er op oudejaarsavond 1999 wèl iets gebeurde, dan dat er helemaal niets zou gebeuren. Als ik mocht kiezen tussen een goddelijke openbaring of een conference van Youp van `t Hek, dan wist ik het wel.

Natuurlijk weet ik zelf wel beter, net als het overgrote deel van de Nederlandse bevolking. Er zal helemaal niets gebeuren. En waarschijnlijk valt er zelfs nergens het licht uit. Maar misschien is dat de werkelijke teleurstelling: dat naarmate het woord Millennium steeds vaker gebruikt wordt, het steeds minder betekent zoals het geval is met alle grote woorden waar te veel van verwacht wordt. Het woord zelf is hier allang een reclamewoord geworden. De nieuwe cd met lolliepop van de Backstreet Boys heet Millennium, voorgekookte bad boy Robbie Williams zingt over het millennium, in een nieuwe generatie auto's zoeven we het nieuwe millennium in. Het is allemaal snelle opwinding die tot niets leidt, voor je ogen vervliegt die al. Geen wonder dat iedereen bij het horen en lezen van het woord alleen al heel erg moe wordt.

Getallen hebben betekenis, omdat we ze betekenis geven. Alleen is onze tijdrekening tegenwoordig vooral persoonlijk geworden. Het heeft dan ook weinig zin om allerlei lijstjes met algemeen onvergetelijke hoogte- en dieptepunten in de krant te zetten, want onze persoonlijke levens raken steeds minder aan de geschiedenis. Een hele generatie is zich van zichzelf bewust geworden op de dag dat J.F. Kennedy vermoord werd, een andere herinnert zich zichzelf op de dag dat John Lennon werd neergeschoten of die waarop Nelson Mandela werd vrijgelaten of die waarop Prinses Diana dodelijk verongelukte. Dat zijn stuk voor stuk Gebeurtenissen die je jezelf laten zien, vereeuwigde momentopnamen. Maar zulke gebeurtenissen grijpen tegenwoordig steeds minder diep in onze levens in.

Het getal 2000 heeft grote betekenis, denk ik, alleen betekent het voor iedereen iets anders. Het is een getal dat een gebeurtenis op zichzelf is, daar heb je geen moordaanslag op een groot man of een laatste oordeel voor nodig. Het doet je onwillekeurig je blik op jezelf richten, zoals David uit Singapore dat al jaren doet, ook al staat er voor ons op de achtergrond geen wrekende God klaar. Wie ben je, wat heb je gedaan, hoe ga je verder, hoe lang heb je nog te gaan?

Het is onmogelijk daar niet over na te denken, ook al weet je best dat het volgende millennium pas in 2001 begint.

Veel mensen zullen van de gelegenheid gebruik maken om het verleden uit te wissen en zichzelf tot schone lei te verklaren. Een rond getal is een nieuwe tijd en een nieuwe tijd schept een nieuwe wereld.

Maar voor de meesten, waag ik te voorspellen, zal het millennium iets anders betekenen: simpelweg dat de tijd verstrijkt. Je leven verandert niet ingrijpend, je bent dezelfde gebleven, maar het is zoveel jaar sinds die grote liefde, zo lang geleden is de oorlog nu, zoveel jaren zijn verstreken sinds de dood van je vader, moeder, broer, zuster, geliefde, zoveel beloftes zijn nog niet ingelost. En wanneer je op de ochtend van 1 januari 2000 wakker wordt en ziet dat alles nog hetzelfde is, besef je meer dan ooit dat je er in dit leven alleen voor staat. Dat je niet geoordeeld of gered zult worden.

Als dat geen godsgericht is.