Madrid zoekt naar resten Velázquez

Waar zijn de botten van Diego de Silva y Velázquez, zoon van Sevilla, beschermeling van koning Filips de Vierde en een van de grootste schildergenieën die Spanje ooit voortbracht? Een zoektocht in het vierhonderdste geboortejaar van de schilder.

,,Waar Velázquez ook is, hier in ieder geval niet'', zegt Javier Aguilar, directeur-generaal cultuurzaken van de regio Madrid. We staren in een metersdiep gat in het asfalt van de Plaza Ramales, een pleintje in de binnenstad. In de geelkleurige grond liggen de resten van eeuwenoude fundamenten er netjes schoongeborsteld bij. Boven buigt een groepje archeologen zich over de opgegraven buit die op een tafel ligt uitgestald: potscherven, roestig ijzer en wat botresten. Van Velázquez ontbreekt ieder spoor.

Zondag 6 juni is het 400 jaar geleden dat Diego de Silva y Velázquez in Sevilla geboren werd. Een goede gelegenheid om zijn resten op te graven, leek het. Met de veronderstelde laatste rustplaats van de schilder is het vreemd gesteld. Dagelijks dendert een toeterende verkeersstroom rakelings langs zijn graf en ook het geraniumperkje en de granieten pilaar met een roestig kruis midden op het plein nodigen niet uit tot een waardig gedenken. Hier ligt Velázquez, meldt de naald. `Su gloria no fué sepultada con él', zijn roem werd niet met hem begraven.

Het wil maar niet vlotten met een passend eerbetoon voor Velázquez. In tegenstelling tot de 250ste geboortedag van Goya, die in 1996 een jaar in het zonnetje werd gezet, staat er geen groots overzicht van zijn werk op het programma. De viering blijft, voor zover bekend, beperkt tot gelegenheidsexposities in Sevilla en Madrid. De feestvreugde werd er niet groter op toen afgelopen week, tijdens een wolkbreuk, het Prado Museum andermaal werd getroffen door een lekkage, vlakbij het schilderij De dronkelieden van Velázquez.

En nu zijn ook zijn laatste resten zoek. Onder het asfalt van de Plaza Ramales zijn wel de fundamenten van de kerk van San Juan Batista aangetroffen. Deze kerk, op een steenworp afstand van het voormalige Alcázar - de Moorse vesting die als koninklijk paleis diende - werd begin 19de eeuw binnen drie dagen geofferd aan de manie van koning José Bonaparte om Madrid met een groot aantal nieuwe pleinen te verrijken. De sloop is zo ongekend snel gebeurd, dat men nu hoopt de onderaardse resten, inclusief cryptes en graftombes, nog intact aan te treffen.

Het pleintje was al eens vergeefs opengebroken, maar op grond van nieuw archiefonderzoek dacht een groep historici nu de precieze plaats te kennen van de crypte waar Velázquez samen met zijn vrouw begraven ligt. Volgens plan werd een hoek tussen een zijkapel en het hoogaltaar uitgegraven, tevergeefs. Geen grafkelder, geen tombe. ,,Het mooiste was natuurlijk geweest als we Velázquez hadden aangetroffen in vol ornaat, met penseel en palet in de hand'', grapt directeur-generaal Aguilar. Alle hoop is nu gevestigd op de tweede kuil, die even verderop door drilboren wordt opengelegd. Daar moet ooit een kapel in de zijbeuk van de kerktoren hebben gelegen, inclusief mogelijke graftombes. De kans dat de resten daar voor Velázquez's verjaardag op 6 juni worden aangetroffen is evenwel gering.

Het enthousiasme waarmee de zoektocht werd ondernomen, heeft plaatsgemaakt voor enige scepsis. ,,In deze kerk werden traditioneel de leden van de hofhouding begraven'', zegt stadsarcheologe Pilar Mena. Samen met drie collega-archeologen, een historicus, een architect en een handjevol arbeiders maakt ze deel uit van de vaste ploeg die de speurtocht naar Velázquez heeft ingezet. Toch betwijfelt ook zij nu openlijk of de schilder zal worden aangetroffen. Nog afgezien van de vraag in welk deel van de kerk Velázquez werd begraven, is het goed mogelijk dat zijn resten al eerder werden opgeruimd. Zo verordeneerde Karel de Derde in de 18de eeuw dat het afgelopen moest zijn met het begraven in kerken. De opeenstapeling van de ontbindende lijken onder vaak wrakke vloerdelen, in muren en in tombes dreigde de mis tot een ongezonde gebeurtenis te maken. Kerkhoven werden ingericht, de graven geruimd. Alleen als rijke nakomelingen het onderhoud van de kerkgraven wilden betalen, bleef de overledene verdwijning in een anoniem massagraf bespaard.

Daarbij zijn er zeker nog twee, slecht gedocumenteerde, graafpartijen geweest naar Velázquez' gebeente. Van de laatste opgraving, in 1958, is vooral bekend dat een deel van de originele kerkvloer werd weggesloopt. Geen geruststellende informatie: essentiële grafschriften in de vloer kunnen definitief zijn verdwenen. Wat stadsarcheologie betreft, heeft Madrid geen beste reputatie. Nog geen drie jaar geleden gelastte burgemeester Álvarez de Manzano vanwege de bouw van een reusachtige ondergrondse parkeergarage naast het Koninklijk Paleis de resten te slopen van het oude Alcázar, Moorse vestingmuren en de paleisgebouwen waar Velázquez ooit zijn vorst diende. Felle protesten haalden niets uit. Binnen een dag was het opgravingsterrein schoongeveegd.

Een archeologische ramp, stelt Pilar Mena vast. Bitter genoeg staat de garage ook nog eens leeg: de autobussen parkeren liever gratis op de Plaza Ramales, boven op het graf van Velázquez. Maar de zaken worden nu anders aangepakt, zegt zij. ,,Het centrum rond het paleis is een schatkamer voor archeologen. Het is de eerste keer dat de grond hier op het plein op een serieuze manier wordt onderzocht.'' Deze zomer, als de hitte de bewoners uit de stad heeft gejaagd en het verkeer is verdwenen, zal de kerk verder worden opgegraven. Wellicht dat de opgraving als vaste attractie open blijft. ,,Als we Velázquez niet ontdekken, hebben we in ieder geval een van de oudste kerken van Madrid blootgelegd'', aldus Pilar Mena.

Directeur-generaal Aguilar hoopt echter dat ,,deze nachtmerrie voor het einde van het jaar is afgelopen''. ,,Als Velázquez hier niet ligt, is dat mysterie in ieder geval uit de wereld. En hebben we er weer een raadsel bij.''