Lucassen schept een eigen, magische wereld

Bij het zien van de recentste schilderijen van Lucassen (Amsterdam, 1939) moest ik denken aan de foto's van totale zonsverduisteringen die onlangs in deze krant stonden afgedrukt: donkere cirkels omgeven door een zilverwitte corona. Lucassen schildert veel donkergekleurde cirkels waarachter het licht in een wazige rand weglekt. Eén schilderij blijkt ook Eclips te heten. Lucassen droeg het op aan `de dag waarop de zon verduisterd werd' toen zijn vriend, de schilder Lucebert, stierf. Maar de cirkel verwijst bij Lucassen naar nog meer. In 1995 gaf hij aan een schilderij de titel De betekenis is als een perfecte bol waarvan de omtrek nergens en het middelpunt overal is – een variant op een omschrijving van het goddelijke uit de Hermetica van Hermes Trismegistus uit de 3de eeuw voor Christus.

Het werk van Lucassen is raadselachtig en helder tegelijk. Zonder de betekenis ervan te kunnen omschrijven ervaart de beschouwer een inhoud. Zoals Lucassen zelf zegt: beeldende kunst is pas dan gelukt als een poëtische waarheid ervaren wordt die meer waar is dan elke intellectuele of wetenschappelijk gefundeerde waarheid.

De 60-jarige Amsterdamse schilder koos voor zijn overzichtstentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen 42 werken uit vanaf 1964 tot nu. Tevens is een fraai vormgegeven monografie gepubliceerd, en ook de galerie die zijn werk al decennia lang brengt, Galerie Espace, toont een overzicht. Lucassen is, zo wordt zichtbaar op deze exposities, een rijpe schilder die met grote concentratie en vasthoudendheid een eigen, zeer individuele beeldwereld heeft gecreëerd; hij is zonder twijfel een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars van deze tijd. Het is onbegrijpelijk dat hij niet geëxposeerd wordt op de plek die hem toekomt, het Stedelijk Museum in Amsterdam – het zoveelste pijnlijke voorbeeld van gebrek aan aandacht voor de eigen kunst bij Rudi Fuchs.

Midden jaren zestig formeerde Lucassen met onder anderen Roger Raveel en Alphons Freijmuth de groep de Nieuwe Figuratie. Deze schilders zochten naar een samengaan van abstractie en figuratie, waarbij ze vrijelijk motieven ontleenden aan het werk van anderen. Zo citeerde Lucassen ondermeer Munch, Picasso, Ernst en Mondriaan. Hij maakte grote, felgekleurde doeken in een quasi-naïeve stijl, waarbij vaak een enkele figuur, vrouw of man, is afgebeeld in een interieur. De encadrering van het beeld is lijst en schilderij beide, een dubbelzinigheid die versterkt wordt doordat een deur, venster of spiegel uitzicht geven op een andere wereld.

In 1984 is er in het werk van Lucassen een omslag die samengaat met zijn ontdekking van de primitieve kunst. De formaten worden kleiner, de kleur versobert, de laatste suggestie van perspectivische ruimte verdwijnt, en de figuratie maakt plaats voor een symbolische beeldtaal waarbij woorden en cijfers gelijkwaardig zijn aan vormelementen. Fascinerend is hoe hij schijnbaar moeiteloos symbolisme, surrealisme, dada, minimalisme, primitivisme bij elkaar weet te brengen. Zijn werk wordt vanaf dit moment steeds sensueler en expressiever: het beetje kleur dat overblijft is des te intenser, toets en textuur zijn gevarieerder en levendiger. Het marmerpoeder dat hij door de olieverf mengt zorgt voor een diep, mat oppervlak.

Een hoogtepunt is wat dit aangaat het prachtige Pinknude, met ovalen in zinderende tinten rozerood (en een in zwart), die samen op afstand een haast lijfelijk tastbaar roze vormen. Of De spirit van de iniet (1989), waar een zwarte fallus over een wittige ondergrond zweeft, met er omheen ondermeer vier zwarte cirkels. Een daarvan vormt samen met de penis de i van `iniet'. Tussen de ballen vragen twee felgroene stippen om de aandacht. Die stippen lijken, ook in andere doeken, een eigen gedachtenwereld te hebben, hoe gek het ook klinkt.

Tijs Goldschmidt vertelt in de catalogus hoe de Iniet, Melanesiërs van Nieuw-Brittanië, in het verleden hun beelden begroeven nadat ze gemaakt waren, omdat ze te gevaarlijk zouden zijn om lang naar te kijken. Ik ben er zeker van dat Lucassen dit heimelijk nastreeft: een beeld dat zó beladen en magisch is dat je er niet naar kan kijken. Dit is hoog gegrepen en bovendien is het een blasfemisch verlangen, herinnerend aan Icarus en ook aan het verbod op beelden uit de het Oude Testament. Lucassen heeft voldoende relativeringsvermogen om zich hiervan bewust te zijn. In een doek met kleurige cirkels en twee zwarte driehoeken, getiteld Image, schreef hij: Thisisunepipe (naar Magritte).

In een variant op wat Wittgenstein ooit schreef, namelijk dat de betekenis van woorden wordt gevonden op de grens van de taal, zo wordt wellicht de betekenis van beelden gevonden op de grens van de schilderkunst. Lucassen werkt op de rand van het nog net herkenbare beeld. Al in 1966 schreef hij dat het zijn doel was om `te komen tot een synthese tussen figuratief en niet-figuratief schilderen. Ook een evenwicht zoeken tussen een mathematisch verstandelijke en emotioneel expressionistische manier van schilderen'. Precies dit blijkt hij te hebben gedaan. Zijn tentoonstelling levert het inspirerende beeld van een ouder wordende kunstenaar die trouw is gebleven aan zijn ideeën, en die in stilte en dwars tegen alle modes in een krachtig oeuvre heeft geschapen.

Tentoonstelling: Lucassen: overzicht van schilderijen. Cobra Museum. Sandbergplein 1-3, Amstelveen. T/m 22/8. Open: di-zo 11-17u. Monografie, 176 blz., ƒ65,-. Galerie Espace, overzicht Lucassen: Keizersgracht 548, Amsterdam. T/m 10/6. Open: wo-za 13-17u, en zo 6/6. Ook bij Espace op de Kunstrai (1 t/m 6/6).