Hindoes in de polder

Surinaamse jongeren met een hindoeïstische achtergrond weten weinig van hun geloof. Ze kennen de belangrijkste rituelen; die krijgen ze van huis uit mee. Ze zijn zich ook bewust van hun achtergrond. Maar daar houdt hun kennis op. Het is een beetje als een Nederlands kind: christelijk, nooit de bijbel gelezen, wel kerstmis vieren.

De helft van de hindoeïstische jongeren weet bijvoorbeeld niet precies waar Shiva voor staat (wedergeboorte van het leven en vernietiger van het kwade). Het merendeel kent de belangrijkste geschriften (ramayana, de veda's) niet. ,,Laat staan dat zij deze gelezen hebben', schrijft de Organisatie Hindoe Media (OHM) in een onderzoek naar hindoe-jongeren in Nederland. ,,De secularisatie is fors toegeslagen onder jongeren', staat in het recent verschenen boek Hindoeïsme in Nederland.

Die secularisatie is onder andere het gevolg van de migratiegeschiedenis van de Hindostanen. Op 5 juni 1873 meerde de Lalla Rookh aan in Suriname. Het was het eerste schip met contractarbeiders uit Noord-India, die op de plantages de plaatsen van de slaven kwamen innemen na de afschaffing van de slavernij. Het bleek voor de 22.000 `kontraki's' moeilijk hun geloof in Suriname voort te zetten. Zo sneuvelden het kastenstelsel en verschillende tradities. Wat voortleefde waren de rituelen rond geboorte, huwelijk en overlijden. Maar veel van de `leiders' van de gemeenschap waren niet goed onderlegd: handboeken ontbraken, teksten en kennis gingen verloren.

Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 emigreerden veel Hindostanen, 90.000 wonen er nu in Nederland. Het grootste deel (70.000) is hindoe, de rest is moslim. Het blijkt vooral voor de hindoes lastig hun culturele identiteit te behouden. Terwijl de moslims enige aansluiting vinden bij geloofsgenoten in Nederland, integreren de Hindostanen.

Bovendien zijn de hindoes slecht georganiseerd. Een landelijke organisatie ontbreekt, omdat de twee belangrijkste stromingen niet kunnen samenwerken. Daardoor is het niet eenvoudig één vuist te maken, dingen van de grond te krijgen (goed lesmateriaal, bijvoorbeeld) en blijven de hindoes verspreid in allerlei stichtingen en verenigingen.

,,Zij voelen zich een kleine minderheid onder de overheersende christelijke cultuur', schrijft J.Schouten in Hindoeïsme in Nederland. ,,Door twee migraties is de rijke symboliek ondergesneeuwd', zegt A. van Dijk, docent aan de Universiteit van Humanistiek en eindredacteur van het boek. ,,En als de jongeren deze symboliek niet meer kennen, dan gaat er veel verloren.'

Het hindoeïsme onder de Surinaamse Hindostanen is een `huisgodsdienst'. De mandir (tempel) wordt weinig bezocht. Alleen als er `iets' is in de familie, of op hoogtijdagen, gaat een gezin naar de tempel. Veel normaler is dat de pandit (priester) het huis bezoekt.

Maar tussen de pandits en de hindoe-jongeren bestaat enige frictie, constateert Schouten. De in het huis uitgevoerde rituelen duren meerdere uren. Jongeren waarderen die rituelen wel, maar vinden dat het allemaal veel te lang duurt. Bovendien worden er aan de pandits steeds hogere eisen gesteld. Van hen wordt verwacht dat ze de symboliek begrijpelijk maken. Maar dat soort didactische vaardigheden is geen onderdeel van hun opleiding. ,,Ze hebben er de intellectuele bagage niet voor', zegt Van Dijk.

Daar komt nog bij dat het merendeel van de jongeren de taal (Sarnami-Hindi of Sanskriet) niet beheerst, terwijl de pandit vaak geen Nederlands spreekt. Er is dus vrij weinig communicatie tijdens lange rituelen met ingewikkelde symbolen. Jongeren vinden dat niet boeiend.

,,Er dreigt een kloof te ontstaan tussen de ouderen en de jongeren', schrijft de OHM in haar rapport. ,,Pandits stellen dat met droefheid vast', beaamt Van Dijk. Maar hij vraagt zich af of het een probleem is. ,,Alle religies evolueren, dus misschien moet het hindoeïsme ook wel aan deze tijd worden aangepast.'

De hindoe-jongeren waarderen hun geloof wél. Negentig procent is er trots op, blijkt uit het onderzoek van de OHM. Het hindoeïsme is oud, filosofisch en een begrip als karma is algemeen bekend. Van Dijk: ,,Het gaat de jongeren om de beleving, het innerlijke. Dat vinden ze belangrijker dan al die rituelen en moeilijke geschriften.'