Het tandengeknars van hulpeloze goden

Drie Zweden gingen in 1897 op expeditie naar de Noordpool. Ze kwamen niet terug. Nu sterven ze opnieuw, in een opera van Klas Torstensson.

Zonder het te beseffen, leggen we met het maken van foto's onze eigen ondergang vast. Nauwgezet registreert de camera hoe de bloem van de jeugd verwelkt op onze gelaatstrekken en plaats maakt voor berusting. Foto's zijn de broodkruimels van de vergankelijkheid, lokaas dat voeding verschaft aan de herinnering en deze nieuw leven inblaast. De Zweedse ontdekkingsreizigers Salomon August Andrés, Nils Strindberg en Knut Hjalmar Fraenkel moeten dit eveneens hebben overwogen. Het drietal, de helden van Klas Torstensson's opera De Expeditie, die op 12 juni zijn haar première beleeft in het Concertgebouw te Amsterdam, ondernam in 1897 een poging om per luchtballon de Noordpool te bereiken. Het ging jammerlijk mis. Na een noodlanding en een zwerftocht te voet, waarbij ze hun bezittingen op sleden met zich mee zeulden, wisten ze dat ze er niet meer in zouden slagen om de bewoonde wereld te bereiken. Op de barre ijsvlakten was de dood ten gevolge van de ontberingen van de poolwinter onafwendbaar. Wel besloten ze om hun teloorgang zo zorgvuldig mogelijk te documenteren: met foto's, vaak gebruikmakend van de zelfontspanner, en een dagboek, bijgehouden door Andrés. Hun stoffelijke resten werden in 1930 door een andere expeditie bij toeval gevonden. Het dagboek bleek behoorlijk verweerd en werd naar het einde toe, mede door uitputting van de auteur, steeds moeilijker leesbaar. Het fotomateriaal had de ellende glansrijk doorstaan. Sindsdien maakt het relaas van hun avontuur deel uit van het Zweedse collectieve bewustzijn, zoals het Behouden Huys van Willem Barentsz ons een impressie geeft van de overwintering op Nova Zembla. Klas Torstensson (Nässjö 1951): ,,Mijn opa had het dagboek van Andrés in de kast staan, hetzelfde exemplaar dat nu voor ons ligt. Kijk, hier heb ik nog brilletjes getekend op de foto's van de mannen. Ik las het toen ik een jaar of tien was en op mijn vijftiende schreef ik een liedje over de expeditie, waarbij ik mezelf op de gitaar begeleidde.''

Geluk en verlatenheid

Barstend ijs, oneindige desolate vlaktes, een zeer nadrukkelijk aanwezige natuur, die zowel een gevoel van geluk en totale tevredenheid, als van diep mistroostige verlatenheid teweegbrengt. Het zijn elementen die in de muziek van Torstensson een belangrijke rol spelen. ,,Sinds ik hier in 1973 ben komen wonen, heeft dat gevoel zich geleidelijk ontwikkeld, een bepaald soort heimwee. Hoewel ik het leven in Nederland erg prettig vind, mis ik de extreme verschillen tussen de seizoenen, het overdonderende en de almacht van het natuurgeweld. De rijtende, zich naar kilometers verderop verplaatsende knal van zo'n scheuring in een ijsvlakte waar verder niemand is, prachtig is dat.'' Ter ondersteuning van zijn betoog, loopt hij naar de geluidsinstallatie van zijn Haarlemse werkkamer om mij wat fragmenten uit zijn verzameling te laten horen. ,,Dit is kruiend ijs, dat zich tegen de dijk van het IJsselmeer probeert op te werken, heb ik opgenomen in die heel strenge winters in `85 en `86.'' Ik hoor een voorwereldlijk snuiven, grommen en schuren. Ontzagwekkend tandengeknars van kolossale, hulpeloze goden. Even later veer ik recht overeind, als pal achter mij plotsklaps een geraas losbreekt dat het dak van de zolder van voor naar achter lijkt open te splijten. Wegebbende naschokken worden gevolgd door een science-fiction-achtig gemurmel.

,,Dit heb ik van iemand uit Canada, die staalkabels over het bevroren Lake Ontario spande en daar microfoons aan hing, zodat je de verplaatsing van het geluid beter waar kunt nemen.'' De diepvries-donderslagen die het ijs doorklieven, maken deel uit van Torstenssons muzikale vocabulaire. Ze worden rauw geserveerd, of in de studio bewerkt tot grotere klankconstructies en geïntegreerd met vooral partijen en instrumentale muziek. ,,Ik zie het gebruik van elektronica in mijn muziek als iets complementairs. Vroeger zocht ik het meer in buitenissige speeltechnieken die ik voorschreef aan de muzikanten. Nu heb ik meer het gevoel de geluidswereld die ik wil creëren zelf in de hand te hebben en vorm te kunnen geven zoals ik het wil.''

Het schrijven van De Expeditie heeft Klas Torstensson 4,5 jaar gekost. ,,Vlak voordat je langskwam, heb ik net de laatste pagina's van nog wat nagekomen partijen gecorrigeerd.'' De opera, geschreven voor een honderdkoppig orkest, vormt de neerslag van zijn levenslange fascinatie voor de gedoemde poolvorsers. Een eerste aanzet daartoe vormde het multimedia-project Barstend IJs (1986). ,,Ik wilde toen nog helemaal geen opera schrijven, maar onderhuids ging dat stuk wel over grote gevoelens van alleen zijn en indrukwekkende stilte. In 1994 maakte ik The Last Diary, voor spreekstem en ensembles. Daarin maakte ik gebruik van Andrés' dagboekfragmenten. De onleesbare plekken in het manuscript waren door de uitgever opgevuld met puntjes. Deze desintegratie van de taal zette ik om in een muzikaal procédé van uitdunning.''

Aan het eind van het stuk is de stem loom en zwak als een bandje dat te traag wordt afgespeeld en heeft de laagte van een Tibetaanse monnik. De pizzicati van de strijkers, die het steeds krachtelozer kloppen van een bevriezend hart suggereren, zorgen voor een ijzingwekkend slot. Torstensson: ,,The Last Diary is concertmuziek, een in zichzelf besloten muzikaal proces. Pas nadat ik het had voltooid, werd het me opeens duidelijk dat ik het verhaal het beste in een opera gestalte kon geven.''

Fanfare

De eerste akte bestaat uit flashbacks van het zoete leven in Stockholm en van Nils Strindbergs ontmoetingen met zijn kersverse fiancée Anna Charrier. En hij geeft het vertrek uit Göteborg weer, waar ze jubelend werden uitgewuifd door de verzamelde pers en het Zweedse volk. De fanfare speelt een kekke mars. Alle kennissen die de Zweedse taal machtig zijn, werden door Torstensson naar de studio gehaald om het afscheid te reproduceren. De opnames waren `oudgemaakt' om ze het krakerige aureool van een authentieke volksmassa te verlenen. De expeditie was louter op opportunistische motieven gegrondvest: Afrika en de Stille Zuidzee waren goeddeels in kaart gebracht, dus daar viel niet veel eer meer te behalen. De ontdekking van de Noordpool daarentegen, zou Zweden opstoten in de vaart der volkeren. De bagage van het illustere trio helden in spe bestond uit een mengsel van naïviteit en fantasie. Ze hadden port bij zich om een toost uit te kunnen brengen op de Zweedse koning, maar beschikten niet over voldoende beschutting biedende kleding. Ook droegen ze geschenken met zich mee en witte handschoenen, voor het geval ze tijdens hun pleziertocht zouden worden ontvangen aan het hof van een Siberische koning. Zelfs toen het al lang en breed fout zat, sleepten ze hun rotzooi nog achter zich aan. De port bleek in 1930 vrijwel onaangeroerd gebleven. Wel waren ze bijna geheel heengeraakt door de niet onaanzienlijke hoeveelheid morfine en opium die ze wijselijk bij zich hadden gestoken. Torstensson: ,,De hele tweede acte van mijn opera bestaat uit het langzaam doodgaan van de drie mannen op het ijs. Het wordt steeds leger, stiller en eindigt met een zachte, witte ruis, als een soort auditieve sneeuwblindheid. Het noorderlicht speelt emotioneel een belangrijke rol in deze akte, het is het slotbeeld en eindpunt. Het staat voor de wereld die definitief onbereikbaar voor hen is geworden. Ze zien het maar kunnen er niet naar toe.'' Noorderlicht biedt schijnsel noch warmte, luidt een van de laatste dagboekaantekeningen.

We luisteren naar het slot van de tweede akte: opnames van storingen die dit natuurverschijnseel teweegbrengt in radiogolven, door Torstensson in de studio bewerkt met filters en uitgesponnen tot een naar het eind toe verstommend muzikaal betoog. Een zinsbegoochelend ruisen van onzichtbare gewaden waart door de ruimte en wentelt zich langs traag welvende klankgordijnen van een geheimzinnige harmonische kracht. De 2,5 uur durende opera eindigt met een epiloog in de vorm van een concertaria, een lamente voor sopraan en orkest. Het maakt gebruik van Anna Charriers brieven aan een Franse assistent-ballonvaarder, waarin zij hem vraagt wat hij denkt dat er van het drietal geworden is.

Het schrijven van een opera brengt in een componist vaak onvermoede krachten naar boven. Stijlelementen die in zijn muzikale idioom tot dan toe slechts verborgen aanwezig waren, breken plotsklaps door naar de oppervlakte en verlenen nieuwe dimensies aan zijn muziek. Het gemiddelde concertstuk neemt een kwartier, twintig minuten in beslag. Een tijdspanne die met een beetje doortimmerd betoog en wat verbeeldingskracht vrij eenvoudig is te overbruggen. Schier door het formaat, dwingt een opera een componist om vele van dergelijke muzikale werelden te omvatten en samen te brengen tot een zowel contrastrijk als coherent geheel. Hij moet tot de bodem gaan van de schatkist van zijn muzikale inventie en alle betaalmiddelen op tafel leggen. Daarnaast roept de aanwezigheid van een theatrale laag als vanzelf een andere houding op met betrekking tot de functie van muziek en de reikwijdte van het dramatische spectrum. De Expeditie leert ons een andere Klas Torstensson kennen. De weerbarstig dansende en stuiterende ritmiek en de vaak rauwe, licht aan Varèse herinnerende klankopstapelingen zijn onmiskenbaar van hem. Maar er is ook ruimte voor lyriek en melodische aspecten die een grote boog beschrijven, waardoor zijn muziek enorm aan rijkdom en emotionele zeggingskracht wint. Als ik hem complimenteer met de Puccini-achtige kwaliteiten van de slotaria, reageert hij echter een beetje wrevelig: ,,Ik zou het vervelend vinden om als postmodernist te worden neergezet, dat is me allemaal te vrijblijvend. De soorten muziek die in het stuk worden aangewend, hebben allemaal een zo oorspronkelijk mogelijke relatie met het verhaal. De marsmuziek bij hun vertrek is hoogstwaarschijnlijk dezelfde die er in het echt heeft geklonken. De aria waar je op doelt, verwijst naar Wilhelm Petterson-Berger (1867-1942), de Zweedse Wagner, met zijn nationalistisch getinte romantiek die destijds in zwang was.''

Morfine

Wat had ik ze graag willen zien: drie zuchtende Zweden, die kleumend en in een wolk van morfine hun naderende einde afwachten. Een buitenwacht, die zich na hun vertrek niet meer om hun lot schijnt te bekommeren. De ontroostbare Anna, die, ondanks haar latere huwelijk met een Engelsman, eiste dat haar hart samen met dat van Strindberg zal worden begraven. Maar het mocht niet zo zijn. Een nieuwe intendant van de opera in Göteborg, die De Expeditie met het Holland Festival coproduceerde, gooide roet in het eten. Hij zag zich genoodzaakt de financiële chaos die zijn voorganger had achtergelaten te saneren. Hij schrapte de geplande voorstellingen die geregisseerd zouden worden door niemand minder dan Guy Cassiers. Zuinigheid bederft elk genoegen. De eigenzinnige manier om een operahuis te runnen, bestaat nu juist uit het laten prevaleren van artistieke momenten. Ieder terzake kundig mens zal dit beamen, mijn sympathie ligt dan ook bij de voorganger. Voor het Holland Festival alleen bleek de productie te begrotelijk. Wie de moeite neemt om de concertante versie van de opera bij te wonen die we nu voorgeschoteld krijgen, zal ervaren dat dit een gemiste kans is.

De Expeditie wordt 12 juni om 20.15 uur in het Concertgebouw in Amsterdam uitgevoerd. Inl. Holland Festival 020-5307120