Getouwtrek om uitleg Flexwet

Vakbonden en werkgevers in de uitzendbranche beschuldigen elkaar over en weer van het verkeerd uitleggen van de Flexwet. `De bonden beschouwen ons niet als volwaardige werkgevers' en `uitzendbureaus gebruiken de Flexwet om mensen te ontslaan'.

,,Ik weet nog dat we in 1996 met zijn allen stonden te glunderen toen we het convenant hadden gesloten''. Met `het' convenant bedoelt bestuurder A. van der Gaag van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) het na tien jaar van moeizaam overleg gesloten akkoord tussen bonden en werkgevers waarin werd afgesproken dat uitzendkrachten na zekere tijd recht op pensioen, scholing en een vast dienstverband zouden krijgen. Het convenant volgde op een akkoord van dezelfde strekking in de Stichting van de Arbeid. Inmiddels zijn de uitgangspunten vastgelegd in de Wet Flexibiliteit en Zekerheid.

De eensgezindheid van toen is nu ver te zoeken. De twee werkgeversclubs – de ABU, die vooral landelijke uitzendketens vertegenwoordigt, en de veel kleinere NBBU, die uitzendondernemingen in het midden- en kleinbedrijf verenigt – zijn kort na ondertekening van het convenant uit elkaar gegaan. Reden was een slaande ruzie die uitbrak tijdens de onderhandelingen over de uitzend-CAO. Tegenwoordig hebben ABU en NBBU elk hun eigen CAO.

De werkgevers hebben met elkaar gemeen dat ze diametraal tegenover de vakbeweging staan. Met de NBBU praten FNV, CNV en MHP al niet meer sinds die werkgeversclub wegliep van de onderhandelingstafel. Met de ABU kunnen de bonden nog wel door een deur, zei het dat ze elkaar sinds gisteren over en weer beschuldigen van misbruik van de Flexwet.

FNV Bondgenoten beticht de ABU ervan de Flexwet aan te wenden als grond om per 1 juli van dit jaar massaal uitzendkrachten te ontslaan. Op die datum is de wet precies een half jaar van kracht en krijgt een groot aantal uitzendkrachten dat al jarenlang via een uitzendbureau werkt recht op een vaste aanstelling. ,,Wij vrezen dat veel uitzendkrachten buiten de boot zullen vallen omdat uitzendwerkgevers geen vast dienstverband willen geven'', aldus een woordvoerder van de vakbond.

Uitzendkrachten die aan het eind van deze maand de wacht aangezegd wordt, kunnen niet bij andere uitzendbureaus aan de slag. Aangezien zij opgebouwde rechten meenemen, moet een ander bureau ze ook direct in vaste dienst nemen. De kans is niet zo groot dat uitzenders dat zullen doen. Wie dus niet direct regulier werk vindt, wacht werkloosheid.

,,Wij hebben er helemaal geen belang bij om mensen naar huis te sturen in deze tijden van krapte op de arbeidsmarkt'', reageert ABU-bestuurder Van der Gaag. ,,De bonden roepen dat wij tienduizend mensen zullen ontslaan, maar dat is onzin. Wij zullen hooguit van drie- tot vierduizend uitzendkrachten het contract niet verlengen.'' Volgens Van der Gaag wordt zo'n beslissing tijdig en zorgvuldig met de betrokken uitzendkrachten besproken. ,,Wij moeten een bedrijfseconomische afweging maken. Personen van wie wij denken dat ze in de toekomst niet meer plaatsbaar zijn, bieden wij geen vast dienstverband aan.''

Uitzendbureaus zijn volgens Van der Gaag ook huiverig om al te royaal met contracten te strooien, omdat daar nog een aantal praktische bezwaren aan kleeft. Zo geldt in een aantal bedrijfstakken niet de uitzend-CAO voor uitzendkrachten, maar de CAO van het inlenende bedrijf. Als een uitzendkracht van sector en dus ook van CAO wisselt, kan hij er plotseling in salaris op achteruit gaan. De uitzendbureaus willen voor dit verschil niet opdraaien.

,,Wij vinden dat we door de Flexwet een volwaardige werkgever geworden zijn, dus de uitzend-CAO moet ook een volwaardige CAO worden'', aldus Van der Gaag. Een uitzendkracht zou automatisch onder de uitzend-CAO moeten vallen, daar is de rechtspositie van de uitzendkracht volgens de ABU nu sterk genoeg voor. De bonden willen daar niet aan. Van der Gaag verwijt de bonden een ,,te sceptische opstelling'' en ,,onvoldoende vertrouwen''. ,,De bonden zien onze CAO als een vangnet en willen dat uitzendkrachten zo snel mogelijk in vaste dienst komen van het inlenende bedrijf. Daardoor wordt de rechtspositie van de uitzendkracht uitgehold.''

FNV Bondgenoten weerlegt dat. ,,De CAO is niet bedoeld als vangnet, maar geeft juist alle kansen aan uitzendbureaus om volwaardig werkgever te zijn. Het gaat erom dat het uitzendbureau een uitzendkracht, na jarenlange arbeid, een vast dienstverband aanbiedt.'' In het convenant uit 1996 en de huidige uitzend-CAO zijn hierover afspraken gemaakt, waar de uitzendbureaus zich aan moeten houden, vindt FNV Bondgenoten bij monde van de woordvoerder. ,,Nu de datum van 1 juli nadert, hebben uitzendbureaus de mogelijkheid om hun goede werkgeverschap te bewijzen.''