Gelijmde coalitie verder na bizarre crisis

Nu na drie weken een bizarre kabinetscrisis ten einde loopt, rijst de vraag wie daar nu iets mee opgeschoten zijn, de burgers en/of de politici. En de toekomst van het door D66 zo zwaar bevochten referendum is ook niet bepaald zo rooskleurig als de paarse coalitie het na haar doorstart doet voorkomen.

Laatste akte. Drie volle weken crisis rondom het Binnenhof beleven volgende week een kabbelend slot. De minister-president presenteert in de Tweede Kamer zijn kabinet-Kok IIb. Staatrechtelijk gezien is er vrij weinig gebeurd. Het kabinet vroeg ontslag, de koningin nam het in beraad, de informateur wees een uitweg, het kabinet trekt zijn ontslagaanvraag in — en alles bleef zoals het was.

Of toch niet helemaal? D66 hoopt dat het kracht heeft uitgestraald. Het heeft niet met zich laten sollen. Het moest kiezen tussen kwaad en erger. Het kwaad was een compromis over het referendum. Maar erger zouden vervroegde verkiezingen zijn geweest: opnieuw een electorale optater, zo voorspellen opiniepeilingen, met vrijwel geen kans op een plek in een volgend kabinet.

D66 rekent het tot haar verdiensten dat `staatkundige vernieuwingen' de afgelopen weken hoog op de politieke agenda zijn gekomen. Het correctief referendum komt er toch, met twee jaar vertraging: eerst in een niet-bindende vorm, daarna bij wijze van grondwettelijk vastgelegde `volkscassatie'. Zonder D66 in het kabinet was er helemaal geen referendum gekomen, zo redeneert de fractie. Er is gered wat er te redden viel.

Het referendum-compromis bevat een zwakke plek. Die schuilt niet zo zeer in het niet-bindende karakter van een volksraadpleging die bij gewone wet wordt geregeld. Het is vooral de opnieuw te behandelen grondwetswijziging die de toekomst van het referendum hoogst onzeker maakt. In de huidige Eerste Kamer zou het referendum — met 26 zetels voor CDA en drie kleine christelijke fracties — geen schijn van kans maken. De hoop is gevestigd op een nieuwe Eerste Kamer die in 2003 aantreedt. Als het referendum dan geen tweederde meerderheid haalt, zou ook het tijdelijk geregelde referendum spoedig kunnen verdampen.

Veiliggesteld is het referendum kortom nog lang niet. Er is vooral een voorschot op de toekomst genomen.

En overigens zijn er aan de tafel van de informateur weinig concrete stappen voorwaarts gezet bij het dichten van de vermeende kloof tussen kiezers en gekozenen. De VVD heeft een poging gedaan het referendum op afstand te houden door compensatie te bieden met andere vormen van staatkundige vernieuwing. De liberalen hadden een milde ingreep in het kiesstelsel in gedachten, een wat strakker tijdschema voor invoering van de gekozen burgemeester en een Staatscommissie die zich moet buigen over de positie van de Eerste Kamer.

Uiteindelijk zijn daarover geen harde afspraken gemaakt. Vooral over het kiesstelsel en de Eerste Kamer zijn de PvdA en D66 enerzijds en de VVD anderzijds het nog zeer oneens. De tijd moet hier z'n werk nog doen: in coalitieberaad, in kabinetsvoorstellen.

De `bizarre kabinetscrisis' van 1999 begon bij het referendum, als een poging tot vernieuwing van de vertegenwoordigende democratie. Een even bizarre samenloop van omstandigheden maakte de nasleep van een vliegtuigramp tot onderdeel van die crisis. Referendum en Bijlmerrapport hebben op het eerste gezicht niets met elkaar te maken. Maar er is een grootste gemene deler: burgers moeten actief deelnemen aan de politiek, burgers moeten weer vertrouwen krijgen in de politiek.

Het is de vraag of dat doel dichterbij is gekomen, nu het stof van drie crisisweken begint neer te dalen. Burgers die bellen naar radioprogramma's (`phone in') en ingezonden brieven sturen naar ochtendkranten, wekken een andere indruk: alle ministers komen terug, iedereen blijft zitten waar-ie zit — dus waar is al die drukte nu voor nodig geweest?

De crisis heeft geen abstracte winnaars opgeleverd zoals staatkundige vernieuwing of de `zuiverheid van de politiek'. Het zijn vooral politici die meer te weten zijn gekomen over hun posities binnen partijen, parlement en kabinet.

De VVD heeft met Hans Dijkstal weer een duidelijke politieke leider. Tot voor kort bestond er aarzeling over de vraag of hij de `nieuwe Bolkestein' was. Zou de nieuwe fractievoorzitter electoraal aantrekkelijk en zwaar genoeg zijn om ooit ook lijsttrekker te worden? Of zou de partij meer kans maken met Annemarie Jorritsma, Frank de Grave of Jozias van Aartsen? En, eeuwig sluimerende vraag in liberale kring: wat zijn de ambities van Hans Wiegel?

De vragen hebben de afgelopen weken zichzelf beantwoord: Hans Dijkstal heeft zich niet laten kisten door het kleine D66, hij heeft de scherven van Wiegels soloactie zonder heisa in de VVD weten op te vegen, hij heeft het hoofd koel gehouden bij de hoog opgelopen Bijlmer-emoties en hij heeft ten slotte ,,op sportieve wijze'' (Melkert) meegewerkt aan de wederopstanding van het kabinet. Voor Dijkstal is binnen de VVD uiteindelijk harder geapplaudisseerd dan voor Wiegel.

Bij de VVD zijn de rijen weer gesloten. Bij de PvdA zijn rommelende verhoudingen aan de oppervlakte gekomen. De vraag van het politieke leiderschap binnen de PvdA `is nog niet aan de orde', zo heet het, maar de rol van diverse fractieleden is de afgelopen dagen opmerkelijk geweest. Fractieleider Melkert heeft moeten schipperen tussen premier Kok enerzijds en obstinate fractiegenoten als Van Gijzel, Duivesteijn en Oudkerk anderzijds. Voor politiek leider Kok heeft Melkert gedaan wat van hem werd verwacht, maar binnen de fractie is de kater nog lang niet verwerkt.

Binnen de fractie van D66 heerst vooral opluchting: Thom de Graaf is overeind gebleven, Els Borst is gered. Maar binnen de partij heerst nog de nodige aarzeling over de wijsheid van doorregeren.

D66 heeft ook het probleem dat het moet uitleggen waarom de kabinetscrisis uiteindelijk nodig is geweest. Eerst kwaad weglopen, dan vol optimisme terugkeren — daartussen zit een verhaal dat aan kiezers niet eenvoudig valt uit te leggen. Voor D66 geldt bovendien, meer nog dan voor de andere partijen, dat er komende week een `bindende vorm' van opiniepeiling wordt gehouden: de verkiezingen voor het Europese Parlement.

D66 staat op zwaar verlies, ondanks haar flitsende lijsttrekker Lousewies van der Laan. Het verweer bij verloren Euroverkiezingen laat zich al raden: lage opkomst is altijd in het nadeel van een partij die het moet hebben van zwevende kiezers. D66 gokt erop dat een hoge opkomst in 2002 beter nieuws zal brengen.