Für Elise is van ons

E, dis, e, dis, e, b, d, c, a – zo luiden de eerste negen noten van het onvergankelijke Für Elise, en zo liet het juridisch adviesbureau Shield Mark ze in 1994 deponeren bij het Benelux Merkenbureau. Niet omdat dit bureau zich hebberig een stukje Beethoven wilde toeëigenen dat al sinds jaar en dag in auteursrechtelijk opzicht als `publiek domein' geldt, maar om te weten te komen of één bedrijf iets kan claimen dat tot dusver van iedereen is. Die neiging groeit naarmate de concurrentieverhoudingen feller worden. Zo heeft KPN Telecom al eens (vergeefs) getracht exclusiviteit te krijgen op de kleur groen, terwijl de PTT graag exclusieve rechten zou doen gelden op het woord `postkantoor'.

Het deponeren van die eerste negen noten, inclusief het notenbeeld, was dan ook bedoeld om een proefproces uit te lokken. Shield Mark zei Für Elise te gebruiken als herkenningsmelodie in een reclamecampagne en diende een aanklacht in tegen het concurrerende adviesbureau Memex dat zich op dezelfde wijze zou hebben gepresenteerd. In werkelijkheid bestaan die reclamecampagnes helemaal niet, terwijl ook Memex verzonnen is. Als gedaagde Memex-eigenaar poseerde de vader van een Shield Mark-directeur.

Toch was het Gerechtshof in Den Haag bereid de zaak serieus in behandeling te nemen. Shield Mark klaagde Memex aan wegens inbreuk op de rechten van een gedeponeerd muziekje, en Memex gaf weliswaar alles toe, maar bepleitte dat zoiets als Für Elise nooit een exclusief handelsmerk kan zijn. Zo stonden de standpunten dus helder en lijnrecht tegenover elkaar.

Vorige week heeft het Gerechtshof arrest gewezen. De belangrijkste uitspraak luidt dat Shield Mark geen rechten kan ontlenen aan het deponeren van e, dis, e, dis, e, b, d, c, a en het bijbehorende notenbeeld. Zulke `klankmerken' kunnen volgens de huidige auteurswet niet worden beschermd. Maar wel heeft Memex volgens het hof opzettelijk verwarring geschapen door net zo'n deuntje te gebruiken als de concurrent: ,,Het enkele feit dat het muziekfragment tot het publiek domein behoort, verhindert niet dat dit fragment – gelijk in casu – door langdurig en frequent gebruik in een bepaalde context onderscheidend vermogen krijgt.'' Memex heeft dan ook, volgens het arrest, een onrechtmatige daad gepleegd en mag Für Elise nooit meer in zijn reclamecampagne gebruiken, op straffe van een dwangsom van 1000 gulden per overtreding.

Kortom: niemand kan zich eigenaar noemen van een algemeen cultuurgoed waarop door de dood van de maker geen auteursrechten meer rusten, maar wie zoiets als handelsmerk gebruikt, kan zich met succes verzetten tegen concurrenten die dat óók gaan doen. Een cosmeticafirma kan zich niet de Mona Lisa toeëigenen, maar wel een concurrerend bedrijf beletten reclame te maken met hetzelfde schilderij. En niemand kan het Wilhelmus claimen als exclusief eigendom, maar de staat der Nederlanden kan wel naar de rechter als een ander land hetzelfde volkslied zou gebruiken.

Te vermoeden valt dat het Benelux Merkenbureau de komende tijd heel wat te deponeren krijgt. De hele cultuurhistorie kan nu worden afgegraasd. Wie er snel genoeg bij is, kan de concurrentie nog te vlug af zijn. Opschieten, de Matthäeus Passion is nog vrij. Gauw deponeren als handelsmerk – en de concurrent die er dan nog mee aan de haal wil gaan, die hangt.