Europa moet zijn militaire zaken zelf opknappen

Zeshonderd man heeft Nederland nog extra beschikbaar voor een eventueel in Kosovo te legeren vredesmacht. De vredesmacht in Bosnië trekt al een zware wissel op het Nederlandse leger, evenals de ondersteunende eenheden in Macedonië en Albanië. Het halfjaarlijkse aflossingsschema leidt er toe dat op iedere militair in de Balkan er twee in Nederland op de reservebank zitten. Ook andere NAVO-landen worstelen met onderbezetting van hun strijdkrachten als gevolg van de bezuinigingen die sinds het einde van de Koude Oorlog zijn doorgevoerd. Groot-Brittannië bijvoorbeeld moet gespecialiseerde reservisten oproepen met het oog op de herhuisvesting van vluchtelingen in het platgebrande en kaalgeslagen Kosovo. Het merendeel van de Bundeswehr is voor vredestaken niet beschikbaar. De Amerikanen doen om binnenlands politieke redenen slechts bescheiden mee.

Er opent zich een kloof tussen de werkelijke mogelijkheden van de Europese landen èn hun ambities zoals die terug te vinden zijn in de plannen voor de zogenoemde Europese Veiligheids en Defensie Identiteit. Dit is een begrip uit de Verdragen van Maastricht en Amsterdam. Het staat voor de ontwikkeling binnen de Europese Unie van een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheids Beleid dat wordt ondersteund met Europese strijdkrachten en dat naar buiten toe wordt uitgedragen door een `meneer GBVB'. Die meneer is gisteravond op de Keulse bijeenkomst van Europese staats- en regeringsleiders benoemd. Van meer betekenis is het voornemen om eind volgend jaar de West-Europese Unie in de Europese Unie te laten opgaan.

Op 10 en 11 mei jongstleden kwamen de WEU-ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in Bremen bijeen. Het communiqué dat zij goedkeurden laat zien dat de WEU niet bestaat om het voortouw te nemen. Na de verwelkoming van vertegenwoordigers van Polen, Tsjechië en Hongarije – onlangs met de WEU geassocieerde staten – volgt een lijst van instemmende verklaringen met initiatieven van andere organisaties. Zo wordt solidariteit betoond met het optreden van de EU en de NAVO in de kwestie-Kosovo, wordt de verklaring van de G8 van 6 mei over Kosovo begroet, evenals het EU-voornemen met de Balkanlanden een stabiliteitspact te sluiten, wordt adhesie betuigd aan het Verdrag van Amsterdam, eveneens aan de besluiten van de recente NAVO-top in Washington, en wordt ten slotte de sleutelrol van Rusland onderstreept bij de bevordering van veiligheid en stabiliteit in Europa. De aanwezige bewindslieden zwoeren in feite trouw aan zichzelf, zij het in een andere verschijning.

De WEU is opgericht in 1955 nadat het jaar tevoren de Europese Defensie Gemeenschap (EDG) in de Franse Nationale Vergadering was gesneuveld. Het ging erom de herbewapenende Bondsrepubliek in een Europese samenwerking onder te brengen, maar de EDG met haar geïntegreerde strijdmacht ging de Franse parlementariërs net even te ver. In de WEU garandeerden de lidstaten elkaar militaire steun voor het geval een van hen zou worden aangevallen, maar aan een militaire organisatie kwamen zij niet toe. In de praktijk ontwikkelde de NAVO zich, dankzij het Amerikaanse lidmaatschap, tot garant tegen de toen gevreesde Sovjet-overval op West-Europa. De WEU kreeg de bijnaam `doornroosje'.

Na een kortstondige opstanding van dit slapende vorstenkind als de goede fee van een eigen Europees veiligheidsbeleid lijkt het nu toch definitief te ruste te worden gelegd. Dat is mogelijk geworden door de handreiking die premier Blair eind vorig jaar in St. Malo deed aan Frankrijk, een fervent voorstander van een fusie van EU en WEU. Van het begin af aan viel het lidmaatschap van de WEU samen met dat van de NAVO. Sinds `Maastricht' bestond het voornemen de WEU in te passen in de EU, maar dat stuitte op Brits verzet. Van de EU zijn ook zogenoemde `neutralen' lid. Bovendien meende de Britse regering dat een eigen Europees veiligheidsbeleid de Amerikanen onwelgevallig was en de NAVO zou ondermijnen. In St. Malo staakte Blair het Britse verzet tegen samensmelting van WEU en EU.

De veranderde Britse houding had te maken met gewijzigde inzichten omtrent de strategische prioriteiten. Niet langer stond de verdediging van het bondgenootschappelijk gebied op de voorgrond, maar het herstel van vrede en stabiliteit op de door burgeroorlogen verscheurde Balkan. Uit de geschiedenis van het verval van de bondsrepubliek Joegoslavië sinds 1991 was duidelijk geworden dat de Amerikaanse verzekering van vrede en veiligheid op het Europese continent niet automatisch gold in dit soort perifere kwesties. Pas toen in de zomer van 1995 in Bosnië Europese blauwhelmen ernstig in het nauw raakten, kwam Amerika te hulp – en dat nog als gevolg van NAVO-afspraken waarvan president Clinton aanvankelijk geen weet had. Het toeval speelde bij de totstandkoming van het akkoord van Dayton dat in Bosnië de vrede herstelde een doorslaggevende rol.

Ook in Kosovo is de Amerikaanse betrokkenheid betrekkelijk, al wekt de Amerikaanse armada die dag en nacht Joegoslavië vanuit de lucht bestookt een andere indruk. Wanneer het om de inzet van landstrijdkrachten gaat, zal de Amerikaanse deelname beperkt zijn. Daar komt bij dat operatie Allied Force de Amerikaanse generaals slecht is bevallen. Tijdens de Golfoorlog hadden zij het voor het zeggen, bij de luchtactie tegen Joegoslavië waren zij, zeker aanvankelijk, gebonden aan de instemming van Europese regeringen met de onder vuur te nemen doelen. Dat lijkt niet voor herhaling vatbaar.

Het ziet ernaar uit dat onder deze omstandigheden de Europese Veiligheids en Defensie Identiteit een vlag zal zijn die de lading niet dekt. Nederlandse diplomaten hebben er geen moeite mee dat te erkennen. De Europese Unie zal volgens hen eens misschien in staat zijn tot lichtbewapende humanitaire interventies in spanningsgebieden waar preventie van erger nog mogelijk is. De ervaring in Bosnië leert overigens hoe zo een operatie kan ontsporen.

Maar de aspiraties van Frankrijk en Duitsland gaan veel verder, zoals afgelopen weekeinde in Toulouse duidelijk werd. Deze landen lieten weten bereid te zijn offers te brengen voor een Europese Unie die zelf haar zaakjes, ook de militaire, opknapt. Het is de vraag hoe lang het duurt voor de rest van Europa met de consequenties van dit streven wordt geconfronteerd. Het zal dan om meer gaan dan een extra contingent van enkele honderden soldaten.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.