Enrico Pace geeft vleugel orkestrale allure

Precies tien jaar geleden won de Italiaanse pianist Enrico Pace het 2de Internationaal Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht. Nu speelde hij daar opnieuw drie werken van Liszt, en dat deed hij met een ongeëvenaarde virtuositeit en passie. En ook al zit Pace stil en ingetogen achter de vleugel, met brullende octavenpassages, bijtende dissonanten en bijna ruik-en voelbare klankkleuren geeft hij het cliché `klavierleeuw' nieuwe betekenis. In de jungle van onspeelbare noten is Pace de koning, onaantastbaar in zijn superieure beheersing en oppermachtig in de dramatische regie van zijn weerbarstige onderdanen.

Elegant parelden de waterduppels in Liszts dromerige Les jeux d'eau à la villa d' Este, en diens Tweede ballade verhief zich boven de wolken als een Gaudiaanse kathedraal. Dat Pace in de Hongaarse rapsodie nr. 2 heel even het spoor bijster raakte, maar dat zó knap opving dat het alleen maar merkbaar was voor de ware Liszt-kenner, maakte duidelijk dat kleurrijk improviseren en verleidelijk charmeren de Italiaan op het lijf zijn gescheven.

`Tristan...pure!', schijnen de laatste woorden te zijn die Liszt op zijn sterfbed heeft gemompeld. Overrompelend in zijn vermenging van lichtvoetige tederheid en het weemoedige besef van vergankelijkheid, onderstreepte Pace het puurheids-gehalte in Liszts bewerking van Isoldes Liebestod van Wagner. Een nog gewijdere sfeer bereikte Pace in de Pianosonate nr. 10 van Skrjabin en de Sonatine nr. 2 van Busoni, waarin hij pure magie bedreef met de uitwaaierende fonteinen van klank waarmee deze componisten aan de menselijke beperkingen trachtten te ontsnappen.

Misschien wel het meest indrukwekkend klonk Paces volmaakt heldere interpretatie van de Pianosonate nr. 3 van Hindemith, een soort motorische ode aan het contrapunt van Bach, die hij uiteenzette als een duizelingwekkende parade van stemmen en tegenstemmen. Pace heeft een uitzonderlijke gave om de vleugel orkestrale allure te verlenen.

Dat zal hem het komende seizoen goed van pas zal komen, wanneer hij bij het Brabants Orkest als dirigent zal debuteren in de Eerste symfonie van Schumann en een nog nader te bepalen pianoconcert met zijn landgenoot en collega Igor Roma als solist.

Concert: Enrico Pace (piano). Programma: Werken van Skrjabin, Busoni, Hindemith, Liszt en Wagner. Gehoord: 2/6 Vredenburg Utrecht. Herhaling: 6/6 Concertgebouw Amsterdam.