Een hecht geconstrueerde toverwereld

Dreuzels zijn we, magieloze Dreuzels, niettemin in staat gebleken wonderbare dingen uit te vinden zoals de telefoon en de posterijen. Toegeven dat tovenarij bestaat, ligt niet in onze aard. Meneer Wemel, werkzaam bij het Ministerie van Toverkunst op de afdeling Misbruikpreventie van Dreuzelvoorwerpen, wordt er moedeloos van. `Gewoon Dreuzeltje pesten', verzucht hij. Het wordt steeds gebruikelijker. `Ze een sleutel verkopen die steeds maar slinkt tot niets, zodat ze hem nooit kunnen vinden als ze hem nodig hebben Het is natuurlijk moeilijk om tot een veroordeling te komen, omdat geen enkele Dreuzel wil toegeven dat z'n sleutel slinkt ze houden stug vol dat ze hem gewoon kwijt zijn.'

Voor meneer Wemel en de meeste andere personages uit Harry Potter en de Geheime Kamer van de Britse J.K. Rowling is de wereld van de `gewone' mens, op geen enkele manier verwant aan tovenaars, heksen of kobolden, hoogst geheimzinnig. Want mensen die niet in een haardvuur kunnen stappen om zich te verplaatsen, moeten inventief zijn en metro's en auto's uitvinden. Dit soort omkeringen maakt de boeken van Joanne Rowling uitdagend en geestig. De lezer wordt gedwongen zich over te geven aan het perspectief van de hoofdpersonen, voor wie toveren de normaalste zaak van de wereld is. Het is in die wereld verbazend goed toeven.

Harry Potter en de Geheime Kamer is een vervolg op Harry Potter en de Steen der Wijzen. De boeken zijn, vooral in Engeland, razend populair. Het is dan ook voor het eerst sinds Sylvia Waughs levende lappen poppenfamilie de Mennyms, dat er weer een kinderboekenschrijver opstaat die een hecht geconstrueerde fantasiewereld tot leven wekt, waar alles mogelijk lijkt, maar waar wel degelijk grenzen bestaan. Die wereld, vlak naast de onze, te verkennen blijkt spannend en meeslepend en er valt ook nog wat te lachen.

Aanvankelijk wekt J.K. Rowling de indruk haar verzinsels niet in toom te kunnen houden. Bladzijde na bladzijde worden haar wonderlijke vondsten uitgestrooid. De hoeveelheid is zo overstelpend dat meligheid dreigt. Er worden opsommingen gegeven, bijvoorbeeld van de boeken die door de keuken slingeren bij een doorsnee tovergezin: `Zelf Kaasmaken zonder Heksentoeren, Betoverende Baksels en Tover in een Tel een Traktatie op Tafel.' Er is al direct sprake van onder meer een gestoorde huiself, een tuin die van knoestige kaboutermannetjes gezuiverd moet worden, van een vliegende auto en van een dementerende uil die nauwelijks meer brieven kan bezorgen (zoals uilen namelijk altijd doen).

Naarmate het boek vordert, slaagt Rowling erin alle eindjes aan elkaar te knopen. Dan blijken al deze details functioneel in het verhaal. Maar heel af en toe verstoort de schrijfster haar logica en maakt zij een foutje: `De auto werd onzichtbaar en zij ook. Harry voelde zijn stoel trillen, hoorde de motor en voelde zijn handen op zijn knieën en zijn bril op zijn neus, maar voor zover hij kon zien bestond hij alleen nog uit twee ogen die een meter of wat boven de grond zweefden in een groezelige straat vol geparkeerde auto's.' Aangezien ook de achteruitkijkspiegel onzichtbaar is geworden, kan zelfs Harry met zijn duistere krachten moeilijk zijn eigen ogen zien.

Harry Potter, de held die met al zijn toverpotentie toch veel wegheeft van een doodgewoon Engels jongetje, is aan het begin van het boek nog niet teruggekeerd op het magisch college Zweinstein. Hij lijdt onder het bewind van de familie Duffeling, zijn oom, tante en dikke neefje Dirk die hem adopteerden na de moord op zijn ouders door de Meester van de Duisternis. Dreuzels zijn het, van de ergste soort, angstig voor alles wat naar toverkunst ruikt en zeer zelfingenomen.

Vertaler Wiebe Buddingh' heeft duidelijk geworsteld met een passage aan het begin van het eerste hoofdstuk. `Geef die koekenpan aan', zegt Dirk tegen Harry. `You forgot the magic word', zal het geërgerde antwoord van Harry in het Engels geluid hebben, `please' bedoelend. De familie reageert ontsteld omdat ze denken dat Harry aan het toveren slaat. In het Nederlands is het een nogal onbegrijpelijke passage, als Harry vlug mompelt: `Ik bedoelde alsjeblieft.' Alsjeblieft geldt hier niet als `het' toverwoord bij uitstek.

Ook elders in het boek heeft de vertaler soms moeite met Engelse woordspelingen en verwijzingen, maar dit verhindert niet dat ook Nederlanders het boek in één ruk zullen willen uitlezen. Na meermalen met hoofdpersoon Harry Potter op het verkeerde been te zijn gezet, wordt het Kwaad dat in de toverschool Zweinstein schuilgaat dan toch verslagen. Het wachten is op deel drie: Harry Potter en de Gevangene van Azbakan.

J.K. Rowling: Harry Potter en de Geheime Kamer. Vertaald uit het Engels door Wiebe Buddingh'.

De Harmonie. Vanaf 9 jaar. ƒ29,90