Dissident gedrag in China staat opnieuwgelijk aan een leven vol ellende

Op 4 juni 1989 zette het conservatieve kamp van de communistische partij van China het leger in om het pro-democratische studentenprotest een halt toe te roepen. Tien jaar later is de stem van de democratie zwakker en de macht van de partij groter.

In de week waarin de bloedige onderdrukking van de naar rechtvaardigheid en democratie strevende studenten-demonstranten in 1989 wordt herdacht, ziet een lid van het Chinese parlement plotseling het licht: ,,Anti-Chinese krachten in de Verenigde Staten en het Westen zijn direct betrokken geweest bij het uitdenken en aanmoedigen van de ongeregeldheden'', zegt hij. Na weken van opgezweepte anti-Amerikaanse retoriek en propaganda klinkt het als de ultieme conclusie van China's bekende complottheorie: de ongeregeldheden en tegenslagen waarmee China de afgelopen tien jaar te maken heeft gehad, zijn het werk geweest van een select groepje anti-Chinese `elementen' uit met name de VS, die het Chinese volk het licht in de ogen niet gunnen.

Het is geen toeval dat gisteren, daags voor de politiek gevoelige verjaardag van de gebeurtenissen van 1989, het Volksdagblad, de spreekbuis van de communistische partij, waarschuwde dat ,,de wens van vijandige krachten uit het Westen om ons land aan hun macht te onderwerpen, nog altijd niet [is] vervlogen.'' De indirecte waarschuwing aan het adres van diegenen in China die een publieke herdenking van het drama hadden mogen overwegen, is het sluitstuk van een zorgvuldig georkestreerde propagandacampagne. Die wil het Chinese volk doen geloven dat het Westen er feitelijk op uit is om China's moeizame gang naar een moderne, maar daarmee ook machtige samenleving, te saboteren.

Deze boodschap is redelijk goed aangeslagen, vooral omdat in de afgelopen weken het Chinese publiek onder aanwijzingen werd bedolven dat het Westen en met name de VS, niets dan slechts met China voorhebben. Eerst keerde premier Zhu Rongji ondanks belangrijke concessies op het gebied van de toetredingsvoorwaarden tot de Wereldhandelsorganisatie, onverrichter zake en vernederd van een bezoek aan de VS in Peking terug. Vervolgens werd de Chinese ambassade in het Joegoslavische Belgrado getroffen door drie NAVO-bommen, een gebeurtenis die in China is gepresenteerd als opzettelijke actie van Washington om de regionale grootmacht China de mond te snoeren. En ten slotte werd vorige week in Washington het scherp anti-Chinese Cox-rapport vrijgegeven, waarin China wordt beschuldigd van de diefstal van geheime Amerikaanse militaire informatie.

Eén resultaat van de anti-Amerika campagne is dat Chinezen op dit moment veel minder bereid zijn zich te verdiepen in ideeën uit het Westen, zoals democratie en rechten van de mens – concepten die in China sterk met de VS worden geassocieerd. Daarmee is de belangstelling voor hetgeen tien jaar geleden op het hoogtepunt nog een miljoen mensen op de been bracht op het Plein van de Hemelse Vrede vrijwel teniet gedaan. Het gros van de Chinese studenten houdt zich toch al niet meer met dergelijke ideeën bezig. Hun gedachten worden vooral in beslag genomen door zaken die direct invloed hebben op hun leven: studieresultaten, popmuziek en geld verdienen. En anders dan hun studiegenoten tien jaar geleden, die zeven weken lang en masse naar het Plein trokken en in 80 andere steden in China het voortouw namen in het verzet tegen een corrupt en overregulerend bewind, is het beetje politiek besef dat zij hebben doortrokken van nationalistische sentimenten en vrijwel op één lijn met het gedachtengoed van de machthebbers. De door de studenten op gang gebrachte anti-NAVO demonstraties van enkele weken geleden waren dan ook geen verrassing. Ze werden gevoed door tien jaar van gespannen Chinees-Amerikaanse verhoudingen en gestuurd door een propaganda-apparaat dat daar haarfijn op heeft ingespeeld. Studenten van nu vinden dat de studenten tien jaar geleden ,,erg naïef'' waren. ,,Wij zijn beter op de hoogte. Wij weten dat de VS en de waarden die zij uitdragen niet perfect zijn'', aldus een van hen.

Maar in vergelijking met de studenten van 1989, zijn juist de studenten van nu uitgesproken meegaand, passief en naïef. De studenten van tegenwoordig zijn in menig opzicht bevrijd van de ergernissen die veel studenten in 1989 motiveerden. Zo zijn ze verlost van het gewraakte systeem waarbij de staat oppermachtig was in het toewijzen van banen. De tijden dat een briljante student Engels zonder connecties achter het museumloket belandde om entréekaarten aan buitenlanders te verkopen, zijn voorbij. Ook de toegang tot informatie en ideeën is veel groter dan tien jaar geleden. Boekhandels presenteren een overvloed aan buitenlandse titels die in het Chinees zijn vertaald. De hollende inflatie, eveneens een van de grieven onder de studenten en brede lagen van de sympathiserende bevolking, is systematisch opgelost. En het probleem van corruptie is zichtbaar aangepakt.

Deze maatregelen zijn te danken aan het aanpassingsvermogen van de communistische leiders, die zich in 1989 wel degelijk bewust zijn geweest van de tekortkomingen van het Chinese bestuur. Maar misschien belangrijker is China's effectieve intimideringscampagne, die vrijwel ieder spoor van activisme, ook in theorie, heeft doodgeslagen. Dissident gedrag, zo weet iedereen in China, staat sinds de onderdrukking van het studentenprotest opnieuw gelijk aan een leven vol ellende en narigheid, waar iedere mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling definitief onmogelijk lijkt te worden gemaakt. De dood van honderden, en misschien wel meer dan 1.000 mensen bij het militaire ingrijpen in 1989, het onbekend aantal doodstraffen dat op de beëindiging van de protesten volgde en het oppakken van vele duizenden van wie er volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International nog zeker 241 vastzitten, hebben de Chinese bevolking ervan doordrongen dat spotten met het communistische bewind nog altijd tot ellende leidt.

Het selecte groepje politieke dissidenten in China dat moedig en tegendraads zijn stem blijft laten horen, is in de afgelopen jaren sterk uitgedund. Het merendeel zit achter slot en grendel, is gevlucht of verblijft gedwongen in het buitenland. Volgens een mensenrechtenorganisatie uit Hongkong zijn in de afgelopen maand bijna 100 activisten, onder wie leden van de verboden Chinese Democratische Partij, aangehouden of opgepakt. Parlementsvoorzitter Li Peng, ex-premier en het gezicht van het repressieve apparaat dat de studenten in 1989 heeft aangepakt, zei eind vorig jaar dat ,,geen groepering [...] bestaansrecht [verdient], wanneer zij streeft naar een meerpartijen stelsel of wanneer zij het leiderschap van de communistische partij ontkent.''

Maar repressie ondermijnt uiteindelijk de macht van de staat, zegt Bao Tong, de voormalige assistent van de indertijd gevallen partijsecretaris Zhao Ziyang in een China uitgesmokkelde video. Bao zat zeven jaar vast voor zijn uitgesproken steun aan de demonstrerende studenten. ,,Extreme politieke controle vereist de absolute macht'', zegt Bao, ,,daardoor neemt de doorzichtigheid [van het bestuur] af en raakt de wetgeving ondermijnd.'' Bao gelooft evenals veel andere dissidenten in en buiten China dat China's kunstmatige formule voor politieke crisisbestrijding – economische vrijheid en politieke repressie – niet zal blijven werken. Integendeel, de zwakte van het medicijn blijkt telkens weer, wanneer de centrale regering onwettig ingrijpt terwijl zij volhoudt te besturen met de wetgeving in de hand. Voor de dissidenten is kritiek dan simpel: Hoe kun je beweren dat China vooruitgang boekt volgens de regels van de wet, wanneer je onwettige middelen als geweld aangrijpt om je zin door te drijven? De dissidenten geloven dat wanneer de Chinese leiders niet terugkomen van hun veroordeling van het studentenprotest, de Chinese regering het vertrouwen van haar volk en de wereld nooit zal kunnen terugwinnen.