De s van spook

Een zomeravond en gewetensvragen van vrienden - dat leidt naar Warren Beatty en de eerste en ergste zonde.

Ik had kunnen weten dat iemand met zo'n vraag op de proppen zou komen. Het was er helemaal het moment voor. Het begin van de zomer, vroeg in de avond, zon al half achter de daken, vijf mensen, lang niet gezien, op een balkon, van boven gedempte pianoklanken en beneden het zachte ruisen van een tuinsproeier. Alle verplichte vragen – hoe is het met, was dat niet, herinner jij je nog dat – waren al zo'n beetje gesteld en beantwoord. Dus brak het moment aan voor de vrije improvisatie. Als jij nou iemand zou kunnen laten opsporen, op kosten van zo'n televisieprogramma als `Vermist', wie zou dat dan worden?

Dat was de vraag en hij was nog niet gesteld of ik herleefde direct het moment dat ik, meer dan twintig jaar terug, Tanya voor het laatst had gezien. Of liever gezegd: het moment dat ik onze jarenlange vriendschap verraadde door in een stom principieel debat over ik weet niet eens meer wat uit een soort lafheid de kant te kiezen van een andere vriendin, die – dat weet ik nog wel – daarbij een fundamentalistisch standpunt innam. Vind jij dat nou ook, Roel, riep Tanya op een gegeven moment uit, stukgeredeneerd, in tranen bijna, en ik zei ja en proefde kruit op mijn tong. Vreemd hoe op zo'n moment alle lampen in de kamer de helft aan wattage inboeten.

Ik heb haar daarna nog wel een paar keer gezien, waarbij ik ook steeds spijt betuigde over mijn gedrag, maar dat was allemaal te weinig en te laat en tevergeefs. We belden steeds minder vaak en op een gegeven moment hoorde ik dat ze naar Schotland was verhuisd, om in te trekken bij een vroegere geliefde wier man net was overleden.

Tien jaar lang was zij mijn beste vriendin geweest, om precies te zijn: vanaf het moment dat zij als invalster voor een zieke leraar Oude Talen in de klas vertelde dat zij de avond tevoren naar een lezing was geweest van de Amerikaanse beat-dichter LeRoi Jones. Daarbij was ze vooral onder de indruk geraakt van een gedicht waarin een blank meisje dat op weg is naar het strand in een café een zwart meisje ziet zitten en prompt haar fles zonnebrandolie in de vuilnisbak gooit. `Why Bother?' was de titel van dat gedicht en de volgende dag deed ik Tanya – die ik daarvoor steeds het leven zuur had gemaakt – bij wijze van appel voor de juf de bundel cadeau waar het gedicht instond.

Ze woonde op een studentenflat in het centrum van Amsterdam, direct boven de mensa die daar ook gevestigd was en waar je elke dag vaalbleke, bebrilde jongens in grijze terlenka-broeken in lange rijen zag staan om zich voor de derde keer een Himalaya aan glazige aardappelen te laten opscheppen. Ook zal ik nooit die weeïge Maggi-lucht vergeten waarvan het hele gebouw doortrokken was. Een lucht die ik nog heel lang met heimelijke seks heb geassocieerd omdat Tanya haar flat de plek was waar ik aantal maanden lang met dat doel een meisje trof.

Ondergronds

Waarom daar en niet thuis was onduidelijk. We waren geen van beiden aan iemand anders gebonden en hoewel we allebei nog thuis woonden werd er door onze ouders over dat soort dingen meestal niet moeilijk gedaan. Nou ja, door haar ouders eigenlijk wel, erg moeilijk zelfs. Maar de werkelijke reden dat het stiekem moest had er, besefte ik achteraf, vooral mee te maken dat het officieel al een tijdje uit was tussen ons, en wel, zoals dat gaat, zonder te weten waarom ook weer. Sinds die tijd was onze liefde ondergronds gegaan, waar ze was blijven smeulen als een vuur in het veen. Maar hoe we ook ons best deden in de illegaliteit van Tanya haar flat – en er zat een soort wanhopige schoonheid in al dat proberen – `aan' bleef uit.

De keer dat zij mij daar vertelde dat dit nu echt de laatste keer was geweest waren we eerder die avond vlak in de buurt naar de film geweest: naar Mickey One, een film van Arthur Penn met in de hoofdrol Warren Beatty als een losbollige nachtclub-entertainer die vanwege zijn grote schulden in ongenade valt bij een misdaadsyndicaat en daardoor gedwongen wordt om onder te duiken. Dat het voldoen van die schuld niet zozeer een kwestie van geld is als wel iets veel persoonlijkers, iets existentieels, iets van de ziel, blijkt al direct aan het begin van de film wanneer Beatty, plotseling bang geworden, via de keukens de nachtclub waar hij werkt ontvlucht en een van de mannen die daar bezig is afval aan te stampen hem naroept: ,,Daarbuiten zul je moeten leven als een beest, als een beest!'

Een beest wordt hij niet, maar wel een opgejaagde zwerver die zich via baantjes als etensresten-van-borden-schraper (`mickey one', de laagste rang in de horeca) en armlastige pianoleraar langzaam terugvecht naar zijn oude stiel van entertainer, maar dan een gelouterde, met grappen die niet alleen maar om te lachen zijn. Het is een zwart-wit film die krom staat van de pretentie en de simpele symboliek, Nouvelle Vague op z'n Amerikaans, en elke keer dat ik de kans krijg ga ik hem weer zien. Alsof ik nog steeds iets gemist heb.

Vorige week ging hier de film Bulworth in première, geschreven, geregisseerd en geproduceerd door diezelfde Warren Beatty. Hij speelt ook de titelrol van een Amerikaanse senator die tijdens zijn campagne voor herverkiezing zo ziek wordt van de loosheid en voosheid van het politieke bedrijf en zijn eigen rol daarin dat hij via via iemand inhuurt om zich te laten vermoorden. Omdat hij nu niets meer te verliezen heeft kan hij, beseft hij tot zijn eigen bijna giechelige verbazing, iedereen opeens de waarheid zeggen. De zwarte gemeenschap, hollywood-bonzen, de media – ze krijgen het stuk voor stuk voor hun kiezen tijdens toespraken die Bulworth, na te zijn gevallen voor een Afro-Amerikaanse prinses uit `the hood', steeds meer gaat staan rappen.

Maar de werkelijke inspiratiebron voor de nieuwe stijl van de senator wordt gevormd door een oude zwarte zwerver die Bulworth op een tweetal strategische momenten in de film op straat aan zijn jasje trekt en hem toevoegt: ,,Don't be no ghost. Be a spirit. To be a spirit you've got to sing. The spirit won't descend if you don't sing.'

Onderwereld

Het zijn momenten die rechtsstreeks ontleend zouden kunnen zijn aan Mickey One. In beide films moet Beatty, met de loop van een geweer op scherp in zijn rug, afdalen naar de onderwereld, lees: de parterre van de werkelijkheid, om daar zijn schuld af te betalen. En de enige valuta die daar geaccepteerd wordt is de waarheid voorzover je die kent en dan ook nog eens verteld met overtuiging, met lichaam en ziel, oftewel: `gezongen'. Het verschil tussen `beest' en `geest' is maar één letter: de s van `spook' en van `to sing'.

Meestal ben ik te ongeduldig om na afloop van een film op mijn plaats te blijven om de aftiteling te lezen. Weinig dingen werken zo op mijn zenuwen als te lang tegen bepaalde achterhoofden aankijken, of het nou in de file is, voor een loket of podium of in de bioscoop. Ze hebben vaak zoiets stront-eigenwijs en doms-onverzettelijks, die koppen, om nog maar te zwijgen van die nekken. Maar iets in de stem en het gezicht en het net te gesoigneerde baardje van de zwarte zwerver uit Bulworth had ergens in mijn eigen achterhoofd een deur opengestoten.

Ik hoefde gelukkig niet lang te blijven zitten, want de bezetting stond in alfabetische volgorde en al bij de zesde naam kon ik weg, met dichtgesnoerde keel. Daar stond het: `Homeless Rastaman - Amiri Baraka' oftewel, want zo heette hij voor hij zijn moslim-naam koos: LeRoi Jones, de dichter van `Why Bother?'

Een andere vraag die op datzelfde balkon veel later op de avond – de piano van boven werd inmiddels overstemd door een boos gedreun aan de overkant – nog door iemand gesteld werd was die naar de eerste zonde. Nou ja, stom begrip natuurlijk, werd erbij gezegd, maar ik begreep vast wel wat hij bedoelde. Wat of ik dacht dat die was, die eerste zonde? Dat was een makkelijke. Die wist ik meteen. Toch was mijn buurvrouw rechts van mij me net voor. ,,Verraad', zei ze, ,,dat is de eerste zonde. De eerste en de laatste.'

De film `Bulworth' is te zien in Calypso 2, Amsterdam

Weeïge Maggi-lucht heb ik lang met heimelijke seks geassocieerd

De enige valuta die in de onderwereld geaccepteerd wordt is de waarheid

Papieren Tijger, 350 blz. ƒ59,90