Binnen zonder kloppen

Lakeman heeft met Binnen zonder kloppen het taboe willen doorbreken dat allochtonen publiekelijk niet als last mogen worden aangemerkt. In tegenstelling tot Lakeman, die zulks een schande acht, stelt Entzinger (Boeken 28.5.99) dat het de Nederlandse overheid juist siert dat deze hieraan destijds geen ruchtbaarheid heeft gegeven en een zinloze polarisatie werd voorkomen. Entzinger schaart zich hiermee aan de zijde van diegenen die onvermoeibaar de pacificatie plachten te prediken, maar tot hun leedwezen inmiddels hebben kunnen vaststellen dat de kool en de geit, die per slot van rekening gespaard dienden te worden, het uiteindelijk beide hebben moeten ontgelden. Zich beroepend op de methodologische problemen waarop een serieus economisch onderzoek naar immigratie zou stuiten – en terloops Lakemans drijfveren resp. wetenschappelijke aanpak ter discussie stellend – probeert Entzinger de aandacht van de Nederlandse integratieproblematiek af te leiden door de aandacht te verleggen naar het thema arbeidsmigratie. Het bevreemdt me dat Entzinger in zijn boekbespreking van Binnen zonder kloppen geen enkele beschouwing wijdt aan de door Lakeman voorgestane export van werkgelegenheid naar het Zuiden. Het kabinet-Den Uyl bleek daarvoor destijds reeds oog te hebben. Met een variant op één van Oscar Wilde's aforismen: voor de ontwikkelingslanden is slechts één ding erger dan door de multinationals te worden uitgebuit, en dat is niet door hen te worden uitgebuit. Door het creëren van arbeidsplaatsen worden de voor de ontwikkelingslanden noodlottige gevolgen van de `brain drain' tenminste een halt toegeroepen of wordt de vicieuze cirkel voor die landen doorbroken. Entzinger toont zich blind voor de onontkoombare problematiek van economische immigratie (tweedeling, op termijn culminerend in een `razende agressie'). Hij lijkt zich meer zorgen te maken over een Nederlandse krapte op de arbeidsmarkt, welke samenhangt met de economische groei en de teruglopende aantallen schoolverlaters. Weliswaar neemt Entzinger een voorschot op het noodzakelijke over een toekomstig toelatingsbeleid, waarbij migranten aan kwaliteitscriteria (opleiding; vaardigheden) zullen dienen te beantwoorden. Maar intussen stelt hij de verkeerde prioriteiten.