Bastaard op drift

Even leek het of Paul Auster, auteur van moderne klassieken als The New York Trilogy en The Music of Chance, de romanschrijfkunst voorgoed vaarwel had gezegd. Na het succes van de films Smoke en Blue in the Face, waarvoor hij de scenario's had geschreven, dompelde hij zichzelf onder in de glamour van de filmwereld. Hij was jurylid op de festivals van Venetië en Cannes, regisseerde de verfilming van zijn derde scenario Lulu on the Bridge (opnieuw met Harvey Keitel), en publiceerde alleen nog Hand to Mouth, waarin behalve memoires wat oude korte stukken waren opgenomen.

Dat Auster vijf jaar na Mr. Vertigo met een nieuwe roman komt, is dan ook goed nieuws. Maar Timbuktu is jammer genoeg een boek van niks. Niet door de geringe omvang – Auster was altijd een man van weinig woorden – maar door de magere inzet en de stuurloze plot. Van Austers talent voor het filosofische, aanstekelijk-postmoderne verhaal is niets te merken; Timbuktu mag dan beginnnen als een originele shaggy-dog story voor alle leeftijden, het eindigt als een mislukt kinderboek.

Net als in de recent verschenen roman A Street Story van John Berger is de hoofdpersoon van Timbuktu een hond. Een verrassende keuze, ook al zijn we van Auster na romans over een speelgoedterrorist (Leviathan) en een vliegend jongetje (Mr. Vertigo) wel wat gewend. Vanuit het perspectief van de zevenjarige Mr. Bones, een gemoedelijke bastaard met veel mensenkennis, krijgen we het hondse equivalent van een roadmovie voorgeschoteld. Het verhaal begint met de reis die hij met zijn stervende baasje Willy naar Baltimore maakt; als Willy in de goot vóór het oud woonhuis van Edgar Allan Poe de geest geeft – `naar Timbuktu vertrekt', zoals hij het zelf uitdrukt – vlucht Mr. Bones voor de hondenmeppers naar het Zuiden. De vrijheid tegemoet, denk je, net als zijn beroemde voorganger Huckleberry Finn; maar Mr. Bones kan niet zonder sociaal leven en verbindt zich zo gauw mogelijk aan een nieuw kosthuis, dit keer in een keurige buitenwijk.

Het is onduidelijk waar Auster precies heen wil. In de eerste twee hoofdstukken, die bijna de helft van Timbuktu beslaan, lijkt het of hij door de ogen van een hond het levensverhaal van een bijzondere zwerver wil vertellen. De typische Auster-held Willy Gurevitch (`a rambler, a rough-and-ready soldier of fortune, a one-of-a-kind two-leg who improvised the rules as he went along') is er interessant genoeg voor. Al was het alleen maar door zijn joods-Poolse afkomst en zijn bekering tot het evangelie van de Kerstman (`niets van de wereld vragen en alleen liefde in ruil geven') na een visioen op het televisiescherm. Maar in het tweede deel van het boek schakelt Auster tamelijk willekeurig over op Mr. Bones' ervaringen met een Chinees-Amerikaans jongetje en een nogal saai gezin. Het dramatische einde van de superslimme viervoeter kan de opeenvolging van anticlimaxen niet meer goed maken.

Ook Austers stijl redt het boek niet. Woordspelingen, associatieve monologen, gevleugelde woorden (`just when you think you're top gun, you wind up as bottom dog'), spreektaal waar de vonken van afvliegen – er is vuurwerk genoeg in Timbuktu, maar het laat je siberisch. De vorm is belangwekkender dan de inhoud, en zo zijn we met Paul Auster niet getrouwd. In zijn beste boeken stond de taal altijd in dienst van de spanning en diepgang van het verhaal.

Even, op driekwart van Timbuktu, lijkt het of Auster iets meer van zijn boek probeert te maken. Als Mr. Bones in zijn luxe hondenhok in suburbia bedenkt dat het leven nog niet zo slecht is (`als je eenmaal gewend was aan het systeem, deed het er niet meer toe dat je de hele dag aan een touw vastzat'), heb je als lezer de hoop dat de roman met een spectaculaire draai uitloopt op een bespiegeling over vrijheid-in-gebondenheid. Of zelfs op een allegorie over het lot van de schrijver die zijn ziel verkoopt aan de filmwereld. IJdele hoop: Timbuktu blijkt weinig meer dan een portret van een sympathiek huisdier. Misschien leuk voor hondenliefhebbers; teleurstellend voor wie van Paul Auster houdt.

Paul Auster: Timbuktu. Faber and Faber, 186 blz. ƒ55,35 (geb.)