Afgang in Somalië

Amerikaanse gevechtshelikopters dropten op een zondagmiddag in oktober 1993 hun zwaarbewapende manschappen in het hartje van de Somalische hoofdstad Mogadishu, op zoek naar twee luitenants van war lord Mohamed Aidid. De overval markeerde een nieuwe escalatie in Somalië, waar een hulpactie van de Verenigde Naties langzaam verstrikt was geraakt in een chaotische stadsguerrilla tussen elkaar uitmoordende facties.

De Amerikaanse actie werd een nachtmerrie nadat twee van de helikopters waren neergeschoten. Bijna honderd Amerikanen raakten beklemd tussen Aidids guerrillero's en duizenden woedende Somalische burgers. Toen ze die nacht na een langdurig vuurgevecht werden ontzet, waren achttien Amerikanen dood en tientallen gewond. Onder de Somaliërs waren naar schatting vijfhonderd doden gevallen, veelal burgers, en duizend gewonden. Het betekende het failliet van de VN-interventie in Somalië. De militaire operatie was nominaal weliswaar geslaagd – Aidis luitenants waren opgebracht – maar met zoveel doden was het vooral een verpletterende morele nederlaag.

De journalist Marc Bowden wijdde in The Philadelphia Inquirer een 29-delige serie aan het incident, waarin hij reconstrueerde hoe de politionele actie was ontaard in `het meest intense vuurgevecht van Amerikaanse militairen sinds Vietnam'. Het werd een opzienbarende serie, vol adrenaline, kruitdamp en kortademige dialogen. Het succes leidde tot een documentaire, een cd-rom, een web-site (www.blackhawkdown.com) en nu een lijvig boek waarin alles nog gedetailleerder en nog huiveringwekkender wordt beschreven. Bowden werkt nog aan het script voor de speelfilm.

Al die aandacht voor een even geïsoleeerd voorval in Somalië lijkt overdreven, zo niet sensationeel. Maar het succes van Bowdens werk is begrijpelijk, door de twijfel die in Amerika sindsdien is gerezen over humanitaire VN-acties. De beelden van uitzinnige Somaliërs die de verminkte lijken van Amerikanen door Mogadishu sleepten, schokten de Amerikaanse tv-kijkers niet alleen door hun barbaarsheid, ze bewezen voor velen ook de ondankbaarheid van de wereld, en het gelijk van neo-isolationisten van het kaliber Pat Buchanan. Het tafereel van jeugdige Amerikanen (de meesten rond de twintig en gerecruteerd na een leven van `chips eten op de bank en MTV kijken', aldus Bowden), belaagd door hordes `Sammies', zoals de Somaliërs in legerkringen werden genoemd, riep bovendien onweerstaanbaar associaties op met die andere diepe krenking van de Amerikaanse psyche de ondergang van generaal George Armstrong Custer tegen de Sioux-indianen aan de Little Big Horn in 1876.

Ook in Washington wekte het Somalische echec, zo kort na het succes van de Golfoorlog en de Nieuwe Wereld Orde van George Bush, sterke twijfels over de wijsheid van humanitaire interventies. Vooral de snelheid waarmee de vreugde van de Somaliërs over de komst van de Amerikanen, live uitgezonden door CNN, was omgeslagen in haat, plaatste de beleidsmakers voor raadselen. `Mensen in zulke landen willen geen vrede, ze willen winnen', citeert Bowden een gedesillusioneerde ambtenaar van het State Department. Ook Bill Clinton was uit het lood geslagen. Zijn latere aarzeling om in Bosnië in te grijpen, valt deels te verklaren uit de ervaringen die hij opdeed met Somalië.

In Black Hawk Down besteedt Bowden terloops aandacht aan die context en repercussies. De inzet van zijn boek is een andere. Hij wil laten voelen `wat het is' om in een modern vuurgevecht verzeild te raken. Daarin is hij op een beklemmende manier geslaagd, al is zijn taal nogal rondborstig en mist hij het psychologische inzicht van oorlogsverslaggevers als Michael Herr (Dispatches) of Jonathan Schell (The Real War). Aan de hand van gesprekken met de Amerikaanse overlevenden beschrijft Bowden in ademloos proza – dat de opwinding en chaos van het gevecht moet oproepen – hoe de operatie smoort in dood en verderf. Je leest het met wisselende emoties. Soms dwingt de moed van het handjevol Amerikanen bewondering af. Maar vooral onthutsend is het gemak waarmee ze het vuur openen op alles wat beweegt, als MTV-tieners in een kermistent. Al vanuit de helikopters worden `hele menigten Sammies neergemaaid': mannen, vrouwen en kinderen. Tientallen anderen worden gedood terwijl ze in de steegjes rondom de wrakken samendrommen. Dan is dit boek niet `het verhaal van een moderne oorlog', maar eerder een herhaling van de koloniale slachtpartijen uit de vorige eeuw, toen duizenden Zulu's en aanhangers van de Mahdi door Britse repeteergeweren werden afgemaakt.

Gelukkig heeft Bowden ook enkele Somalische getuigen achterhaald (hij was de eerste Amerikaan die vier jaar later een week in Mogadishu verbleef), zodat de anonieme `horde' alsnog een gezicht krijgt. De Somalische getuigenissen zijn minstens zo aangrijpend. Hun verbijstering over de brutaliteit van het Amerikaanse optreden en de achteloosheid waarmee de van zelfvertrouwen blakende militairen opereerden, klinkt er nog in door. Voor hen was de afloop van de VN-interventie nog veel wranger dan voor Clinton. De Amerikanen trokken hun troepen terug, de VN verloren hun belangstelling in het land. Somalië is nog steeds in de greep van milities en facties.

Marc Bowden: Black Hawk Down. A Story of Modern War. Atlantic Monthly Press, 386 blz. ƒ63,75