Wel zeehonden, maar nauwelijks toeristen

Een bezoek aan Prince Edward Island is een stap terug in de tijd. De sleutels van de voordeur liggen onder de mat, parkeren is veelal gratis, de diefstal van een tasje in het centrum is voorpaginanieuws en mensen die je twee jaar eerder één keer hebt gezien, weten je naam nog.

Prince Edward Island (P.E.I.) is naar Canadese begrippen een vlekje op de kaart. Het eiland in het oosten van het land (samen met Nova Scotia en New Brunswick The Maritimes geheten) meet slechts een tiende procent van het gehele landoppervlak van Canada. Maar wel een vlekje met een aardige `claim to fame': Canada werd er op 1 juli 1867 opgericht en 1 juli is nog altijd de nationale feestdag.

En dan is er nog Anne. `Anne of Green Gables' heet het verhaal van schrijfster Lucy Maud Montgomery en zelden zal een boek een grotere economische impact hebben gehad op de geboorteplek van de auteur. De roodharige hoofdpersoon, een iets minder recalcitrante versie van Pippi Langkous, komt in het boek vol met fraaie landelijke omschrijvingen als weesmeisje naar het eiland. Hoewel de adoptie-ouders eigenlijk een jongetje hadden `besteld', duurt het niet lang voor het hele eiland het meisje in het hart heeft gesloten en vice versa.

Waar Cruijff zijn stadion kan vergeten en het nog wel even zal duren voordat Reve zijn brug krijgt, daar siert Anne de nummerplaten van PEI, is zij op flesjes fris, zakken chips, pennen en sleutelhangers te vinden, heeft ze model gestaan voor een TV-serie (Road to Avonlea) en de gelijknamige, overigens heerlijk aandoenlijke, musical draait al enkele decennia voor nagenoeg volle zalen. Anne is business en dat is een van de weinige facetten van het eiland die onmiskenbaar jaren 90 is.

Het gaat echter veel te ver om het eiland te omschrijven als een Disneyworld voor de lokale literaire heldin. Daarvoor is enerzijds het werk te onbekend in de rest van de wereld. Buiten Canada is alleen Japan en masse voor het boek gevallen. Tot groot genoegen van de middenstand op het eiland, komen jaarlijks nog vele Jappaners op hun pelgrimage. Anderzijds doet het eiland nog altijd recht aan de flatteuse beschrijvingen van Maud Montgomery.

De `islanders' doen er veel aan om dit zo te houden. Hoogbouw bestaat nauwelijks en blikjes coca-cola of bier zijn op het eiland niet te koop. Alles wordt gedronken uit flesjes met statiegeld. En waag het niet om afval achteloos op straat te werpen.

De inzet is hoog, zo beseffen veel eilanders. PEI is vooral een agrarische en dus ook arme provincie, met aardappelteelt en visvangst als belangrijkste inkomstenbronnen. Elke toeristendollar is dan ook welkom. Het geluk is dat moeder aarde vriendelijk is geweest voor het eiland.

In de winter verdwijnt PEI onder een dikke deken sneeuw. Tegen de tijd dat de meeste eilandbewoners dientengevolge enigszins chagrijnig beginnen te worden, laat de zon zich ergens in mei zien en ondergaat PEI een metamorfose. Als de lente een korte aanloop neemt naar de zomer, verandert het wit in een palet aan zomerse kleuren. Het groen van de glooiende heuvels en het blauw van het alomaanwezige water in de zee, kleine beekjes of baaien. De huizen in Engels koloniale stijl zijn vaak in pastelkleuren geschilderd. En dan is er de onverbiddelijke Canadese vlag die het gehele jaar door het huis siert van de meeste bewoners. Al is het maar om nog eens duidelijk te maken dat we hier echt niet in de Verenigde Staten zijn. Meest in het oogspringend zijn echter de rode wegen, kliffen en stranden. Vele honderden kilometers wegen en strandstroken hebben hun roestige kleur te danken aan de oxydatie van de ijzer in de grond.

De roestkleur is een van de herkenningsmelodietjes van het eiland. Het rode zand wordt in kleine flesjes aan toeristen verkocht en zelfs T-shirts worden er mee gekleurd. Het loont echter om zelf op het strand wat zand te vergaren. Het klimaat is in de zomermaanden dusdanig aangenaam (rond de 25 graden Celcius en lage vochtigheid) dat strandbezoek een onverwachte prettige optie is.

Veel strandtoeristen kent PEI niet. In de drie zomers die ik er heb meegemaakt ben ik geen enkele Nederlander en slechts een handjevol Europeanen, enkele Amerikanen maar vooral Canadezen tegengekomen en dan nog meestal van het eiland zelf. Dat resulteert in stilte. Wie Scheveningen of Zandvoort gewend is, dient zich aan te passen. Een bal trappen over twintig meter zonder rondrennende kinderen of snelbruinende strings te raken behoort tot de opties. Om de idylle te vervolmaken, steekt met enig geluk een zeehond in de verte het hoofd boven het water.

Voor mensen op zoek naar stedelijk vermaak is er bijzonder weinig te doen. Er treden bands op, maar verbazingwekkend veel hebben dezelfde leadzanger. De shoppingmalls verliezen het in omvang van de Nederlandse winkelcentra. De musea zijn klein en veelal behangen met lokaal werk. Wie in Charlottetown, met ruim 30.000 inwoners de grootste stad, de weg naar het centrum vraagt, heeft een goede kans er al te zijn.

Naast kleine vissersdorpjes, golvende heuvels, veel golfbanen die ook zonder bal de moeite van het lopen waard zijn, het National Park en boottochtjes om de zeehonden te zien, resteert vooral het `eilandgevoel'. Een moeilijk te omschrijven begrip. Sommige bewoners hebben er in ieder geval al hun hele leven lang last van en zijn naar volle tevredenheid nog nooit van PEI afgeweest.

De schrik is enkele puristen echter om het hart geslagen toen vorig jaar de Confederation Bridge werd geopend. De 13 kilometer lange brug naar het vaste land van New Brunswick behoort tot de langste ter wereld. Een bouwkundig meesterwerkje op zich. In plaats van een bootovertocht van ruim een uur, rijden de auto's nu in een kwartiertje naar het eiland.

De (economische) voordelen mogen duidelijk zijn en door de meeste bewoners toegejuicht, het aangezicht van het eiland is voor altijd veranderd. Maar wat zou er gebeuren met `the island', zoals locals het omschrijven, alsof er geen andere eilanden zijn? Met de knusse dorpjes aan het water waar de culinaire trots (kreeft) wordt gevangen en gegeten, de stille kliffen waar jonge stellen zich aan de moraal van het eiland onttrekken en de fileloze rode wegen? Vooralsnog bijzonder weinig. Verandering staat op PEI, gelijk veel overig eilandleven, in een lage versnelling.