Vergeefs harken naar goud

De Lutine, Frans voor `kwelgeest', doet zijn naam eer aan. Het schip, dat in 1799 verging, had honderden goud- en zilverstaven en 1,2 miljoen aan Engelse ponden aan boord. Ondanks talrijke pogingen de schat te bergen zou nog negentig procent van de goudlading ergens op de zeebodem tussen Vlieland en Terschelling liggen. De ondergang van het goudschip, nu tweehonderd jaar geleden, wordt op beide eilanden herdacht met diverse activiteiten en tentoonstellingen.

De Fransen stonden in 1793 de Lutine af aan de Engelse Admiraliteit. Engelse bankiers huurden het schip voor een kostbaar transport naar Hamburg. Op 9 oktober 1799 vertrok het fregat vanuit de thuishaven Great Yarmouth voor de 380 zeemijl lange tocht naar de hanzestad, destijds het handelscentrum van Europa. Aan boord waren Engelse edellieden en handelaren. Maar de overmoedige bemanning, die de trip als een snoepreisje opvatte, maakt een navigatiefout. Men koerste te dicht langs de kust, en het goudschip liep in een vliegende noordwesterstorm op een zandbank voor 't Vlie. Was er drie mijl naar boven genavigeerd, dan had het schip de zandbank ontweken. Nu wordt één drenkeling, matroos John Rogers, de volgende dag op een deel van de achtersteven opgepikt.

In Museum `Het Behouden Huys' op West-Terschelling is een kleine herdenkingstentoonstelling ingericht over de ondergang van de Lutine en de soms absurdistisch aandoende bergingspogingen. De eerste vond plaats in 1800: met lange knijpers, tangen en beugels halen Terschellinger en Urker vissers touw, een kanon, kogels en later dertien goud-, vijftien zilverstaven en bijna 30.000 zilveren Spaanse matten naar boven. De goudkoorts is geboren. Het jaar daarop harken vissers nog tientallen goud- en zilverstaven op. In 1814 halen helmduikers zeventien munten naar boven. In de loop der jaren komt de Lutine tien meter onder het zeezand te liggen.

In de jaren dertig van deze eeuw ontwikkelt de Duitse moutfabrikant Frans Beckers een kegelvormige twintig meter hoge toren met licht en ventilatie, die hij over het wrak van de Lutine zet. Als het water en het zand uit de toren zijn gepompt, kunnen goudzoekers afdalen. Bezoekers krijgen in het museum in een nagebouwde toren van Beckers een indruk hoe dit `goudmannetje' (de bijnaam die Terschellingers het gaven) er uit moet hebben gezien. Maar meer dan een paar munten werden niet geborgen. In 1938 ondernam de enorme tinbaggermolen Karimata een spectaculaire bergingspoging, die de internationale pers haalde. Maar naast spijkers, nagels en een stuk scheepshuid, werd er slechts één goudstaaf opgebaggerd.

Terschelling en Vlieland staan dit jaar in het teken van de Lutine. Er kan worden betaald met `gouden' dubloenen en er zijn `wrakkenroutes' uitgezet voor fietsers, die voeren langs resten en gedenktekens van de tientallen schepen die ooit voor de kust van beide eilanden vergingen. Op het kerkhof van Vlieland kan het graf worden bezocht van kapitein Lancelot Skynner van de Lutine en van twee naamloze officieren. Verder vindt op 29 augustus een vuurwerk- en lasershow plaats als afsluiting van de Lutine Bell Race, een zeilrace van Great Yarmouth naar de Ree van Terschelling en Vlieland.

Museum Het Behouden Huys, Commandeursstraat 30, West-Terschelling. Open ma t/m vr 10-17u. Za (en zo vanaf 1 juli) van 13-17u. VVV Terschelling, Willem Barentzkade 19A. Inl 0562-443000

Over de Lutine is bij uitgeverij Thoth een boek verschenen, `De Lutine 1799-1999, de raadselachtige ondergang van een schip vol goud'. Prijs ƒ49,50. ISBN 90 6868 223 7