Topsporter in geldnood krijgt hulp van fonds

Topsporters die niet genoeg verdienen om hun sport te financieren zullen door de overheid worden gecompenseerd. De Tweede Kamer stemde gisteren in met de `sportnota' van staatssecretaris Vliegenthart (Sport) waarin dit wordt voorgesteld. Het fonds is beschikbaar voor zo'n driehonderd sporters. De regeling zal in 2001 ingaan.

Diverse Kamerleden hadden moeite met de bovengrens van driehonderd topsporters die aanspraak kunnen maken op het sportfonds. Middel (PvdA): ,,Als je wilt komen tot een topsportklimaat kun je natuurlijk geen bovengrens stellen.'' De verwachting is dat driehonderd à vierhonderd topsporters aan de eisen zullen voldoen voor het sportfonds.

Vliegenthart vindt de bovengrens niet bezwaarlijk. Ze rekent op veel gebruikers, maar ook op uitstroom als zich na verloop van tijd sponsors melden. Sponsors zijn namelijk niet geïnteresseerd in ,,het lange voortraject'' van trainingen ,,maar komen pas om de hoek als de sporter op tv verschijnt'', zo zei de staatssecretaris.

NOC*NSF had eerder kritiek op de wijze waarop topsporters betaald zullen worden. ,,Een sporter kan niet los worden gezien van het programma dat hij draait. Je kan een sporter maandelijks honoreren, maar als zijn programma niet kan worden gefinancierd, schiet je er nog niets mee op'', luidde de kritiek van de sportkoepel.

Volgens de door het ministerie overgenomen criteria van NOC*NSF is een topsporter iemand die in interlandwedstrijden Nederland mag vertegenwoordigen in een gekwalificeerde tak van sport. Verder moet hij individueel of met zijn team presteren op het niveau van finales of eindrondes van EK's, WK's en Olympische Spelen of vergelijkbare tournooien.

Alleenstaande sporters krijgen een stipendium van 1.033 gulden per maand, een samenwonende sporter krijgt 1.666 gulden. Daarnaast mogen sporters maximaal 1.800 gulden bijverdienen.