Suriname dankt rampspoed aan zichzelf

Niet de corruptie maar het eigen bestuurlijk onvermogen doet Suriname nu de das om, vindt Marco Raùl Yard. De huidige situatie in het land is slechts de evolutie van wat aan de vooravond van de onafhankelijkheid werd voorspeld.

Telkens als Suriname in een bestuurlijke chaos verzeild raakt, wordt de `barmhartige Samaritaan' van stal gehaald: `Nederland mag Suriname niet aan zijn lot overlaten'(NRC Handelsblad, 28 mei 1999). Maar buiten de altijd opgesomde redenen – de relatieve veelheid van Surinamers in Nederland, de koloniale geschiedenis en de gemeenschappelijke taal, als concretisering van gebondenheid – wordt nooit echt duidelijk wat het noodlot is dat de Surinamers boven het hoofd hangt. Of is het antwoord op deze vraag de opmerking van minister van Ontwikkelingssamenwerking, Herfkens, dat Suriname door en door corrupt is?

Vlak voor de onafhankelijkheid hadden de Surinamers geen referendum nodig om hun mening te geven over hetgeen de politici Arron, Bruma, Den Uyl en Pronk hadden bekokstoofd. Ze kochten een vliegticket en vertrokken naar Nederland, of familieleden haalden verwanten over om voor de rampspoed het land te verlaten. Ook de toenmalige Surinaamse oppositie kwam naar Nederland en richtte zich tot de Tweede Kamer, waarbij de Surinaamse parlementariër en arts Alwyn Mungra de profetische woorden uitsprak: ,,Zij die gaan sterven groeten u.''

Het is echter niet de door Herfkens onderkende corruptie die het noodlot van Suriname bepaalt – Suriname is altijd een onrechtvaardige samenleving geweest. Bovendien stond de elite van Nederland, inclusief koningin Beatrix, in augustus 1995 te popelen om een `Bouterse-tot-de-twaalfde-macht' in Indonesië de hand te drukken – maar het pure besef over het eigen bestuurlijke onvermogen.

Joop den Uyl en Jan Pronk hadden echter geen boodschap aan dit eerlijke inzicht, want er kon oud zeer uit het verleden mee opgeruimd worden. Immers, het zo door de Duitsers geknechte Nederlandse volk aarzelde enige maanden na de bevrijding in 1945 niet de naar soevereiniteit hunkerende Indonesiërs opnieuw te onderwerpen. Slechts internationale druk van de Verenigde Staten deed Nederland op zijn schreden terugkomen. Moord en doodslag waren toen reeds gezaaid.

Eind jaren zestig kwam dit brute Nederlandse optreden in het voormalige Nederlands-Indië in volle hevigheid aan de oppervlakte. Het streven naar soevereiniteit van een kleine minderheid in Suriname werd dankbaar door de PvdA aangegrepen om het Nederlandse blazoen – het geschonden aangezicht van de `barmhartige Samaritaan' – te restaureren. Welk land geeft haar voormalige kolonie een cheque van drie miljard mee? Dat is toch ongehoord?

En dat was nu het probleem met de keynesianen Pronk en Den Uyl. Ontwikkelingshulp is nooit als monetair fenomeen gezien, die monetaire variabelen als de wisselkoers sterk beïnvloedt. In de diverse ontwikkelingsplannen sedert 1948 heeft Suriname nooit een eigen bijdrage geleverd. Suriname was een gigantische sociale werkplaats met een wisselkoers van twee Nederlandse guldens voor één Surinaamse (nu: elfhonderd honderd Surinaamse guldens voor één Nederlandse).

Door de opschorting van de ontwikkelingshulp vloeiden er veel minder deviezen de Centrale Bank binnen. Met een niet-convertibele munt, dat wil zeggen een munt die geen beschikkingsmacht heeft over buitenlands geproduceerde diensten en goederen, is de Surinaamse economie ten dode opgeschreven, omdat bijna alles in het land geïmporteerd wordt. Dus als Suriname over goederen wil beschikken, vlucht het massaal uit de eigen munt en zijn de dollar en de Nederlandse gulden `wettiger' betaalmiddelen.

De tranen van Den Uyl in de Mozes en Aäron-kerk, naar aanleiding van de door Desi Bouterse geleide moordpartij op prominente Surinamers, kunnen slechts als gewetensnood worden geïnterpreteerd. Den Uyl was Oost-Indisch doof voor het West-Indische geluid van bestuurlijk onvermogen. De narcostaat Suriname heeft wortel geschoten omdat mensen wensen te overleven, en in Suriname kan dat slechts als je over buitenlandse valuta beschikt.

De huidige situatie in Suriname is slechts de evolutie van wat aan de vooravond van de onafhankelijkheid werd voorspeld. Toen werd Suriname nog als het paradijselijke `Switi Sranan'(Heerlijk Suriname) met een zorgeloze toekomst aangeduid. De soevereiniteitsoverdracht introduceerde het noodlot.

Marco Raùl Yard is econoom.