Rente-angst slaat toe op markt VS

Het renteverschil op de obligatiemarkt tussen de Verenigde Staten en de euro-landen is opgelopen tot het grootste van de afgelopen tien jaar, nadat nieuwe economische cijfers in de VS gisteravond de vrees voor een verhoging van de korte-termijnrentes in de VS aanwakkerden.

Het ministerie van handel maakte bekend dat de verkoop van woningen in april met 9,2 procent is gestegen. Op dinsdag werd al bekend dat het vertrouwen van ondernemers verder was versterkt. Dat sterkte handelaren op de obligatiemarkt in hun verwachting dat de Federal Reserve Board, het stelsel van centrale banken, daadwerkelijk tot een renteverhoging over zal gaan. Na de vergadering van de Fed vorige maand werd bekend dat het bestuur van de centrale bank neigde naar een renteverhoging. Aanleiding toen was een verrassend inflatiecijfer van 2,3 procent in de maand april. De voorzitter van de Federal Reserve Bank van New York, William McDonough, zei gisteren dat nog niet zeker is of het inflatiecijfer van april een `aberratie'is. Over twee weken, op 16 juni, wordt de inflatie over de maand mei bekend. Dan zal blijken of de oplopende inflatie een duurzaam verschijnsel is.

De koersval op de Amerikaanse obligatiemarkt gisteren zorgde er voor dat het renteverschil tussen Duitse en Amerikaanse lange-termijnobligaties opliep tot 1,66 procent. De effectieve rente op de dertigjarige toonaangevende Amerikaanse staatsobligatie liep op naar 5,93 procent. Begin dit jaar was de Amerikaanse lange-termijnrente nog maar 0,83 procent hoger dan de Duitse. Het oplopende renteverschil, dat een weerspiegeling kan zijn van het tempoverschil tussen de Amerikaanse en Europese economie, wordt gezien als een van de oorzaken van de stijging van de dollar tegenover de euro. Het aanhouden van dollars wordt er aantrekkelijker door.

De Duitse obligatiemarkt kon vanmorgen niet reageren omdat de financiële markten gesloten waren wegens een nationale feestdag. Te oordelen naar de koersvorming op de Franse obligatiemarkt, die na de Duitse de belangrijkste is, steeg ook de lange-termijnrente in het eurogebied. Ook de Nederlandse tienjarige staatslening was zwak, waardoor de effectieve rente steeg naar 4,41 procent.