Nederland komt om in de letters

Er is een plek waar alle Nederlandse boeken even belangrijk en waardevol zijn. Waar het niet uitmaakt hoe obscuur hun onderwerp is, of ze lezen als een trein of juist niet om door te komen zijn. Mislukte debutanten leunen er tegen een zojuist bekroonde roman van Harry Mulisch, het standaardwerk over havenkranen tegen een beschouwing over oosterse godsdiensten. Dit ultieme postmoderne paradijs bestaat uit de magazijnen van het Depot van Nederlandse Publicaties, opgericht in 1974 met het doel een exemplaar van al het in Nederland verschijnende drukwerk voor het nageslacht te bewaren, ook in elektronische vorm.

Hoe gevarieerd de oogst sindsdien is geweest, blijkt uit de werken die in bijvoorbeeld week 20 van 1999, het depot zijn binnengebracht. Meer dan vijfhonderd publicaties staan op de kar waarmee ze naar de heilige hallen van onsterfelijkheid zullen worden gereden. Nu staan ze nog even te kijk op de tentoonstelling die ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum van het depot is ingericht in twee zalen van de Koninklijke Bibliotheek, waaraan het nauw is gelieerd. Levensnevel, het nieuwe boek van Kees van Kooten, is in dezelfde week voor de bewaarplaats van het Nederlands cultureel erfgoed aangemeld als het Jaarboek Beleggen. De kennelijk als reislectuur bedoelde roman in vertaling, Duistere hartstochten van ene Mary McGoodrich, is op weg naar dezelfde plank als de vraagbaak Liturgie met gehandicapten. Die planken zullen ze delen met 850.000 voorgangers, opgeborgen in volgorde van binnenkomst. Maar wat zegt deze grootste grabbelton van Nederland eigenlijk over Nederland?

Dat was de vraag waarvoor Rob Soetenhorst kwam te staan toen hij de opdracht aannam de inhoudelijke kant van deze expositie op zich te nemen. Soetenhorst, gepensioneerd hoofdredacteur van de Haagsche Courant en daarvoor onder andere adjunct-hoofdredacteur van deze krant, koos voor een journalistieke aanpak: niet diepgravend, maar overzichtelijk. Uit het pandemonium van gebeurtenissen waaruit de nationale geschiedenis bestaat, selecteerde hij op zijn persoonlijke voorkeur een aantal thema's. Elk thema kreeg een glazen zuil waarin de boeken en tijdschriften werden geëtaleerd die een indruk moeten geven van de boekenrijkdom over het desbetreffende onderwerp bij de KB.

Op deze wijze is En toch gebeurde het..., zoals de expositie heet, in combinatie met de door hemzelf geschreven catalogus en de kernachtige toelichting op de zuilen eerder een boeiende uitstalkast van de inhoud van Soetenhorsts brein dan van de depots van de KB. En dat is exact wat de KB in algemene zin voorstaat. Negentig procent van de opgeslagen publicaties ziet nooit meer het daglicht omdat niemand er naar vraagt. Toch moeten ze bewaard blijven voor het geval iemand ze ooit wil raadplegen voor een particulier belang. De KB wil slechts dienstbaar zijn.

Soetenhorsts particuliere kijk op het Nederland van de afgelopen kwart eeuw is enigszins links-liberaal en een beetje braaf. Zo is de themazuil `Allochtonen' slechts opgesierd met boeken die door allochtonen in het Nederlands zijn geschreven. De impliciete boodschap is blijkbaar een loflied op hun geruisloze en voortreffelijke integratie in de Nederlandse samenleving, hoewel iedereen weet dat over dit onderwerp nog wel wat andere noten te kraken zijn. Het zou verhelderender zijn geweest een exemplaar te laten zien van het rapport – het depot bevat ook veel ambtelijke nota's en rapporten – waarin een jaar of vijftien geleden een antropoloog het bestaan van Marokkaanse jeugdbenden in Amsterdam aantoonde. Toen werd zijn werk om redenen van politieke correctheid verguisd, nu is de inhoud ervan gemeengoed geworden.

Al even keurig en nietszeggend is de themazuil over de Tweede Wereldoorlog. Terecht wordt in het begeleidend commentaar gewezen op de alomtegenwoordigheid van dit onderwerp. In het depot moeten duizenden publicaties hierover liggen. Toch is het enige wat de bezoeker te zien krijgt een stapel vertalingen van Anne Franks Dagboek. Niet alleen is deze keus weinig origineel, hij heeft ook nauwelijks iets te maken met de obsessie van Nederland. Eerder het tegendeel, want de mythologie rond Anne Frank leeft in het buitenland veel meer dan hier. Verscholen in de berg vertalingen ligt een exemplaar van Roof, de zojuist verschenen studie van historicus Gerard Aalders over de lotgevallen van het bezit van weggevoerde joden. Waarom? Zo, zonder context, lijkt het een leeg gebaar naar een aspect van het thema waarin Soetenhorst zich liever niet verdiepte, maar dat hij niet volledig kon negeren. Staande voor de zuil kijkt de bezoeker in de priemende ogen van dr. Lou de Jong, wiens levensgrote foto als blikvanger dient. Maar het enige voorbeeld van De Jongs werk wordt in de vitrine gevormd door twee delen van zijn memoires, die maar gedeeltelijk over de oorlog gaan. De impliciete boodschap is dat Rob Soetenhorst niet van oorlogen houdt. Maar wie wel?

Een rondgang over deze tentoonstelling noopt tot een voortdurend binnensmonds debat met de bedenker ervan. Maar dat is ook het leuke van een bezoek, dat op deze manier een nieuwe vorm van denksport wordt. Nog leuker is de werkelijk spetterende vormgeving van deze expositie. Zo zijn de wanden bedekt met enorme, haast driedimensionale interieurfoto's van de magazijnen, zo levensecht dat men werktuiglijk naar de muur grijpt om er een boek uit te trekken. De foto's spreken ook zo omdat ze laten zien hoeveel er in dit land wordt geschreven. We komen om in de letters. Daarom stopt dit stukje hier spontaan.

En toch gebeurde het...25 jaar Depot van Nederlandse Publicaties, t/m 16 sept. in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem- Alexanderhof 5, Den Haag (naast het Centraal Station). Open: ma t/m vr 9–17u. Toegang gratis. Inl 070-3140911, fax 070-3140450.