Naar olie boren in Tsjaad 1

`Ze willen niet dat we rijk worden' schrijft Dorrit van Dalen in een artikel over oliewinning in Tsjaad (NRC Handelsblad, 12 mei). Een consortium van Esso, Shell en Elf gaat daar naar olie boren, in samenwerking met de wereldbank en de Tsjadische overheid. De milieu-organisaties in Europa begrijpen het werkelijke belang van Tsjaad niet, volgens Van Dalen.

Het artikel is op zijn minst eenzijdig. Tsjaad zou per jaar zeker 100 miljoen aan inkomsten verdienen aan de oliewinning, bij een olieprijs van 15 dollar per vat wel te verstaan. Dat Tsjaad bij een olieprijs van 12 dollar per vat, zoals begin dit jaar nog het geval was, nauwelijks inkomsten verwerft, moet ook vermeld worden.

De Wereldbank zou speciale zorg dragen voor het milieu in Tsjaad. Dit mag ook wel, aangezien de boringen plaatsvinden in de graanschuur van Tsjaad, waar de helft van de Tsjadische bevolking woont. Deze regio wordt doorkruist door een netwerk van een paar honderd olieleidingen. Verontrustend is het dat de Wereldbank vorig jaar herfst het milieurapport van het consortium heeft voorzien van niet minder dan 65 vraagtekens. Daar moet nog steeds antwoord op komen.

Dat de Wereldbank de politieke stabiliteit in Tsjaad garandeert, lijkt moeilijk voorstelbaar in een land waar het islamitische Zuiden in een strijd is verwikkeld met het christelijke Noorden. De islamitische regering lijkt de inkomsten op te gaan strijken van de olieboringen in het Noorden. De Wereldbank zou zorgdragen voor een rechtvaardige verdeling van de olie-inkomsten door de controle vanuit het parlement en de maatschapppij te versterken. In werkelijkheid is Tsjaad een autoritair land met een zwakke civil society. Ervaringen elders in Afrika laten zien dat geld dat via de overheid in een land wordt gepompt vooral leidt tot luchtkastelen die worden bewoond door ambtenaren. De belangrijkste Tsjadische niet gouvernementele organisaties (ngo's) verklaarden in april in Bébejia dat ze meer tijd nodig hebben om de gevolgen van dit project te overzien. Om een tweede Nigeria te voorkomen lijkt dit verstandig.