`Keurige' banken profiteren van nieuwe regels

Goed geleide en financieel gezonde banken die `hun zaakjes goed op orde hebben' krijgen in de nabije toekomst meer speelruimte van hun toezichthouders dan nu het geval is. Die extra speelruimte van de centrale banken – bijvoorbeeld met hetzelfde vermogen meer kredieten mogen verlenen – kan tot hogere winsten leiden.

Dit blijkt uit het nieuwe `kapitaalakkoord' dat de centrale bankiers, verenigd in de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), vanmiddag hebben gepresenteerd. ,,Goed gedrag van banken wordt beter beloond'', aldus directeur Toezicht A. Schilder van de Nederlandsche Bank.

Banken dienen van hun toezichthouders een financiële buffer aan eigen vermogen aan te houden voor kredieten die zij verlenen. In het oude kapitaalsakkoord van 1988 ging het in veruit de meeste gevallen om een buffer van 8 procent van de totale kredietverlening. In het nieuwe akkoord, dat vermoedelijk rond 2002 van kracht wordt, is voor het eerst een onderscheid gemaakt in kredietnemers: een lening aan een groot en stabiel olieconcern vraagt minder buffer dan bijvoorbeeld een startende ondernemer. ,,Het nieuwe akkoord heeft dus niet alleen plussen voor de banken maar ook minnen'', aldus Schilder.

Een fijnere verdeling geldt voor landen die kredieten willen: voor de meest betrouwbare naties hoeft geen cent apart te worden gehouden, terwijl voor kredieten aan dubieuze landen een buffer van maximaal 12 procent moet worden gevormd. Eerder werd alleen onderscheid gemaakt tussen landen die al of niet bij de Oeso zijn aangesloten. Financiële crises in Azië en Brazilië hebben duidelijk gemaakt dat deze verdeling te grof was.

Het wereldwijde nieuwe akkoord, dat vanmiddag in Londen door de New Yorkse centrale bankier William McDonough is gepresenteerd, bevat behalve een verfijning van de kredietrisico's ook voorstellen tot regels over het afdekken van risico's, over transparantie en het gebruik van (innovatieve) financiële instrumenten. Zo mogen banken in de toekomst tot 15 procent van hun eigen vermogen gebruik maken van bijvoorbeeld preferente aandelen.

Groot probleem voor de toezichthouders is de grote regionale diversiteit. In de Verenigde Staten is het bijvoorbeeld heel gebruikelijk dat bedrijven een kredietbeoordeling (een zogeheten rating) hebben. Aan de hand daarvan kunnen bankiers, en hun toezichthouders, gemakkelijk de kredietrisico's bepalen. Maar in Europa beschikken veel minder ondernemingen over zo'n rapportcijfer van Standard & Poor's of Moody's.

A. De Swaan, bestuurder bij ABN Amro en voorganger van Schilder bij de Nederlandsche Bank, is tevreden met de nieuwe voorstellen, al houdt hij reserves over de ratings. ,Ik ben daar altijd huiverig voor geweest, omdat dergelijke oordelen absoluut niet transparant zijn''.