Groots en meeslepend wandelen

Steile kliffen, modderige paden en woeste golven: lopen langs de Bretonse kust is uitermate geschikt voor wandelaars van de `wilde soort'.

Een verslag vanaf de Grande Randonnée 34. Deel 3 in een serie over wandelen in Europa.

Lopend langs de brede rivier de Léguer maak ik een typische wandelfout. Ik heb deze route, de Grande Randonnée 34, die de kust van Bretagne volgt, gekozen omdat ik de Atlantische Oceaan wil zien. Voor mijn geestesoog zie ik stranden van rolkeien, steile granieten rotsen en een zee die daar woedend op beukt. Het smalle bospad langs het estuarium van de Léguer is slechts de weg er naartoe. Fout! Stom! Pas ter hoogte van Crec'h Lan besef ik dat ik al een uur lang een werkelijk prachtig pad volg. Daarvan had ik van meet af aan moeten genieten!

In de wandelwinkel was Bretagne afgeraden. De verkoper ontvouwde een Michelin kaart 1:25.000 en wees op de zwermen zwarte stipjes langs de kust: ,,Huizen'', zei hij misprijzend. Dat is inderdaad niet wat je zoekt op een wandeling. Leegte, rust, vergezichten zonder bebouwing: ja. Huizen: nee. Maar een Haagse jeugd staat garant voor een blijvend verlangen naar golven, branding en mistige einders, en nauwkeurige bestudering van de kaart leert dat er ook lege streken liggen langs de kust. Thuis, turend naar de kustlijn in het GR-gidsje, zag ik het pad langs de Côtes-d'Armor tussen Morlaix en Lannion al voor me: smal en stenig zou het zijn, vlak langs een loodrechte wand, waarboven meeuwen cirkelden en beneden mij, op suïcidale afstand, de beukende golven. Dat moest te vinden zijn.

Het wandelgidsje `The Brittany Coastal Path' van Alan Castle sterkt mij in mijn keuze voor deze wandelbestemming. De Bretonse kust schrijft hij, ,,certainly does not offer an easy walk''. Dat is precies wat de wilde wandelaar wil, voor gemakkelijke wandelingen komt hij zijn bed niet uit. Castle waarschuwt met name voor de Bretonse kliffen, die net als in Engeland ware moordenaars zouden zijn. Kijk, dat zoek je wanneer je groots en meeslepend wil wandelen.

Groots, meeslepend en onoplettend. Vlak voor Le Yaudet loop ik – omdat ik de GR-route wil afsnijden – abusievelijk terug over de D 88 het land in. Daardoor zie ik weer wél op het asfalt een verloren ceintuur liggen met een subtiele zigzag print erop; een armlange, zeer platgereden adder. Maar dan toch eindelijk, de oceaan. Hoewel, hier, aan de Baie de la Vierge, is de oceaan voornamelijk een heel brede riviermonding. En de golven beuken niet, maar kabbelen bijna verveeld over de kiezelstrandjes.

Pas na Locquémeau spat het panorama open. De weg naar St-Michel-en-Grève is een écht kustpad. Links wordt het landschap aan mijn oog onttrokken door met struikgewas begroeide heuvels en rechts ligt de zee. Helaas kan je niet over de rand van de kliffen kijken naar de golven die in eindeloze variatie steeds hetzelfde doen. Een smalle reep land met bramen, brandnetels en varens ligt tussen de wandelaar en de diepte. Hoewel, worden wij beschermd door die groenpartij? Volgens Castle zijn varens dé broedplaats voor teken die de potentieel dodelijke ziekte van Lyme overbrengen, en bovendien zijn de sporen van de varen kankerverwekkend.

De aandacht voor de oceaan moet concurreren met die voor het pad. Ondanks de stralende zon is het pad zo modderig dat men zich eerder in een moeras waant dan op een klif van graniet. Plankieren moeten de wandelaar droog houden en laarzen zouden goede diensten bewijzen. Het lukt de zon wel juwelen van felgroen gekleurde hagedissen uit het struweel te lokken en talloze trage roofvliegen die erg nieuwsgierig zijn wat er achter brillenglazen te beleven valt.

De taxichauffeur – het openbaar vervoer tussen Morlaix en Lannion is abominabel – zegt dat dit deel van Bretagne veel minder toeristisch is dan het nabij gelegen Roscoff, maar daar gaat dan ook een trein naartoe en hier scheert alleen de D 786 even langs de kust. Dat betekent, ook in het voorseizoen, geraas en dieselwalmen. Maar volgens het GR-boekje bezit het gehucht St Efflam aan de baai van St-Michel-en-grêve een épicerie en dat komt goed uit. Want in de vroeg ingevallen hitte komt vanzelf het beeld naarboven van een sixpack ijskoude Kronenbourg en één of twee verse saucissons à l'aile voor op het strand. Helaas is in St Efflam de épicerie opgeheven en in gedachten evaporeren de worstjes. De pils lukt gelukkig wel, in een piepklein kroegje vijftig meter vanaf het strand en een kilometer van de zee, want het is eb. Buiten zindert het zand en binnen zegt de waardin dat ze nooit genoeg zal krijgen van het staren naar de baren. Dan besef ik wat er mis is met de GR 34: wie de bergen kent weet wat hem wacht; na een steile klim volgt een tochtige kol en dan pas de hoofdprijs, aan je voeten ligt een schitterend vergezicht. Eerst investeren en dan winst opstrijken. Maar hier langs de kust wacht een vue panoramique om elke bocht. Daar waar stromingen botsen, ontstaan ook bij rustige zee woeste kolkingen en schuimfontijnen. Mesmeriserende onrust waar een mens, en zeker een gewezen Hagenees, uren naar kan zitten kijken. En dat is nu juist waarvoor dit pad niet is. We moeten steeds maar voort, de kust volgen, op weg naar de volgende inham, naar het volgende schitterende uitzicht. Het is een luxe probleem, er is gewoon te veel moois om van te genieten. Na de tweede dag weet ik het zeker, hier kom ik terug, en dan alleen om naar de zee te kijken.

Voor meerdaagse wandelingen is `The Brittany Coastal Path' van Alan Castle (A Cicerone Guide) zeer aan te bevelen. Aardige algemene gids voor Bretagne komt uit de Trotter-serie (gidsen voor de wereldreiziger) van Lannoo.

GR-gidsjes zijn onontbeerlijk voor wie de rood-wit markeringen wil volgen. GR 34/GR 341 Côte de Granit rose, Trégor morlaisien ƒ36,50.

Er gaan dagelijks vele TGV's van Parijs naar Brest.

Tijdens het hoogseizoen trekken hordes zon- en wateraanbidders naar de kust. Dat betekent veel campings en hotels.