Groepsidentiteit mag in de kunst niet bepalend zijn

Staatssecretaris Van der Ploeg wil de participatie van etnische minderheden aan kunst en cultuur vergroten. De miljoenen die hiermee gemoeid zijn, kunnen beter gestuurd worden naar kunstenaars in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, vindt Mohammed Benzakour.

Het moet gezegd en erkend: de demissionaire staatssecretaris van Cultuur, Rick van der Ploeg, verdient alle lof voor zijn even moedige als nobele kruistocht in het vergenoegde land van kunst en cultuur. Met zijn nota Ruim Baan voor Culturele Diversiteit streeft hij naar een grotere participatie van etnische minderheden aan de gesubsidieerde culturele activiteiten en voorzieningen.

Rick van der Ploeg gelooft in de vooruitgang – ook in die van de kunst. Jong, snel, dynamisch zijn zaligmakende elementen. Hij gaat ook met zijn tijd mee. Wie de kranten leest en om zich heen kijkt ziet dat de buitenlandse inbreng niet louter en alleen merkbaar is aan hetgeen in de winkels te koop ligt. Zie Ajax, zie de bajes, en nu ook, idealiter, de theaterzalen en -podia.

Het heeft alles te maken met de `vermaatschappelijking' van de kunst en de toenemende democratisering van de samenleving hetgeen leidt tot denkbeelden volgens welke iedereen recht heeft op zijn `eigen' cultuur. Terug naar de jaren zeventig – ook toen werd aan sociale kunstspreiding gedaan – echter met dit verschil: de kunstparticipatie wordt nu niet meer begrensd door westerse culturele tradities, er is nu erkenning voor de gelijkwaardigheid van de verschillende sub-culturele voorkeuren. En wie kan daar op tegen zijn?

En toch wringen verschillende schoenen. Want wat knaagt is dat de kruistocht van de staatssecretaris zó sociaal wenselijk is en zó politiek correct dat hij bijna de verdenking op zich laadt dat erachter een verkapt schuldgevoel schuilgaat, een soort afrekening met het (neo)koloniaal imperialisme, waarvoor in de plaats een goedbedoeld paternalisme komt.

Maar er rijst nog een ander vermoeden. Niets staat zo onomstotelijk vast dan het gegeven dat het reeds decennialang gevoerde migrantenbeleid op drijfzand dobbert en op nogal wat halfhartigheden en illusies berust. Immers, terwijl we de nieuwe religie van multiculturaliteit bezingen, grijpen segregatietendensen als pestbacillen om ons heen. Met alle gewelddadige escalaties van dien. Zou het kabinet misschien gedacht hebben: `geef die lastige Marokkaantjes en Antilliaantjes een eigen podium en een zak duiten, kunnen ze in een benevelde atmosfeer smoren in hun eigen heimwee en nostalgie, dan hebben wij er in ieder geval geen last meer van.' Niet zo gek als je bedenkt dat thans in het Filippijnse Manila door het gemeentebestuur kampioenschappen zaklopen worden georganiseerd om kinderen weg te houden uit de wereld van de misdaad. Zeer succesvol.

Maar met kunst heeft het weinig meer te maken. Want feitelijk is het beleid van de staatssecretaris gericht op de vorming van een soort geïnstitutionaliseerde groepsidentiteit: de Marokkaanse identiteit moet versterkt worden, de Kaapverdische eigenheid dient bevestigd, het Turkse erfgoed moet behouden blijven en de Surinaamse worteling moet verstevigd worden. Cultuur blijkt ineens kunst en kunst verwordt tot cultuur. Een even verwarrende als onzinnige mix. Alsof dit de sleutel is tot een succesvol cultureel klimaat. De werkelijkheid is weerbarstiger. Nog afgezien van de onwennige reacties op hoofddoekdragende meisjes, en de jarenlange strubbelingen die gepaard schijnen te moeten gaan met het verkrijgen van een bestemmingsplan voor de bouw van een bescheiden moskeetje, blijkt de meest interessante hedendaagse jonge schrijver van Marokkaanse afkomst te zijn. Hafid Bouazza is zijn naam en hij bedient zich van een vocabulair dat Hollandser is dan Hollands. Ook het succes van cabaretier Najib Amhali blijkt te schuilen in zijn van een subtiel gevoel voor oer-Hollandse humor doorspekte grapjes. Hoezo groepsidentiteit? Want nog altijd, en gelukkig maar, biedt de ware kunst de mogelijkheid tot onderscheiding van de massa, en dáár zou juist meer aandacht en geld aan gegeven moeten worden: het scheppen van omstandigheden waarin de culturele achtergrond en identiteit overbodig wordt, een omstandigheid van artistieke zelfontplooiing waarin het karakter kan worden gevormd.

Vanwege de verplichte allochtonisering van het kunstaanbod, en nu multiculturaliteit in de praktijk welhaast gelijk getrokken wordt met kwaliteit betekent de leer van Van der Ploeg in wezen een zekere ondermijning van het Thorbeckiaanse principe volgens hetwelk de overheid zich dient te onthouden van artistiek-inhoudelijke oordelen. Tot welke kromme consequenties dat kan leiden bewijst bijvoorbeeld het feit dat op multiculti-festivals het nooit de wethouder voor kunstzaken is die het openingswoordje komt houden, doch altijd de wethouder voor minderhedenbeleid. En wordt soms de cursisten tijdens de cursus `Multicultureel schrijven', georganiseerd door een zekere 'Stichting Schrijven' te Amsterdam aangeleerd om de vierkleurenpen te hanteren? Doorgeredeneerd dreigt een klimaat te ontstaan waarin de vraag gerechtigd is of Yo Yo Ma als Aziaat nog wel in staat is om de blanke weemoed van Bach en Beethoven in te voelen en via zijn cello uit te dragen, en de vraag of Anil Ramdas zich bij de Raad voor Cultuur enkel gaat bezighouden met het scheiden van het Surinaamse kaf van het Indiase koren, alsmede de voorspelling dat uitgeverij Vassallucci nog meer mensen in dienst zal nemen die stad en platteland zullen afstruinen om inktmorsende allochtoontjes te smeken of ze alsjeblieft een boek of toneelstuk willen schrijven. Of de vraag of voortaan het positieve oordeel van een Colombiaan nodig blijkt om de kwaliteit van Gabriel Garcia Márquez te erkennen. De lijst is onuitputtelijk.

Ik weet het, kritiek spuien is makkelijk. Om toch enigszins mijn welwillendheid te betonen, maar vooral om een herhaald predikaat van Judas uit allochtone hoek te ontlopen, wil ik de demissionaire staatssecretaris tegemoetkomen. Laat hij, in naam van de kunst en haar schoonheid, zijn veertig tot zestig miljoen gulden cadeau doen aan de ministers Herfkens en Van Aartsen ter bescherming en aanmoediging van opgejaagde, nooddruftige doch grootse kunstenaars in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.

Kunstenaars die door bezieling en hartstocht onze harten beroeren, kunstenaars die niets geven om de vooruitgang omwille van de vooruitgang en de tijdgeest omwille van de tijdsgeest. Want zoals het ooit is gezegd door Alexander Poesjkin, zo ìs het: ,,De tijd kan vooruitgaan, de filosofie, de wetenschap en het openbare leven kunnen zich vervolmaken en veranderen, maar de poëzie, die blijft waar zij is. Haar doel is hetzelfde, haar middelen zijn hetzelfde. Terwijl de begrippen, werken, ontdekkingen van grote vertegenwoordigers van astronomie, natuurkunde, medicijnen en filosofie verouderen en ieder dag door nieuwe vervangen worden, blijven de werken van de ware dichters fris en eeuwig jong.''

Mohammed Benzakour is publicist.