Gezond Hoogovens toch te klein

Overcapaciteit, dumping en keiharde concurrentie drijven de kapitaalintensieve en conjunctuurgevoelige staalbedrijven in elkaars armen. Hoogovens komt in dit geweld omvang te kort.

Eindelijk lijkt het er van te komen. Een fusie tussen Hoogovens en British Steel is in de top van het IJmuidense staal- en aluminiumconcern al jarenlang een telkens terugkerend onderwerp van gesprek geweest. Nu de concurrentie op de wereldstaalmarkt afgelopen jaar als gevolg van de crisis in Azië vrij plotseling fors is toegenomen (onder andere door prijsdumping) en de resultaten in de staalindustrie opnieuw onder druk komen te staan, zoeken de gedoodverfde partners hun heil bij elkaar. Dat het zolang heeft geduurd, houdt verband met de negatieve ervaringen van Hoogovens' Duitse avontuur in de jaren zeventig. Het samengaan met Hoesch (in de holding Estel) liep stuk op allerlei cultuurverschillen. Toen dat samengaan begin jaren tachtig werd afgebroken stond Hoogovens er weer alleen voor. Nieuwe fusie-avonturen waren voorlopig taboe.

Een aantal jaren ging dat redelijk totdat begin jaren negentig de zoveelste diepe Europese staalcrisis uitbrak. Toen bleek dat Hoogovens, in een sector die vergeven was van staatsbedrijven en subsidies, uiterst kwetsbaar was en een flinke achterstand op het gebied van de efficiency (staalproductie per werknemer) had goed te maken. Dat laatste is het IJmuidense bedrijf met behulp van een `Masterplan' ook gelukt. Vandaag kan Hoogovens zich wat efficiency betreft meten met de besten, in ieder geval in Europa.

Na een aantal jaren van behoorlijke winsten is het bedrijf er in geslaagd de schade die was ontstaan aan de solvabiliteit, volledig te herstellen. En dankzij een geduldig volgehouden beleid van specialisatie op producten met een zo hoog mogelijke toegevoegde waarde (bv. bekleed staal en blik) en op hoge kwaliteit wist Hoogovens zich op te werken tot een relatief voorname leverancier van grote autofabrieken. Een groot voordeel is dat Hoogovens zich als een van de weinigen in de staalsector ook toelegt op de fabricage van aluminium(producten). Dat twee metalenbeleid stelde het concern in staat afnemers (bijvoorbeeld fabrikanten van frisdrankblikjes, maar ook de bouw) keuzemogelijkheden te bieden. Aluminium wordt steeds vaker gebruikt voor producten waarvoor voorheen alleen staal of blik in beeld was. Met aluminium drong Hoogovens ook door als leverancier voor de vliegtuigfabricage (onder andere Boeing).

Maar net op het moment dat Hoogovens de zaken redelijk op orde heeft blijkt het gebrek aan schaalgrootte toch een groeiend probleem. Om zich heen ziet het bedrijf in de staalindustrie in toenemende mate fusies en overnemingen. In Duitsland gingen Thyssen en Krupp samen. Het Spaanse Aceralia werd overgenomen door het Luxemburgse Arbed en de Franse concurrent Usinor koopt van de Belgische staat Cockerill Sambre, een bedrijf waarnaar Hoogovens zelf ook had gekeken. Hoogovens' strategie om via kleine stappen toch omvang te winnen is geen succes gebleken. Enkele maanden geleden moest het concern toegeven dat de overname van het sukkelende Waalse staalbedrijf Boël een misrekening was.

Schaalvergroting is meer dan ooit noodzakelijk door de vorig jaar sterk verhevigde concurrentie van staalproducenten in Azië, Rusland en Latijns-Amerika. West-Europa en de VS worden sinds de tweede helft van `98 overspoeld met zeer goedkoop staal. Hoogovens zag zijn winst afgelopen jaar veel minder sterk stijgen dan medio `98 nog was voorspeld. Tot overmaat van ramp is de wereldvraag naar staal vorig jaar voor het eerste sinds jaren gekrompen. Overcapaciteit en keiharde concurrentie drijft zo de kapitaalintensieve en conjunctuurgevoelige staalbedrijven in elkaars armen.

De avances tussen British Steel en Hoogovens komen dus niet echt als verrassing. Het Britse concern lonkt al jaren naar versterking van zijn positie op het Europese continent. De koerssprong van het pond sterling en toenemende concurrentie uit Azië bespoedigen die expansieplannen.

Hoogovens is niet de eerste bruid die British Steel begeert. Het voormalige staatsbedrijf, in 1988 geprivatiseerd, flirtte de afgelopen jaren onder andere met het Belgische Cockerill-Sambre, Hoesch en Klöckner (beide Duits) en de Amerikaanse staalreus Bethlehem Steel. Telkens visten de Britten achter het net.