Enquête over Bijlmerramp eindigt in grote deceptie

Het debat over de Bijlmerenquête is voor velen teleurstellend verlopen: voor de commissie zelf, voor bewoners van de Bijlmermeer en voor `Bijlmerboy' Rob van Gijzel.

De finale van de parlementaire enquête Vliegramp Bijlmermeer is vanmorgen vroeg geëindigd in een grote deceptie voor Theo Meijer en zijn metgezellen. Niet alleen negeerde de Tweede Kamer in meerderheid alle politiek gevoelige conclusies van hun enquêtecommissie, ook bleek gisteren duidelijker dan ooit dat Meijer en de zijnen intern hevig verdeeld zijn. Uitgerekend bij het slotdebat met het kabinet lekte uit dat commissielid Van den Doel (VVD) onlangs een brief heeft gestuurd naar Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven met een aantal kritische noten over de aanpak bij deze enquête.

De meerderheid van de Tweede Kamer voelde er rond half vijf vanmorgen uiteindelijk niets voor de drie meest omstreden conclusies van de commissie over te nemen. Daarin werd gesteld dat door nalatigheid van de overheid, lees minister Borst (Volksgezondheid), het aantal gezondheidsklachten van mensen die betrokken waren bij de ramp in de Bijlmer in aard en aantal waren toegenomen. Ook zou de Inspectie voor de Volksgezondheid (IGZ), die onder Borsts ministerie valt, niet alert genoeg hebben gereageerd op een groeiend aantal gevallen van auto-immuunziekten, die wellicht verband houden met de vliegramp.

Ook de conclusie dat het kabinet de Tweede Kamer te vaak ,,onduidelijk, onvolledig, ontijdig of onjuist'' heeft geïnformeerd, volgens de commissie negentien maal, kon geen genade vinden in de ogen van de regeringspartijen. Dat verwijt was behalve tegen Borst in het bijzonder gericht tegen de voormalige minister van Verkeer en Waterstaat, Jorritsma. In een motie uit de koker van PvdA-fractieleider Melkert werd toegegeven dat de overheid op ,,een substantieel aantal punten tekortkomingen heeft vertoond''. De motie stemde slechts in met een reeks weinig omstreden aanbevelingen voor de toekomst, maar bevatte geen kritiek op specifieke ministers.

Hoewel de Kamer hiermee de tanden uit het eindrapport verwijderde, kreeg de enquêtecommissie uit alle hoeken veel complimenten. Vooral op twee punten oogstte de commissie lof. Ten eerste slaagde ze er ruim zes jaar na het drama in de Bijlmer alsnog in de vrachtdocumenten over de resterende 20.000 kilo lading te achterhalen, een huzarenstukje waarin het kabinet in de zes jaar daarvoor nimmer was geslaagd. Bovendien wist de commissie naar eigen zeggen 89 complottheorieën en andere wilde verhalen naar het rijk der fabelen te verwijzen.

Deze resultaten waren in de eerste plaats van belang voor de bewoners van de Bijlmermeer en de mensen die in 1992 bij de hulpverlening betrokken waren geweest. Enkele honderden van hen kampen nog altijd met gezondheidsklachten. Door de aanhoudende onzekerheid omtrent de precieze aard van de lading hielden zij er al die tijd rekening mee dat hun klachten op de een of andere manier verband hielden met de ramp.

De commissie schetste verder in het rapport een beeld van een weinig slagvaardige overheid en ministers, die lang niet altijd de informatie kregen aangeleverd van hun ambtenaren die ze nodig hadden. Als ze daarover wel beschikten, gaven die ministers zulke gegevens op hun beurt niet altijd tijdig en volledig door aan de Tweede Kamer, waardoor die haar controlerende functie niet naar behoren kon vervullen.

Als de commissie zich tot zulke harde kritiek had beperkt, had het kabinet in grote verlegenheid kunnen worden gebracht. De commissie richtte het vizier echter hoger en knoopte ook de eerder genoemde harde conclusies aan het rapport vast, die echter ook in het eigen rapport van de commissie niet zeer overtuigend werden onderbouwd. Hierdoor richtte de aandacht zich als vanzelf vooral op deze punten en niet op de rest van het rapport. Bovendien ondergroef de commissie in de weken na de verschijning van het rapport haar geloofwaardigheid. Ze weigerde in eerste instantie ruiterlijk toe te geven dat ze tijdens de verhoren een blunder had gemaakt bij het openbaar maken van een tape. Daarop besloten luchtverkeersleiders later onjuist gebleken informatie over giftige stoffen aan boord van het El Al-vliegtuig ,,onder de pet'' te houden. De onthulling leidde tot veel opwinding, maar de commissie verzuimde die snel de kop in te drukken. Voorts wekte de manier waarop de commissie zich na gedane arbeid bij tal van mediaoptredens liet bewieroken bij velen irritatie. Commissievoorzitter Meijer suggereerde bovendien in een interview nog dat premier Kok wellicht meineed had gepleegd.

Het eindrapport van de commissie, `Een beladen vlucht', maakte duidelijk dat de fatale vlucht met de El Al-Boeing een doodgewone vlucht was geweest. Ondanks die constatering bleef de situatie voor met name Borst en Jorritsma tot op het laatst onzeker. Uiteindelijk bleef `de beladen vlucht' voor hen echter zonder politieke consequenties.

De bewoners in de Bijlmermeer zullen de uitkomst van het marathondebat onthutst hebben gevolgd. Meer dan wie ook hadden juist zij verlangd dat enige politici in Den Haag zouden boeten voor de in hun ogen uiterst gebrekkige afwikkeling van de ramp. In die verwachting waren ze ook gesterkt door de leden van de commissie zelf, die hun eindrapport eind april persoonlijk in de Bijlmer aan bewoners kwamen aanbieden.

Ook `Bijlmerboy' Van Gijzel, die zich de laatste jaren als kampioen van de Bijlmerslachtoffers had opgeworpen, kon die verwachtingen niet waar maken. Samen met commissielid Oudkerk stemde hij vannacht als enige van de PvdA-fractie voor een Borst onwelgevallige motie. Dat Van Gijzel er te elfder ure wel in slaagde een noodfonds voor de gedupeerden in de Bijlmermeer door de Kamer aanvaard te krijgen, was voor hen niet meer dan een schrale troost.