Eigen snack eerst

Lekker snacken is niet vies – als je het maar op het juiste moment doet. Na een dag plankzeilen op zee stilt niets de honger beter dan een puntzak zoute friet met een likkie piccalilly. Een herfstig dagje aan het strand is niet af zonder een portie kibbelingen gedompeld in ravigottesaus. En achter een dorstige avond is het best een punt te zetten met een broodje scherp bemosterde kroket. Zo was er ook een goede reden om aan te meren op het terras van 't Heerenhuis in het Noord-Hollandse Spijkerboor en een vette uitsmijter met spek te bestellen: een ontspannen, maar vruchteloze middag naar een roerloze dobber turen.

Het is daar aan de noordelijkste punt van de Stelling van Amsterdam, de fortenring rond de hoofdstad die onlangs tot wereldmonument is verklaard, een oer-Hollandse omgeving. Lagere landen zijn er niet: brede vaarten tussen rietkragen, windmolens en weidse polders. Eenzame hazen laten midden in de wei hun lange oren zachtjes wiegen in het zuchtje wind. Leeuweriken zijn overal hoog in de lucht te horen – maar nergens te zien. En de horizon is heiig van de gulden pollenmist die voor de één de bekroning van de zomerdag betekent en voor de ander betraande ogen en een jeukende neus.

't Heerenhuis zelf zullen zelfs Japanners en Amerikanen meteen als typisch Hollands herkennen. Het pand was volgens een gevelsteen de zetel van achttiende-eeuwse `heemraden', `dyck graven' en andere Heeren. Het ligt al eeuwen aan een belangrijk verkeersknooppunt – de afgelopen dertig jaar vooral belangrijk voor vrijetijdsbesteders. Zo is het een T-splitsing van polderwegen waarover toerfietsers, navigerend op ANWB-paddestoel en stuurplattegrond, zich van picknickplaats en ecotoilet naar ijscoboer en fotomoment peddelen.

Zo'n zomerterras met dagjesmensen is het omgekeerde van een bushalte met forensen: contact is zó gelegd. Gek genoeg is het Nederlandse dagje uit in de polder niet de grote gemene gespreksdeler op het terras voor het huis. Het gaat vooral over mountainbiken in Israel, per huurcamper door Mexico en met de motor door Amerika. En iedereen is het erover eens dat ANWB-campings in het buitenland vermeden moeten worden, aangezien alles daar zó overgeorganiseerd is – `We hoorden elke dag 's ochtends vroeg wat er die middag en avond allemaal te doen was' – dat van kamperen geen sprake meer is.

Spijkerboor is tevens een kruising van tweebaans waterwegen, bevaren door alles wat blijft drijven: motorkruisers die de colavlag voeren, snelheidsgelimiteerde speedboten en dieselende dranktjalken. Er is een voetgangerspontje, een ophaalbrug en toerschaatsers kunnen er van vaart tot vaart klunen. Maar schaatsen is vandaag wel heel ver weg. Kinderen plonzen met een tractorbinnenband in het olijfkleurige water waarop pas gemaaid bermgras drijft. Overigens is Spijkerboor nog steeds een belangrijk knooppunt voor de beroepsvaart. De beroepslúchtvaart: bij het onooglijke dorpje staat namelijk ook een radiobaken dat burgervliegtuigen de weg wijst. SPY heet dat op de kaarten. Vraag een Pakistaanse, Turkmeense of Argentijnse verkeersvlieger of hij twee Nederlandse plaatsen kan noemen en hij zal zeggen: Spijkerboor en, eh, Amsterdam.

Een oer-Hollandse omgeving is het hier dus, maar ook een oer-Hollandse lunch, zoals de Heeren die ook zouden kunnen hebben besteld – even afgezien van de halve Keukenhof–garnituur die je tegenwoordig bij alles geserveerd krijgt. En wellicht is dit een gelegenheid om eens de aandacht te vestigen op al deze Nederlandse lunches, snacks en andere tussendoortjes die ondergesneeuwd dreigen te raken door allerhande etnisch fastfood. Culinair cultuurgoed is net zozeer bescherming waard als de Stelling van Amsterdam. Niet dat hier `eigen snack eerst' wordt gepredikt, maar de bereklauw, het broodje bal en die uitsmijter dus, ruimen steeds meer het veld voor broodjes falafel, nachos met guacamole en friet giros met tzatziki. In 't Heerenhuis zijn ze – nog – nergens te bekennen.