De inwoners van Schiphol-stad

Het zijn er zo'n vijftig. Mensen die op een dag hun huis verlaten en op Schiphol gaan wonen. Ze noemen zich `inwoners van Schiphol-stad'. Schiphol wil hen, dit najaar, gaan ontruimen.

De oudste is al met de VUT, de jongste is zeventien. Een Haarlemse stichting zou hem begeleiden. ,,Ik word achttien. Dan is er geen hulp meer. Ik wil een kamer, ik wil naar school.'' Schonkige jongensvoeten, een ondeugende uitdrukking en een walkman met house-muziek om de verveling te verdrijven. Een medebewoner is negentien. Hij mist Goede Tijden, Slechte Tijden, méér wil hij niet kwijt. Zwijgend tracht hij in zijn lot te berusten. Hun maatje, een donkere jongen die aldoor glimlacht, is de verdwaalde zoon van Zuid-Amerikaanse vluchtelingen. Hij is Uruguayaan, ook Argentijn, hij is van alles een beetje.

Ook een voormalig zakenman woont op Schiphol. Ooit verdiende hij twee ton per jaar en stemde VVD. ,,Wie gezegd zou hebben dat ik winkeldief zou worden, die had ik voor gek verklaard'', zegt hij, dezer dagen gehuld in een gestolen Bijenkorf-outfit.

Ze gaan vermomd als reizigers, hun bagage op een karretje. Sommigen hebben een waterkoker waarin ze hun maaltijd koken. Op het toilet voor invaliden is warm water. De supermarkt is bij de hand en de Hamburger-tent is 24 uur per dag open. Maar wie denkt dat Schiphol een mekka voor daklozen is, vergist zich. Enkel de sterksten overleven. Op Schiphol is geen soepbus van het Leger des Heils, geen daklozenkrant. Je mag er niet bedelen, en voor wie slechte intenties heeft: blauw en camera's zijn alom aanwezig.

,,Als ik voor de hemelpoort sta en God vraagt mij wat ik van mijn leven gemaakt heb, zeg ik: `Helemaal niets','' zegt een Schipholbewoner die ongeschoold werk heeft verricht. Naast hem een radio met Radio Tien Gold. Ooit heeft hij de wereld gezien: ,,Mallorca, Tessel, Duitsland.''

Een commerciële omroep zal watertanden: hoe woon je op Schiphol? Er is weinig privacy – je komt elkaar overal tegen, camera's houden je permanent in de gaten. Hoe reageren mensen daarop?

Er wordt geruzied, gelachen, geminacht, bewonderd. Er is een onbenoemde, maar onbetwiste, groepsleider die als een vader voor zijn kinderen zorgt: iemand die het voor de zwaksten opneemt, maar hen ook corrigeert.

Soms gaan ze tekeer als Pietje Bells. Ze geven niet om status, graaien zonder gêne in een Schiphol-vuilnisbak. Leermeesters van een schaamteloos leven. Sommigen hebben de weg naar hen gevonden, zoals een ervaren zakkenroller. Bij tijd en wijlen voegt hij zich bij Schiphol-bewoners om van hen te leren. ,,Ze zijn zoveel verder dan wij, mensen die uit zijn op geld en positie.'' Wie eens een bewustzijnsverruimende excursie wil, hoeft slechts een retourtje Schiphol te kopen. Maar Schiphol zelf, gedomineerd door norm en uniform, formuleert de leefgemeenschap in termen van overlast.

De luchthaven voert een ontmoedingsbeleid. Als de plannen doorgaan, is komend najaar een aangepaste Algemene Politie Verordening rond. Dan kunnen aperte overlastveroorzakers – lees: bijna iedere bewoner van Schiphol-stad – worden verwijderd. Nu beperkt Schiphol zich tot het uitschrijven van proces-verbalen met eendere teksten: de bewoners bevinden zich `zonder redelijk doel' op Schiphol. Bonnen in de verwachting dat enkele tientallen daarvan leiden tot – tijdelijke – gevangenisstraf. Niet zelden worden proces-verbalen uitgelokt.

,,Jij bent een stuk stront.'' Aan het woord een medewerker van bewakingsdienst Secureop, pontificaal staande voor een inwoner van Schiphol-stad.

De Schiphol-bewoner: ,,Ik ben een mens.''

De beveiligingsbeambte: ,,Mafkees. Weggaan. Neem je kompanen mee.'' Om dan de hulp van de marechaussee in te roepen voor een proces-verbaal.

,,Ik ben zwaar verkankerd'', zegt een inwoonster van Schiphol-stad. Het verhaal van kindertehuizen en pleeggezinnen, van kinderen zonder liefde. Als ze haar verhaal vertelt, wandelen twee bewakers voorbij. ,,Jij mag hier niet roken'', zeggen ze. Zij: ,,Hoezo niet? Ik woon hier zeven jaar.'' Ze is opgestaan om haar woorden kracht bij te zetten. Dat wordt haar noodlottig. Met zijn vuist slaat een van de twee bewakers haar in het gezicht. Ze valt. Bewusteloos.

Méér blauw verschijnt. De sfeer wordt paniekerig, daar de Schiphol-bewoonster roerloos blijft liggen. Na enige tijd gaan haar ogen, verdwaasd, open. Iemand oppert een ambulance te bestellen, zij het op één voorwaarde: zelf betalen. Een medewerker van de marechaussee tot de knock-out geslagen Schiphol-bewoonster: ,,Ben jij verzekerd, of heb jij geld? Dit is geen grap. Anders bestellen wij géén ambulance.''

Als ik het niet zelf had gezien, was het incident nimmer aan het daglicht gekomen. Het is namelijk niet in de dagrapporten genoteerd. Net zomin als het `incident' op 25 mei jongstleden: negen uur 's morgens op het NS-spoor 3/4. Er liggen vier daklozen te slapen. Twee man marechaussee naderen. ,,Wakker worden!'' Ze schoppen tegen de tassen van de daklozen – en dan tegen het hoofd van de nog slapende 17-jarige Philip S., zwerfjongere. Van pijn krimpt hij ineen. De 49-jarige rondtrekkende Johan B. wordt met een knuppel in zijn nek geslagen. Dat gebeurt op een trap. Johan B. kan zich maar nauwelijks vasthouden.

Ook dit is niet verschenen in het dagrapport.