De IJsmaagd van Ampato

Vijf eeuwen geleden beklommen twee meisjes en een jongen de 6.700 meter hoge berg Llullaillaco, tegenwoordig gelegen in Argentinië. Dit voorjaar kwamen ze met een internationaal team van onderzoekers mee naar beneden. Waarschijnlijk levend begraven als offer aan Inca-goden waren de kinderen binnen een paar uur na hun dood stijf bevroren. Twee van de lichamen bleken zodoende in perfecte staat, zelfs hun organen waren nog intact en bevatten bloed. Het derde lichaam was door bliksem beschadigd. De mummies zijn naar de Argentijnse stad Salta gebracht waar ze momenteel worden onderzocht. Het team stond onder leiding van Johan Reinhard, een onafhankelijk archeoloog. Zijn expedities worden gesponsord door de National Geographic Society. Het aan deze stichting verbonden magazine zal dan ook later dit jaar de vondsten belichten.

Met het succes in Argentinië bracht Reinhard zijn totaal van ontdekte Inca-mummies op achttien. Grote faam had de onderzoeker al behaald met de vondst van een gemummificeerd meisje. Juanita noemde hij haar. Ze werd in 1995 op de top van Ampato, een ruim 6000 meter hoge vulkaan in het zuiden van Peru, opgegraven. Door erupties van een nabijgelegen vulkaan was de eeuwige sneeuw op de top destijds gedeeltelijk gesmolten. Juanita verdween in een vriezer van de plaatselijke universiteit San Agustín. Zelfs tegenwoordig, in een glazen vitrine met klimaatbeheersing, is het spookachtig om te zien hoe goed haar huid, haar en tanden bewaard zijn gebleven. De ontdekking leidde tot internationale belangstelling. Ze werd tijdelijk tentoongesteld in Washington en trok vier weken lang ruim 1000 bezoekers per dag.

Haar lijdensweg is inmiddels gereconstrueerd. Inca's offerden mensen om de goden tevreden te stellen. Kinderen waren nog vrij van zonden en daarom geliefd als offer. Zelf is Juanita vermoedelijk niet ontevreden geweest met haar wrange uitverkiezing. Geofferd aan de goden werd zij namelijk als halfgod onsterfelijk. Verder zou het haar volk een betere weersgesteldheid, met een goede oogst als gevolg, opleveren. Omdat voor de Inca's bergen goden waren, vond het offerfeest op Ampato plaats. Het was een zware tocht naar de top. Ter verlichting waren de menselijke offers, begeleid door een aantal priesters, onder de invloed van verdovende middelen. De ijle lucht hielp ook mee om het bewustzijn uit te schakelen. Juanita merkte volgens de onderzoekers dan ook niet veel toen een einde aan haar leven werd gemaakt. Het meisje werd geëerd in een ceremonie alvorens door middel van snel werkend gif haar dood te vinden, was de eerste theorie van wetenschappers. De werkelijkheid bleek bij nader inzien minder romantisch. Met behulp van röntgenfoto's werd een groot gat in haar achterhoofd ontdekt. Juanita was van achteren neergeknuppeld.

Lang bleef de mummie niet in de universiteit van Arequipa. Het stadsbestuur gaf haar een museum tegenover Santa Catalina. Dit nationaal beroemde klooster, waar ruim 400 nonnen wonen, werd in 1970 na vier eeuwen voor het eerst opengesteld en trekt sindsdien veel bezoekers. In haar museum zijn de sandalen van Juanita te zien en enkele antieke voorwerpen uit haar graf. Ook recentelijk in Argentinië ontdekte Reinhard bewerkte schelpen, die zeer waardevol waren voor de Inca's, en 35 gouden plus zilveren artefacten. Een graf op een berg nabij vertoonde sporen van een ontploffing. Dieven, huaqueros in het Spaans, hadden daar waarschijnlijk geprobeerd met dynamiet toegang tot de crypte te krijgen.

Voor een dergelijke roof op een duizenden meters hoge berg moet een behoorlijk expeditie op touw worden gezet. Hier is dan ook sprake van een professionele bende geweest. Grafroof wordt echter welhaast een plaatselijke hobby wanneer graven makkelijker te bereiken zijn. Dat is het geval in Nazca, een dorp aan de Peruaanse kust. Mummies liggen in de woestijn letterlijk voor het oprapen. Wel moeten de graven eerst worden gevonden. Nazca is wereldberoemd om de nabijgelegen kilometerslange lijnen. Vanuit de lucht blijkt het om afbeeldingen van onder andere een aap, vogels, een spin en een boom te gaan.

Ter plekke komen de bezoekers van Nazca er pas achter dat het gebied naast de lijnen nog een toeristische attractie herbergt. Dertig kilometer van de stad ligt de zogenaamde Chauchilla-begraafplaats. Ondanks het verwoestende werk van huaqueros is er genoeg bewaard gebleven. Zo'n twintig graven zijn speciaal voor toeristen opengewerkt. Een luguber gezicht. Door het zeer droge klimaat, en regelmatig onderhoud, zijn de lijken in perfecte staat. Op het pad tussen de graven liggen plukken haar en talloze stukken wit bot. Eeuwig grijnzen de mummies hun bewonderaars aan. Een gewilde foto. ,,Toeristen gaan soms 's avonds naar Chauchilla'', vertelt Efraín Alegria, eigenaar van het gelijknamige hotel en reisbureau in Nazca. ,,Dan springen ze de graven in en maken foto's van elkaar als ze de mummies kussen.'' Alegria haalt zijn schouders erover op. Hij veracht deze grappenmakers maar maakt zich meer zorgen om de grafrovers. De mummies zelf zijn niet eens geliefd maar worden bij roof vaak wel onherstelbaar beschadigd. Het gaat om de antieke voorwerpen in het graf. Op de zwarte markt in Lima is er een levendige handel in.

Paulo is een grafrover. Ik ontmoet hem in een tot kroeg verbouwde steeg aan het Plaza de Armas. Als boer is het in dit droog gebied sappelen, daarom trekt hij er soms 's nachts met zijn vrienden op uit. Zo'n rooftocht verloopt op goed geluk. Graven worden afgedekt met een houten dak. Daar is zo'n halve meter zand overheen gekomen. Wordt er na even spitten niet op hout gestoten dan proberen de grafrovers het op een andere plaats, een paar meter verderop. Tot de zon weer opkomt.

,,We doen het niet vaak, misschien 3 keer per jaar'', probeert de Peruaan zijn daad te bagatelliseren. Grafroven wordt tegenwoordig zwaar bestraft maar daar komt zijn schaamte niet uit voort. Hij voelt het gebrek aan respect ten opzichte van zijn voorouders. Maar ja, zij doen niets meer met hun schatten. Paulo kan er zijn kinderen mee voeden.

Ruim 80 procent van de graven in woestijn is naar schatting nog niet ontdekt. De hele omgeving is door de Peruaanse overheid inmiddels tot beschermd park uitgeroepen maar dat weerhoudt de dieven niet. ,,Je kunt natuurlijk geen hek van 1000 kilometer om de woestijn zetten of er constant bewaking laten patrouilleren'', zegt Alegria. ,,Zolang er armoe is, blijven de mensen de graven leegroven.''