Crisis Azië vergroot verschillen

De financiële crisis in Azië heeft miljoenen mensen in armoede gedompeld. Daardoor lopen de doelstellingen voor de vermindering van de armoede en de verbetering van de sociale omstandigheden in de armste landen gevaar, zegt de Wereldbank in een rapport. De ontwikkelingsbank schrijft dat de crisis in Azië, die in 1997 in Thailand begon, aantoont dat ingrijpende economische hervormingen de ongelijkheid kunnen vergroten als er een speciaal vangnet voor de allerarmsten ontbreekt. Indonesië is het hardst getroffen, aldus de Wereldbank. Het percentage van de bevolking dat daar in armoede leeft, is vorig jaar gestegen van 11 in 1997 tot ongeveer 20. Dat komt erop neer dat er 20 miljoen mensen zijn bijgekomen die het moeten doen met een inkomen van nog geen dollar (2,12 gulden) per dag. In Zuid-Korea, waar de armoedegrens op een daginkomen van 4 dollar ligt, viel vorig jaar 19,2 procent van de bevolking onder de armen. In Thailand ging het percentage van 11,4 naar 13. Daar ligt de grens op een inkomen van 2 dollar per dag. (Reuters)