Bijlmer en Kamer

ER IS BETERSCHAP beloofd, maar geen verantwoordelijkheid genomen. Zo kan de uitkomst van het slotdebat over het rapport van de parlementaire enquêtecommissie naar de vliegramp in de Bijlmer worden samengevat. De `lessen voor de toekomst' zijn pro forma getrokken. Maar de personele consequenties van de `waarheidsvinding' zijn uitgebleven. In laatste instantie is het rapport afgedaan volgens de bekende politieke scheidslijnen: het coalitieblok versus de oppositie. Hoewel steeds glashard werd ontkend dat enquête en kabinetscrisis iets met elkaar te maken zouden hebben, hing de lijmlucht als een wolk boven de Tweede Kamer. Alleen de commissieleden Oudkerk (PvdA) en Augusteijn (D66) alsmede PvdA-woordvoerder Van Gijzel lieten zich niet door de fractiediscipline vermurwen.

Vanaf het begin is gesteld dat de enquête geen `gewone' enquête was. Het onderzoek moest ook worden beschouwd als een signaal aan de bewoners van de Bijlmer en de hulpverleners die in 1992 bij de ramp betrokken waren. Na jaren negeren dan wel bagatelliseren werden hun klachten eindelijk serieus genomen. Voor hen was de publicatie van het rapport van de commissie, zes weken geleden, in zekere zin al een sluitstuk. De complottheorieën (bijvoorbeeld over de lading) waren ontzenuwd en er werd erkend dat er een directe relatie bestaat tussen gezondheidsklachten en de ramp. Zeker na de eerdere toezegging van minister Borst dat er toch nieuw medisch onderzoek zou worden gedaan, kon het debat in de Tweede Kamer weinig meer opleveren. Het concreetste resultaat van het laatste debat van vannacht is de instelling van een noodfonds om de slachtoffers te compenseren voor de financiële gevolgen van de noodlottige gebeurtenis.

IN HET DEBAT met de regering stond niet alleen het lot van enkele ministers maar ook de rol van de overheid centraal. Dat kon ook niet anders omdat het enquêterapport niet alleen harde noten kraakte over de rol van afzonderlijke bewindslieden maar ook een weinig verheffend beeld schetste van de overheid in het algemeen. De aanwezigheid vannacht van niet minder dan zeven ministers en een staatssecretaris was een treffende illustratie van het probleem waarmee het openbaar bestuur in Nederland kampt. Bij de nasleep van de ramp bleek een overmaat van instanties en departementen betrokken, die zonder coördinatie en op eigen houtje te werk gingen. Dit gebrek aan regie leidde tot verkokering, verwarring en stuurloosheid, zoals de enquêtecommissie op diverse plekken wist aan te tonen. Het feit dat de regering niet de conclusies maar wel bijna alle aanbevelingen van de enquêtecommissie overneemt, zegt genoeg over de harde bestuurlijke kern van het Bijlmerrapport. De ruiterlijke toezegging van minister Peper (Binnenlandse Zaken) aan de Kamer om na te gaan of aanpassingen van de departementale mandaats- en verantwoordingsverhoudingen geboden zijn, illustreert dat deze bewindsman dat in ieder geval heeft begrepen.

Het is dan ook van het grootste belang dat de regering vaart zet achter de verwezenlijking van de aanbevelingen en binnen drie maanden terugkomt met plannen, zoals de PvdA in haar finale compromis-motie heeft gevraagd. Want de toezeggingen van Peper raken het hart van de poldercultuur waarin zoveel mogelijk verantwoordelijkheden worden uitgesmeerd zodat niemand meer aanspreekbaar is.

Maar te groot optimisme hierover zou naïef zijn. De Bijlmerenquête is namelijk veel minder zakelijk afgerond dan met name de PvdA bij het ochtendgloren suggereerde. Meteen na publicatie van het eindrapport was al duidelijk dat ook in deze enquête de politieke schuldvraag een belangrijke rol zou spelen. Aanvankelijk leken vooral de ministers Borst (Volksgezondheid), Jorritsma (voorheen Verkeer & Waterstaat) en premier Kok in de wind de staan. Maar door de conclusie van de commissie dat het gebrekkige optreden van lokale en landelijke overheden had geleid tot toename van gezondheidsklachten, concentreerde het debat zich te snel op minister Borst en te weinig op haar collega's Jorritsma en Kok.

TOCH IS DE conclusie dat wederom is gekozen voor ministerieel overleven iets te eenvoudig. Er zijn in de nasleep van de Bijlmerramp door diverse mensen talloze fouten gemaakt. Volgens het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid kan dit de betrokken bewindslieden worden aangerekend, al moet ook de proportionaliteit in het oog gehouden worden. Het kabinet heeft op dat laatste met succes een beroep gedaan.

De paarse coalitie heeft zich aldus verlost van een politieke molensteen. Nu het Bijlmerrapport zonder politieke schade is afgehandeld staat niets de reanimatie van het demissionaire tweede kabinet-Kok nog in de weg. Maar een echt nieuw leven voor paars is daarmee nog niet begonnen. Als de ministers vanaf vandaag weer tevreden achterover gaan leunen, zou blijken dat ze het Bijlmerrapport slechts half hebben gelezen.