BEVOEGDHEDEN

De bevoegdheden van het Europees Parlement zijn sinds zijn oprichting in 1958 flink uitgebreid. Wat begon als een adviserend orgaan, is in ruim veertig jaar tijd uitgegroeid tot een invloedrijk instituut waar de Raad van Ministers niet meer omheen kan. Een overzicht van de voornaamste bevoegdheden van het Europees Parlement:

Wetgeving Sinds de oprichting heeft het Europees Parlement geleidelijk steeds meer invloed gekregen op inhoud en vaststelling van de Europese wetgeving. Van doorslaggevend belang zijn het Verdrag van Maastricht (van kracht sinds 1 november 1993) en het Verdrag van Amsterdam (sinds 1 mei 1999). Het eerstgenoemde verdrag stelt dat het Europees Parlement - op een beperkt aantal beleidsterreinen - evenveel zeggenschap heeft over wetsvoorstellen als de Raad van Ministers. In het tweede verdrag wordt dit `medebeslissingsrecht' uitgebreid tot het leeuwendeel van het Europese beleid. Uitzonderingen: landbouw, justitie, binnenlandse zaken, buitenlandse zaken en belastingen. Het parlement klaagt al jaren over dit `democratische gat'. Daar staat tegenover dat het orgaan wetsvoorstellen in zijn geheel naar de prullenmand kan verwijzen, volgens ingewijden een belangrijke troef.

Begroting Elk jaar legt de Commissie een voorontwerp van de begroting voor aan de Raad van Ministers. De Raad stelt op grond daarvan een ontwerpbegroting op, die wordt voorgelegd aan het Europees Parlement. Eventuele wijzigingsvoorstellen en amendementen worden weer voorgelegd aan de Raad, die op zijn beurt veranderingen kan aanbrengen. Met uitzondering van de zogenoemde `verplichte uitgaven' (landbouw bijvoorbeeld) die in 1999 zo'n veertig procent van de begroting beslaan - kan het parlement deze wijzigingen opnieuw amenderen; het heeft zelfs het recht de begroting in haar geheel te verwerpen.

Nieuwe lidstaten Het Europees Parlement kan de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Gemeenschap dwarsbomen. Ook kan het zogenoemde `associatie-akkoorden' (samenwerkingsverbanden met niet-EG-landen) verbieden. Dit dreigde voor het laatst in 1995 te gebeuren met Finland, Oostenrijk en Zweden misten. Maar uiteindelijk heeft de Europese volksvertegenwoordiging van deze bevoegdheid nooit gebruik gemaakt.

Benoeming Commissie Sinds het Verdrag van Amsterdam kan het Europees Parlement de door de regeringsleiders voorgedragen kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie afkeuren. De Commissievoorzitter formeert samen met de EU-regeringen de rest van de Commissie. Uiteindelijk moet de voltallige Commissie de toets der kritiek van het parlement kunnen doorstaan.

Enquêtecommissies Sinds het Verdrag van Maastricht mag het Europees Parlement parlementaire enquêtes houden om misstanden binnen de Europese Unie te onderzoeken. Dat lukte tot nu toe tweemaal: bij een onderzoek naar smokkel (dat een gebrek aan coördinatie tussen douanediensten van lidstaten aantoonde) en bij een onderzoek naar de gekkekoeienziekte (dat leidde tot strenger toezicht en een betere organisatie binnen de Commissie).