Vreemd vonnis bij rare moord

Geen perfecte moord, geen perfecte aanklacht, en een vonnis dat volgens de meeste commentaren verre van perfect is: dat is de voorlopige uitkomst van de zaak Marta Russo, de Italiaanse studente die twee jaar geleden met een schot in het hoofd werd gedood terwijl ze op het terrein van de Sapienza-universiteit in Rome liep.

De affaire heeft Italië twee jaar lang in zijn greep gehouden en tot bittere discussies over het Italiaanse rechtssysteem geleid. ,,Ik geloof dat we de waarheid over de dood van dat meisje nooit zullen weten,'' zei de president van de Romeinse rechtbank, Luigi Scotti, twee maanden geleden al machteloos.

De moord op de 22-jarige Marta leek volslagen zinloos. Volgens de twee openbare aanklagers was dat nu juist de sleutel tot het delict. Onder invloed van een Nietzschiaans notie van supermensen, zo luidt de aanklacht, hebben twee jonge rechtsfilosofen de perfecte moord willen plegen. `Perfect' omdat er geen motief was. Ze zouden vanuit een leslokaal met een pistool met geluidsdemper een willekeurige studente hebben neergeschoten.

Volgens het vonnis dat het hof gisteren uitsprak, was het een ongeluk. De twee assistenten zouden met een pistool hebben gespeeld zonder in de gaten te hebben gehad dat het was geladen. Giovanni Scattone, die het pistool in handen had, kreeg zeven jaar wegens doodslag, zijn vriend Salvatore Ferraro vier jaar.

,,Dit is een soort Pontius Pilatus besluit,'' zei strafpleiter Nino Marazzita. Scattone's advocaat Manfredo Rossi sprak van ,,een laag-bij-de-gronds compromis'' en ,,een vonnis in Italiaanse stijl''.