Vredesoproep Öcalan krijgt instemming PKK

De Koerdische Arbeiders Partij (PKK) steunt de oproep van haar leider, Abdullah Öcalan, om de wapens tegen Turkije neer te leggen. Dat meldt de PKK vanmorgen in een verklaring die aan het pro-Koerdische persbureau DEM werd verspreid.

,,Onze hele partijorganisatie, met supreme eenheid en cohesie, is gebonden aan en steunt geheel de historische inspanningen van onze leider'', aldus de verklaring. ,,Als zij (dat wil zeggen: de Turkse regering red.) denken dat dit een teken van zwakheid is, dan hebben ze het helemaal fout''. Een woordvoerder van de PKK in Brussel onderstreepte later dat de PKK zich niet heeft overgegeven. ,,Alles hangt nu af van Turkije.''

In Turkije wordt er algemeen van uitgegaan dat de PKK met de arrestatie van haar leider in februari een fatale klap is toegebracht. Ook militair ging het al langere tijd slecht met de PKK. Met name door de Turkse invallen in Noord-Irak (van waaruit de PKK vaak opereerde) is de militaire slagkracht van de PKK aanmerkelijk minder geworden.

Maandag, op de eerste dag van zijn proces op het zwaarbewaakte gevangeniseiland Imrali, richtte Öcalan zich vanuit zijn glazen kooi tot zijn PKK-soldaten in de Koerdische bergen. ,,De gevechten moeten onmiddellijk stoppen en de wapens moeten onmiddellijk worden neergelegd'', aldus Öcalan. De Turks-Koerdische leider zei, dat als hij de kans kreeg, hij de aanhangers van de PKK ,,binnen drie maanden'' de bergen uit zou krijgen. Ook de PKK waarschuwt voor de gevolgen als de Turkse regering dit ,,rijpe, respectvolle en verantwoordelijke'' aanbod naast zich neer legt. ,,Maar we hebben elke voorbereiding getroffen en we zijn bereid om door te vechten op dezelfde manier zoals we dat vijftien jaar hebben gedaan'', aldus de verklaring. ,,Echter, we zeggen: vijftien jaar oorlog is meer dan genoeg.''

Op de tweede dag van zijn proces heeft Abdullah Öcalan gisteren een lijst gegeven van landen en instanties die zijn PKK hebben gesteund. Hij bevestigde dat onder andere Syrië, Griekenland, Cyprus, Iran en Irak de PKK bijstand hebben verleend.

Volgens bronnen die in de rechtszaal op het zwaarbewaakte eiland aanwezig waren, bevestigde Öcalan geruchten die al jaren in Turkije de ronde doen, dat leden van de PKK een militaire training kregen in Griekenland. Na hun opleiding zouden de recruten per vliegtuig naar Syrië, Libanon en Iran zijn vervoerd om van daaruit naar Zuidoost-Turkije te gaan. Ook in Joegoslavië zouden opleidingskampen van de PKK zijn gevestigd. De Griekse orthodoxe kerk had de PKK financieel gesteund.

In Iran had de PKK een ziekenhuis. Ook Irak heeft de PKK geholpen, aldus Öcalan, met name door inlichtingen te verschaffen over de militaire operaties van het Turkse leger in Noord-Irak. Daarnaast zou het Koerdische Noord-Irak na de Golfoorlog een ,,bazar'' voor wapens geworden zijn.

Met name de beschuldigingen van Öcalan aan het adres van Griekenland zijn in Turkije slecht gevallen. Gisteren nog werd bekend dat het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken een brief naar Athene heeft gestuurd met het voorstel om samen te werken in de strijd tegen internationaal terrorisme.

Öcalan noemde gisteren ook een aantal West-Europese landen. Zo had hij in 1996 een Duitse parlementaire delegatie ontmoet en hoge Duitse functionarissen. De Duitsers wilden, aldus Öcalan, dat er een einde kwam aan PKK-aanslagen in hun land. Öcalan stemde toe, vertelde hij, op voorwaarde dat Duitsland stopte leden van de PKK het land uit te zetten. (In Duitsland werd in 1995 gemeld dat vertegenwoordigers van de binnenlandse veiligheidsdienst contact hadden gehad met Öcalan.)

Öcalan ontkende dat zijn PKK achter de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986 zat. ,,Dit is een samenzwering die op mijn schouders wordt gelegd'', aldus Öcalan. Hij suggereerde daarna dat een Koerdische splinter die door zijn ex-vrouw was opgericht, verantwoordelijk was voor de moord.

Öcalan legde gisteren ook de verantwoordelijkheid naast zich neer voor een aantal grote aanslagen van de PKK. Zo zou hij niets te maken hebben met de bloedige aanslag van 1993 in Bingol, waarbij 33 ongewapende Turkse soldaten werden gedood. Öcalan onderstreepte tegen het vermoorden van burgers, het ontvoeren van kinderen en aanslagen tegen toeristen te zijn.