Stembus Armenië brengt oude bekende terug van weggeweest

Karen Demirtsjan, in het Sovjet-verleden veertien jaar leider van de Armeense communistische partij, is de grote winaar van de parlementsverkiezingen in Armenië geworden.

Alle politieke partijen in Armenië willen grosso modo hetzelfde: de bevordering van de welvaart, de wederopbouw van de economie, de wederopbouw van het in 1988 bij de zware aardbeving verwoeste noorden van het land en een oplossing voor het slepende conflict om Nagorny Karabach, met eerbiediging natuurlijk van de volkswil van de in deze Azerbajdzjaanse enclave wonende Armeniërs.

Bij de parlementsverkiezingen van zondag draaide het derhalve om de persoonlijkheden eerder dan om het programma. 627 kandidaten vochten om 75 zetels die in de districten te verdelen waren. 21 blokken en partijen wedijverden om de resterende 56 zetels, die via landelijke partijlijsten werden verdeeld. De kiesdrempel in de laatste categorie was vijf procent.

De winnaars, met straatlengten voorsprong, werden volgens de gisteren bekendgemaakte uitslag Karen Demirtsjan, van 1974 tot 1988 leider van de Armeense communistische partij en begin vorig jaar nog verliezend kandidaat bij de presidentsverkiezingen, en de Armeense minister van Defensie, Vazgen Sarkissian. Hun centrum-linkse blok Miasnoetioen (Eenheid) haalde met 43,4 procent van de stemmen 66 van de 131 zetels binnen, een nipte absolute meerderheid. Heel verrassend was dat niet – Miasnoetisoen had op zestig procent van de stemmen gerekend. Sarkissian en Demirtsjan zijn beiden populair. De eerste heeft de reputatie van de krachtmens die veel Armeniërs graag aan de leiding zien, de laatste is geliefd dankzij de nostalgiefactor: in de jaren tachtig, toen hij als partijchef het land leidde, was Armenië wat het nu niet is: stabiel, rustig en relatief welvarend.

De nog maar 33-jarige premier Armen Darbinian zal het veld moeten ruimen. Volgens de democratische spelregels moet president Robert Kotsjarian zich tot het duo Demirtsjan-Sarkissian wenden voor de formatie van een nieuwe regering. Leuk is dat niet, voor hem: het is in Armenië een publiek geheim dat Kotsjarian zijn minister van Defensie kwalijk neemt dat hij zich met zijn voormalige rivaal heeft verbonden. Er zijn zelfs geruchten, als zou de Miasnoetioen-coalitie tot stand zijn gekomen op initiatief van Rusland, in een poging Kotsjarians zorgvuldige balanceren tussen Russische en Europese invloed te frustreren. Armenië is traditioneel pro-Russisch, maar Kotsjarian streeft ook naar het lidmaatschap van de Raad van Europa, betere relaties met de Europese Unie en Europese investeringen. Sarkissian van zijn kant helt veel sterker over naar Rusland en Demirtsjan heeft nog veel oude contacten in Moskou.

De overige partijen kwamen er in de kiezersgunst karig af: de communisten kregen 12,4 procent en de nationalistische partij Dasjnaktsoetioen – verboden tot Kotsjarians aantreden begin vorig jaar – kreeg 7,8 procent. Na nog twee kleine partijen haalde de Nationale Democratische Unie van de vroegere oppositieleider Vazgen Manoekian met 5,3 procent nog net de kiesdrempel. Zeker twintig zetels gingen naar onafhankelijke kandidaten. Het Armeense parlement is er na zondag wat roder op geworden.

De verkiezingen gingen gepaard met veel bij verkiezingen in Armenië gebruikelijke verwarring. Kiezers ontdekten dat ze niet op de kieslijsten stonden, in tegenstelling tot veel al lang geleden gestorven kiezers. Volgens de vroegere Sovjet-dissident Paroeir Hairikian (van de Unie van Zelfbeschikking) moet de uitslag worden geannuleerd omdat dertig procent van de kiesgerechtigden niet kon stemmen. Waarnemers houden het op vijf tot zes procent – nog te veel om tevreden te zijn, al was het aantal onregelmatigheden in de vorm van niet kloppende kieslijsten, kiezersintimidatie en technische en organisatorische tekortkomingen ditmaal lager dan bij voorgaande verkiezingen in Armenië.

Onrustbarend is wel dat talrijke zakenlieden en bedrijven veel geld hebben gestopt in de campagnes. Dat wettigt de vraag of de loyaliteit van de gekozen afgevaardigden hun sponsors dan wel het volk, het land en het algemeen belang geldt.

Veel kiezers kon het eigenlijk weinig schelen: de Armeniërs zijn politiek apathisch en murw geslagen door het dagelijkse probleem te overleven in een land waar dertig procent van de bevolking werkloos is en waar de rest met een ver tekortschietend maandinkomen van gemiddeld 34 dollar moet zien rond te komen. Dat lukt niet, en dat is een dagelijkse kwelling. Hoe het parlement eruit ziet kan maar weinigen wat schelen. De opkomst was zondag maar 55,7 procent. En zelfs als vijf procent van de kiezers niet kon stemmen – de gedupeerden hebben hoe dan ook niet massaal de rechtbanken bestormd om hun recht af te dwingen.