Onsentimenteel denker

,,Ik houd van dansers die van risico's houden'', zei choreograaf Hans van Manen niet lang geleden tegen een journaliste die een portret van hem maakte. ,,Wat voor dansers zijn dat?'', wilde de verslaggeefster vervolgens weten. Van Manen vertelde me onlangs hoezeer die vraag hem tot wanhoop dreef. Deed hij zijn best iets citeerbaars te zeggen, werd hem het vuur nog nader aan de schenen gelegd. Hij is geen politicus, hij is danser: meer woorden heeft hij niet. Wie wil weten hoe dansers die van risico's houden eruit zien, moet kijken. En wie goed kijkt, zal ontdekken dat kunst die de moeite waard is, altijd risicovol is.

Zowel zijn irritatie over kortzichtigheid als zijn opvatting over kunst typeert Van Manen. Hij is een onsentimenteel denker, met een groot zwak voor logica, stijl en gevoel voor verhoudingen en hij is een kunstenaar met een letterlijk vooruitziende blik. Het verleden interesseert hem amper, vooruitkijken is een hartstocht – van het complexe soort. Want in vernieuwing om de vernieuwing stelt de neo-klassieke choreograaf die hij is ook geen belang, het gaat hem om verruiming van de blik, om het avontuur van pas ontdekte muziek, om bevrijding van conventies, om emancipatie, uiteindelijk.

En dit alles liefst met volmaakte vanzelfsprekendheid gepresenteerd.

Direct al in zijn eerste werk, Feestgericht (1957), waren de vrouwen bij Van Manen geëmancipeerde wezens, ongeacht welke feministische golf er al op zat of er nog aankwam. Voor zijn `homoseksuele' duetten heeft van het begin af aan hetzelfde gegolden: het predikaat is niet eens van toepassing. Van Manen liet en laat simpelweg twee mannen met elkaar dansen. Voor nieuwe media als video gaat hetzelfde op. Op heel natuurlijke wijze integreerde hij het medium in de dans – vanzelfsprekend en juist daardoor spectaculair, groots, majestueus. In Live (1979), een waar meesterwerk, waren de camera en de man erachter (levensvriend Henk van Dijk) evenzeer dansers als de robuuste Henny Jurriëns en de even frêle als standvastige Coleen Davis. Het arme Edinburgh ontdekte het werk pas vorig jaar, het brak de tent af, twintig jaar nadat Nederland het zomaar cadeau kreeg.

Het is fantastisch, ten volle gerechtvaardigd en daarom ook eigenlijk te laat, dat de grote kunstenaar Van Manen de Erasmusprijs nu krijgt. Hij is niet alleen boegbeeld van de dans maar ook van de Nederlandse kunst in het algemeen. Daarom is het te betreuren dat de Stichting Erasmus Praemium Erasmianum de prijs van 300.000 gulden heeft toegekend aan ,,de Dans in Nederland, in de persoon van Hans van Manen''. Alsof Van Manen in zijn eentje niet groot genoeg is. Maar goed, hij krijgt de prijs en wij weten intussen hoe het werkelijk zit.