Joegoslavië verliest zaak bij Gerechtshof

Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag acht zich niet bevoegd om, op verzoek van Joegoslavië, een einde te maken aan de bombardementen van de NAVO.

Joegoslavië deponeerde eind april een aanklacht bij het Hof waarin het de tien NAVO-landen die deelnemen aan de bombardementen afzonderlijk beschuldigt van schending van het handvest van de Verenigde Naties en van het plegen van genocide. Het Hof oordeelde vanochtend in de zaken tegen de tien landen (waaronder Nederland) dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat deze landen uit zijn op de opzettelijke vernietiging van Joegoslavië.

Doordat de ,,intentie'' om genocide te plegen ontbreekt, kan Joegoslavië zich niet beroepen op de Genocideconventie. Het Hof kan aldus geen maatregel treffen ,,om de rechten die door Joegoslavië geclaimd worden te beschermen'', aldus de vice-voorzitter van Hof, Christopher Weeramantry.

Het Hof blijft echter worstelen met de vraag of de luchtacties een rechtsbasis hebben in het internationale recht. Het VN-handvest verbiedt het gebruik van geweld tegen soevereine staten (tenzij uit zelfverdediging). Bovendien heeft de NAVO voor de luchtacties geen toestemming gekregen van de VN-Veiligheidsraad. Weeremantry zei hierover: ,,Het Hof is zeer bezorgd over het gebruik van geweld in Joegoslavië. Onder de huidige omstandigheden werpt het gebruik ervan serieuze vragen op voor het internationale recht.''

Niettemin voerde het Hof een formeel argument aan om het beroep dat Joegoslavië doet op het geweldsverbod van de VN af te wijzen. Joegoslavië heeft de autoriteit van het Hof pas op 25 april erkend, mét het indienen van de aanklacht. Het Hof oordeelde dat het jurisdictie heeft in geschillen die na 25 april zijn begonnen. Aangezien op 24 maart al met de bombardementen werd begonnen, acht het Hof zich niet bevoegd te oordelen in het huidige geschil. Juristen zetten vandaag vraagtekens bij deze lezing. Ze vragen zich af of elk bombardement juridisch niet als een afzonderlijk geschil kan worden opgevat. Zij spreken het vermoeden uit dat de rechters een discussie over rechtvaardiging van de bombardementen uit de weg gaan.

REPORTAGE: 5